Nederland op kop bij liberalisering

Nederland loopt binnen Europa voorop bij het vergroten van de concurrentie binnen beroepsgroepen als advocaten, notarissen, ingenieurs, architecten, apothekers en accountants.

Nederland heeft, net als Denemarken en Groot-Brittannië overigens, veel regels geschrapt die de concurrentie binnen deze groepen belemmeren. Dat schrijft de Europese Commissie in een voortgangsverslag over mededinging op het gebied van de professionele dienstverlening.

De Europese Commissie houdt sinds 2004 bij hoe de individuele lidstaten omgaan met regelgeving die concurrentiebeperkend zijn voor de commerciële dienstverlening. Daarbij richt de Europese Commissie zich op de zes genoemde beroepsgroepen.

Commerciële dienstverlening is volgens de Europese Commissie een `sleutelsector' voor de Europese economie. Concurrentiebevorderende hervormingen betekenen voor de economie meer groei en voor de consument lagere kosten. Tegelijkertijd, zo constateert de commissie, vergen dergelijke hervormingen krachtige politieke steun. Ze doet een oproep aan de lidstaten om modernisering van regelgeving op te nemen in de nationale programma's voor de uitvoering van de 'Lissabon-agenda'. Deze moet de economische positie van Europa op het wereldtoneel versterken.

Tot de landen die nauwelijks vorderingen hebben geboekt, behoren Tsjechië, Cyprus, Finland, Griekenland, Malta, Spanje en Zweden. Denemarken, Nederland en Groot-Brittannië horen tot de landen met de minste regelgeving. In die landen, aldus de Europese Commissie, bestaat er nauwe samenwerking tussen de nationale mededingingsautoriteiten en de overheid. Eerst zijn de vaste prijzen en beperkingen op het maken van reclame aangepakt, voordat ingrijpender structurele hervormingen binnen de beroepsgroepen werden doorgevoerd.