Nu is bekend wat Bot echt vindt

Minister Bot (Buitenlandse Zaken) plaatste gisteren in de Tweede Kamer vraagtekens bij de juistheid van de Amerikaans-Britse inval in Irak in 2003. De coalitiepartijen waren onaangenaam verrast. Bot slikte later zijn woorden in.

Geheel onverwachts sneuvelde gisteren een heilige koe van Nederlands buitenlands beleid: ,,Misschien niet verstandig'' noemde minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) de Amerikaans-Britse inval in Irak in 2003, waaraan de Nederlandse regering van dat moment `politieke steun' had verleend. Met name bij de coalitiepartijen CDA en VVD ontstond over deze uitlatingen grote commotie. Daarop overlegde Bot telefonisch met premier Balkenende, die nog in Afrika was. En ten slotte deed de minister in een tv-uitzending zijn best zijn opmerkingen zoveel mogelijk in te slikken: ,,Ik heb nooit gezegd of willen zeggen dat wij de inval in Irak niet gerechtvaardigd achten''.

Omdat een Nederlandse minister staatsrechtelijk verplicht is te staan voor het beleid van zijn voorgangers in het onderhavige geval CDA-partijgenoot De Hoop Scheffer zei Bot voor de televisie dat hijzelf als het nu 2003 was, ,,precies hetzelfde besluit genomen zou hebben''. Of dat démenti voldoende is om de gemoederen tot rust te brengen was vanochtend nog de vraag: premier Balkenende en Bot moesten vanmiddag voor een spoeddebat naar de Tweede Kamer komen.

Blijft het feit dat sinds gisteren bekend is wat de huidige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken denkt over de inval in Irak: niet verstandig geweest. Want ofschoon Bot zich dus, uit praktisch-politieke overwegingen, distantieerde van zijn eigen woorden in de Tweede Kamer, hadden zijn uitlatingen aldaar weinig te raden overgelaten. Voor de tv-camera toonde Bot zich een beetje verbaasd over de felle reacties: ,,Als je zindelijk politiek met elkaar wilt spreken, dan moet je ook eens een keer zo'n vraag kunnen opwerpen zonder dat er meteen verkeerde conclusies aan worden verbonden''.

Bot deed zijn uitlatingen in een overleg met de Tweede Kamer. Het ging om de evaluatie van het werk van de Nederlandse troepen in de Irakese provincie Al Muthanna, en met name Kamerlid Koenders (PvdA) verweet de minister het Nederlandse optreden aldaar niet te willen plaatsen in het bredere verband van de rampzalige ontwikkelingen in Irak sinds de Amerikaans-Britse inval. Na een aantal malen te hebben herhaald dat de Nederlandse troepen in `hun' provincie goed werk hadden gedaan, nam Bot plotseling de handschoen op en wierp zelf de vraag op ,,of het verstandig was dat er een inval door de bezettingsmogendheden heeft plaatsgevonden''. Om die vraag vervolgens zelf te beantwoorden: ,,Het antwoord zou kunnen zijn dat het niet verstandig is geweest en dat er met andere middelen, met diplomatieke middelen, meer bereikt had kunnen worden en dat het misschien beter was geweest nog eens een verder onderzoek in te stellen''.

De Kamerleden waren zichtbaar verrast door deze uitlatingen: de PvdA en GroenLinks aangenaam, de VVD en het CDA onaangenaam. Bot legde ook in de Kamer al uit dat het er hem niet om ging de kabinetsbeslissing aan te vechten, evenmin als de formeel-juridische onderbouwing van de Amerikaans-Britse inval van 2003. ,,Toen kon in het licht van de Veiligheidsresoluties en de vele vragen waarop Saddam geen antwoord had gegeven, het ingrijpen van de VS en het Verenigd Koninkrijk gebillijkt worden''. Maar daar hield de waardering van Bot voor wat er toen gedaan en besloten was ook wel mee op. ,,Met achterafwijsheid, en wetend wat de echte situatie was, kun je zeggen dat er een betere oplossing was geweest''.

[Vervolg MINISTER BOT: pagina 2]

MINISTER BOT

Bot: kwestie-Irak is een les voor de toekomst

[vervolg van pagina 1]

De gang van zaken in 2003 moet ook, vond Bot 's middags in de Kamer, een les zijn voor soortgelijke situaties in de toekomst, bijvoorbeeld wanneer de Verenigde Staten hun geduld zouden verliezen met de Europese pogingen Iran te laten afzien van de ontwikkeling van een eigen kernwapen en een inval in Iran zouden voorstellen, naar analogie van de wijze waarop Irak in 2003 plaatsvond omdat zich daar massavernietigingswapens zouden bevinden. Zoals bekend zijn die nooit gevonden. Bot: ,,Als wij in de toekomst weer met een dergelijke situatie geconfronteerd zouden worden, zouden we goed moeten bekijken of wat we over Iran voorgeschoteld krijgen zo deugdelijk is dat we er politieke steun aan kunnen verlenen''.

