`Post-Dayton' begonnen in Bosnië

De beslissing van de Servische Republiek in Bosnië om haar eigen politiemacht af te schaffen is een doorbraak op weg naar de aanpassing van het vredesakkoord van Dayton.

,,De Servische Republiek houdt op een hindernis te zijn op de weg van Bosnië naar Europa.'' Dat zei gisteren de president van de Servische Republiek in Bosnië, Dragan Čavić, nadat het parlement van zijn Servische Republiek met 55 stemmen voor en vijf tegen had ingestemd met de afschaffing van de eigen Bosnisch-Servische politiemacht. De opmerking van Čavić kwam niet uit het hart, want hij voegde er direct aan toe dat het de buitenwereld was die de Servische Republiek als een obstakel ziet, en niet hijzelf, of zijn parlement.

Maar de opmerking kwam wel uit het verstand: Čavić zowel als zijn parlementariërs wisten gisteren dat het nu of nooit was. Twee keer dit jaar hebben de Bosnische Serviërs zich tegen de afschaffing van de eigen politiemacht uitgesproken. Het eigen leger gaven ze op, hun eigen ministerie van Defensie gaven ze op, en ook de eigen grensbewaking. Ze hebben deze week zelfs een lijst overlegd met 20.000 bij het bloedbad van Srebrenica betrokken Serviërs, en erkend dat van hen nog bijna 900 Serviërs werkzaam zijn bij de overheid (bij de politie bijvoorbeeld). Maar die politie zelf opgeven, dat was een ander chapiter. Steeds weer werden ze gewaarschuwd, door de EU, en Bosnië-bestuurder Paddy Ashdown: als ze vast houden aan hun politie komt Bosnië geen stap dichter bij Europa en maken ze van Bosnië ,,het zwarte gat'' van de Balkan.

De eigen politiemacht van de Servische Republiek verdwijnt nu – overigens pas over vijf jaar – om op te gaan in een nationale Bosnische politiemacht. Ook de grenzen van de politiedistricten veranderen: ze vallen niet meer samen met de intern-Bosnische grens tussen de Servische Republiek en de moslim-Kroatische federatie. Dat betekent dat Kroatische en moslim-agenten gaan werken op gebied van de Serviërs en omgekeerd. Het betekent óók dat de Serviërs na hun leger en hun grensbewaking ook hun laatste eigen nationale instrument opgeven.

Het gebeurde pas na lang drukken en duwen. Voor de Bosnische Serviërs staat onomstotelijk vast dat de opgave van hun leger en politie het begin van het einde van de Servische Republiek inluidt. En – ook dat staat voor hen vast – dat betekent dat ze straks in Bosnië zullen worden gedomineerd door de numeriek sterkere moslims. Ze zullen vanuit Sarajevo worden geregeerd, en niet meer vanuit hun eigen Banja Luka. Zo, zeggen ze, verliezen ze tien jaar na dato alsnog de oorlog.

Het besluit van het parlement in Banja Luka brengt Bosnië een grote stap dichter bij wat de internationale gemeenschap tien jaar na Dayton graag wil: Bosnië moet een eenheidsstaat worden, zonder interne grens, met één leger en één politiemacht in plaats van twee legers en twee politiemachten, en met één president, één premier en één parlement in plaats van drie (een in de Servische Republiek, een in de moslim-Kroatische federatie en een op nationaal niveau).

Exit Dayton. Het vredesverdrag dat tien jaar geleden een eind maakte aan de oorlog, schiep een land dat bestond uit twee halve landen. Die hebben tien jaar lang eerder naast dan met elkaar geleefd. Op de grond gebeurde veel – vluchtelingen keerden terug, de intern-Bosnische grens werd allengs poreuzer, gemeenschappen leerden weer met elkaar om te gaan – maar op het niveau van de staat bleef het wederzijdse wantrouwen – om niet te zeggen: de wederzijdse vijandschap – bestaan, reden voor de internationale gemeenschap om `Dayton' op de helling te zetten. Gisteravond hebben de Bosnische Serviërs zich, boos en vol vrees, daarbij neergelegd.