Niemand weet of kabel duur is

De politiek is in de ban van het kabeltarief. Sinds 2000 betalen tv-kijkers 50 procent meer. Maar of de huidige tarieven excessief zijn, moet nog blijken.

Was het eerst een enkele gemeente die naar de rechter stapte om een tariefsverhoging voor kabeltelevisie te blokkeren, inmiddels is het kabeltarief uitgegroeid tot een kwestie van nationaal formaat. Toen Nederlands grootste kabelbedrijf UPC vorige maand van plan leek zijn tarieven te verhogen, waarschuwde minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) publiekelijk dat de kabelaar ,,op zijn tellen moest passen''. Sindsdien is dezelfde bewindsman herhaaldelijk naar de Tweede Kamer geroepen. Is er wel iets aan de hand?

Terwijl een pakket van zo'n dertig zenders in 2000 gemiddeld nog geen 10 euro kostte, zijn de meeste tv-kijkers daar nu zo'n 15 euro aan kwijt. Volgens kabelbedrijven is dit vanwege de gestegen kosten en maakten ze tot voor kort geen winst op tv-doorgifte.

Of dat klopt, of dat we te veel betalen, wil telecomtoezichthouder Opta komend jaar onderzoeken. In mei concludeerde de Opta dat de markt voor televisie-doorgifte onvoldoende concurrerend is. De kabelbedrijven hebben een machtspositie en zouden zich schuldig kunnen maken aan het vragen van excessieve prijzen en het verlenen van kruissubsidie. Dit laatste betekent dat klanten die alleen televisie kijken, meebetalen aan investeringen in andere, nieuwe diensten. Vandaar dat de Opta kabelbedrijven verplichtingen wil opleggen. Of dat mag, wordt nu onderzocht door de Europese Commissie.

Als de Opta toestemming krijgt van Brussel, wil het een maximum instellen dat kabelbedrijven mogen vragen voor het standaard televisiepakket van ongeveer 30 zenders. Dat tarief moet gebaseerd zijn op de kostprijs, vermeerderd met een ,,redelijk rendement''. Als Brussel het fiat geeft, kan de Opta het onderzoek naar de kosten van de kabelbedrijven beginnen en kan ze de kabelaars opdragen de huidige tarieven te bevriezen.

Tot zover is iedereen – met uitzondering van de kabelaars – tevreden. Als de tarieven werkelijk te hoog zijn, gaat de Opta daar iets aan doen. Toch doemde net voordat de Opta het besluit naar Brussel stuurde, een probleem op. De Opta bleek de mogelijkheid open te hebben gelaten dat in het maximumtarief ook een deel van de kosten wordt opgenomen die nodig zijn om het kabelnetwerk geschikt te maken voor digitale diensten, zoals digitale tv, breedbandinternet en telefonie. Zo zouden kabelklanten met alleen een simpel tv-abonnement meebetalen aan een netwerkmodernisering die voor hen niet nodig is.

Een schande, vond de Tweede Kamer. Volgens hen is dit kruissubsidie en zit de toezichthouder fout. De Opta zegt dat het hiervoor heeft gekozen om de ,,technologische vooruitgang'' van digitalisering niet te frustreren. Andere kosten voor digitale diensten – `gratis' decoders, themakanalen, kosten voor telefonie – mogen de kabelaars niet doorberekenen.

Of het dubbeltjes of euro's worden die de analoge abonnee straks zou meebetalen aan de digitalisering van het netwerk, weet niemand nog. Desondanks heeft de Kamer vorige week een motie aangenomen waarin ze Brinkhorst vraagt de Opta terug te fluiten. Hij is dat niet van plan. De Opta is niet voor niets onafhankelijk, zegt de minister. Wel heeft Brinkhorst toegezegd te kijken of hij kan zorgen dat er meer duidelijkheid komt over uit welke kosten het kabeltarief is opgebouwd. De discussie hierover is nog niet afgerond.

In hoeverre tv-kijkers worden afgezet met het huidige kabeltarief, wordt pas duidelijk als de Opta zijn onderzoek heeft afgerond. Wel kwam de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) vorige week al met de uitkomsten van een onderzoek naar de prijzen van UPC en Casema in de afgelopen vijf jaar. Dat begon ze begin 2004, na klachten van consumenten. De conclusie luidt dat er de afgelopen vijf jaar geen wanverhouding was tussen de kosten en tarieven van de kabelaars, en dat de tarieven dus niet buitensporig hoog zijn. Maar deze conclusie van de ,,nationale monopolie-autoriteit'' werd door de Kamer weggehoond.