Vervolgens refereerde Bot aan het optreden van de toenmalige Amerikaanse minister Powell, die in 2003 met veel omhaal van kaarten en foto's de Veiligheidsraad van de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak poogde te overtuigen informatie die achteraf ondeugdelijk zijn gebleken. De manier waarop Powell na zijn aftreden verleden jaar afstand heeft genomen van zijn eigen optreden noemde Bot overigens ,,te makkelijk''.

Binnen enkele minuten was de politieke heisa over deze opmerkingen een feit. Het Kamerlid Van Baalen (VVD) was ,,kwaad'' over Bots opmerkingen, de PvdA'er Koenders was er `blij' mee, GroenLinks kondigde aan premier Balkenende naar de Kamer te roepen om te vragen of deze zich aansloot bij de nieuwe inzichten van Bot, CDA-fractievoorzitter Verhagen verklaarde voor een tv-camera met ingehouden woede dat hij aannam dat Bot zich aan een ,,slip of the tongue'' had bezondigd een uitvlucht die Bot 's avonds dankbaar overnam.

De opwinding laat zich uitsluitend door Haags-politieke dynamiek verklaren, want in binnen- en buitenland is er nauwelijks meer iemand te vinden die vindt dat de inval in Irak wél een goed idee geweest is is het niet in het licht van de latere gebeurtenissen in dat land, dan toch wel omdat de door de VS beloofde massavernietigingswapens non-existent bleken te zijn. De door PvdA-leider Bos in 2003 geuite twijfels over de politieke steun aan de Amerikaans-Britse inval was destijds één van de argumenten waarmee het CDA verdere formatiebesprekingen met de PvdA afbrak, en met de VVD (en later D66) verder ging. D66-leider Dittrich geen deelnemer aan het kabinet Balkenende I en in 2003 tegen de inval was gisteren overigens enthousiast over Bots nieuwe benadering, voordat de minister deze inslikte.

Dat de PvdA buiten de regering bleef in 2003 heeft directe gevolgen gehad voor het parlementair draagvlak van onderdelen van het Nederlandse Defensiebeleid. Enkele jaren geleden was het nog gebruikelijk dat de inzet in het buitenland van Nederlandse troepen, vooral wanneer het gevaarlijke missies betrof, liefst door een zeer brede Kamermeerderheid van bijvoorbeeld alle grote partijen gesteund moesten worden. Maar sinds 2003 stemt de PvdA tegen sommige missies, zoals de inzet van speciale eenheden in het Zuiden van Afghanistan, omdat daar de mensenrechten geschonden zouden kunnen worden.

In arren moede luidt thans de doctrine van het kabinet, dat voor zulke missies de instemming van een kleine Kamermeerderheid voldoende is. Inmiddels moeten er in deze sfeer echter beslissingen worden genomen over de inzet van Nederlandse militairen op een Provincial Reconstruction Team in de oorlogsgebieden rond Kandahar in Zuid-Afghanistan bijvoorbeeld die over de verkiezingen van 2007 heenreiken, en dus een rol zouden kunnen gaan spelen bij eventuele formatie-onderhandelingen met de PvdA.

Minister Bot lijkt dit alles zelf niet zeer te beroeren: als voormalig carrièrediplomaat koestert hij vermoedelijk geen verdere politieke ambities en de partijpolitiek, ook die van zijn eigen CDA, kan hem maar matig boeien. Al eerder heeft hij over de toekomst van de Navo bijvoorbeeld opmerkingen gemaakt die strikt genomen niet het kabinetsstandpunt waren. Geen daarvan verwekte echter zoveel ophef als de voetnoot die Bot gisteren bij het verleden plaatste. Een strikt genomen voor het Nederlandse standpunt van 2003 irrelevante voetnoot bovendien: de VS en het Verenigd Koninkrijk trokken namelijk wel ten strijde vanwege de aanwezigheid van massavernietigingswapens maar de Nederlandse steun aan hun veldtocht werd merkwaardigerwijze niet met die wapens gemotiveerd, maar met meer dan honderd vragen die Saddam over die wapens niet had willen beantwoorden.

hoofdartikelpagina 9