`Praten met Serviërs kan niet'

De Kosovaren eisen onafhankelijkheid. ,,Servië heeft elke aanspraak op Kosovo verloren.'' ,,Pure chantage'', vindt `cybermonk' Sava.

Halverwege de weg van Priština, de hoofdstad van Kosovo, naar de noorderlijker gelegen stad Mitrovica heeft een kleine legermacht een luxueus hotel omsingeld. Terreinwagens van UNMIK, het VN-bestuur in Kosovo, blokkeren de ingang.

Binnen proeft de Kosovaarse premier Bajram Kosumi met een zuinig gezicht een toastje zalm. Hij is hier op uitnodiging van een Zwitsers adviesbureau, CASIN, dat er workshops `onderhandeltechnieken' verzorgt. Met groepjes Kosovo-Albanezen zijn de Zwitsers de hele dag in verschillende hotelkamers in de weer geweest. Uitgeteld hangen de cursisten in de namiddag rond het buffet met vis en salades.

De premier houdt met zichtbare tegenzin een korte speech. Z'n zoveelste deze week, want Kosumi wordt van hot naar her gesleept nu Kosovo zich opmaakt voor het eindspel over de toekomst van de regio.

Kosovo wacht met spanning de bevindingen af van VN-gezant Kai Eide die verslag heeft uitgebracht over het democratische gehalte in Kosovo. Is zijn rapport positief, dan kan worden begonnen met onderhandelen: over de onafhankelijkheid van Kosovo, als het aan de Kosovaren ligt.

Maar Kosumi heeft een probleem: er is in Kosovo niemand die wíl onderhandelen. ,,Wij danken u voor deze dag,'' richt hij zich tot de CASIN-experts. ,,Maar het zal ons straks veel moeite gaan kosten om te moeten praten met dezelfde Serviërs die verantwoordelijk zijn voor de dood van onze familieleden. Iedere dag als ik het regeringsgebouw betreed word ik geconfronteerd met foto's van vermisten die in de hal hangen.''

Hij verwoordt het gevoel dat onder alle Kosovo-Albanezen overheerst. ,,Men vraagt ons het onmogelijke: praten met de moordenaar van je broer over de toekomst van je kind. Daar beginnen we niet aan.'' Daaraan verandert een Zwitserse workshop niets.

,,Servië heeft na al die jaren van onderdrukking en moorden elke aanspraak op Kosovo verloren,'' zegt premier Kosumi's adviseur Avni Arivi, waarna hij en zijn baas in de auto stappen. Linksaf, de hoofdweg op richting Priština.

Rechtsaf loopt dezelfde weg dood in het centrum van Mitrovica. Bij de brug over het rivier de Ibar, die de etnische grens vormt tussen een Servische en een Albanese wijk, staat een patrouillewagen van de vredesmacht KFOR. Vier Poolse soldaten liggen onderuitgezakt in hun gepantserde wagen.

,,Er gebeurt hier niks, we wachten op wat er komen gaat,'' zegt Avni Xhafa, een orthopeed, in het Albanese stadsdeel. In witte doktersjas staat hij voor zijn privékliniekje, gevestigd in een voormalige groentewinkel. Veel patiënten heeft hij niet. Toen Mitrovica na de Kosovo-oorlog, in 1999, werd opgesplitst, werd voor hem het werken onmogelijk. Xhafa: ,,Het grote ziekenhuis ligt nu in de Servische wijk. Als ik de brug over rij, ben ik mijn leven niet zeker.''

De frustratie daarover kan Xhafa's voormalige collega Predrag Radović, uroloog in het grote ziekenhuis in het Servische stadsdeel, wel begrijpen. ,,Zo ken ik veel Servische artsen die na 1999 niet meer welkom waren in Priština, waar de Albanezen het voor het zeggen kregen.'' De paniek in Radović' ziekenhuis is vanmiddag groot, als per ambulance twee kinderen met zware verwondingen als gevolg van een verkeersongeluk worden afgeleverd. Er blijkt onvoldoende capaciteit en er wordt besloten de kinderen met spoed naar Belgrado te vervoeren.

Belgrado? Dat is 300 kilometer verderop. Waarom niet naar het dichtbij gelegen Priština? ,,Maar daar krijgen ze niet de beste behandeling,'' zegt de vader van de kinderen.

Verder naar het westen, naar de stad Peć, liggen aan weerszijden van de weg grote praalgraven van omgekomen soldaten die in 1999 vochten in het Kosovo-Albanese rebellenleger UÇK. In de Servische dorpjes zijn de gevolgen nog zichtbaar van de onlusten, in maart 2004, toen Albanese jongeren huizen en kerken van Serviërs in brand staken.

In het gehucht Svinjare heeft Sibin een kruidenierszaak. Het woonhuis van zijn Servische familie ging in vlammen op. De meeste van de huizen zijn inmiddels weer opgeknapt, maar niemand wil terug. Behalve Sibin. Een Nigeriaanse en een Marokkaanse soldaat, KFOR-militairen, komen bij hem langs voor een pakje sigaretten. ,,Ik ben hier geboren, ik ga niet weg,'' zegt Sibin. ,,Ik haat UNMIK en KFOR die vorig jaar toekeken hoe Svinjare werd platgebrand. Tegelijk zijn de soldaten mijn enige klanten.''

Bij Peć ligt het Servisch-orthodoxe klooster van `Vader' Sava. De `cybermonk', wordt hij ook wel genoemd, sinds hij vanuit het klooster per internet gepeperde nieuwsbrieven de wereld instuurt. In 2004 werden er vanuit het dal twee mortieraanvallen op het klooster gepleegd. De laatste tijd blijft het geweld beperkt tot pesterijen door de islamitische Kosovo-Albanezen in Peć. Sava: ,,Het is nu de tijd van de wijnoogst. Maar mijn monniken kunnen alleen maar naar de klooster-wijngaard onder begeleiding van soldaten.'' Een Italiaanse KFOR-missie heeft van het klooster een onneembare vesting gemaakt, met betonnen anti-tankblokken en eindeloze rollen prikkeldraad.

Ziet Sava een oplossing? ,,De Kosovo-Albanezen verdedigen hun haastige streven naar onafhankelijkheid met het argument dat er anders meer geweld zal komen. Dat is pure chantage.'' Sava gelooft in een geleidelijke oplossing. ,,Laten we eerst doorgaan met de democratische hervormingen. Twee weken geleden zei de Servische president Boris Tadić tegen me dat Servië Kosovo niet loslaat. Daar vertrouw ik op.''