Kinderopvang op school wordt recht

Het kabinet wil ouders met kinderen die naar de basisschool gaan, vanaf 1 januari 2007 het recht geven om van de school te eisen dat deze tussen half acht 's morgens en half zeven 's avonds zorgt voor kinderopvang.

Minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) en minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) hebben hierover een voorstel op hoofdlijnen uitgewerkt dat morgen wordt besproken in de ministerraad.

Bronnen rond het kabinet verwachten dat er morgen ook een besluit over zal worden genomen, omdat er binnen de coalitie van CDA, VVD en D66 overeenstemming over zou bestaan. De details zullen dan in het najaar in wetgeving worden uitgewerkt.

Het kabinet wil ouders een `opeisbaar recht' geven op kinderopvang. Alleen als ouders zich op dit recht beroepen, moeten scholen opvang gaan bieden. De scholen mogen zelf bepalen hoe ze de opvang regelen: ze zouden dit volledig zelf kunnen doen, binnen het schoolgebouw, maar ze kunnen dit ook uitbesteden, bijvoorbeeld aan een bestaande (commerciële) instelling voor buitenschoolse opvang.

De ministerraad neemt morgen naar verwachting ook een besluit over de besteding van 70 miljoen euro van de extra 200 miljoen euro die volgend jaar wordt uitgetrokken voor de kinderopvang. Van dit bedrag is al voor 130 miljoen euro een bestemming gevonden. Deze wordt omgezet in de overheidsbijdrage voor kinderopvang die ouders via de belastingdienst ontvangen. Met name de middeninkomens profiteren hiervan. Of de 70 miljoen euro gebruikt zal worden voor de voor- en naschoolse opvang van kinderen door scholen, is nog niet duidelijk.

Bij de Algemene politieke beschouwingen, twee weken geleden, diende VVD-fractieleider Van Aartsen samen met PvdA-leider Bos een motie in met het verzoek aan de regering om scholen te verplichten voor voor- en naschoolse opvang te zorgen. Een meerderheid in de Tweede Kamer, uitgezonderd de CDA-fractie en de kleine christelijke partijen, stemde hiermee in. Bewindslieden van het CDA lieten weten dat zij de bedoeling achter het plan sympathiek vonden, maar zij wezen op praktische bezwaren.

Premier Balkenende zei dat er geen geld voor is en minister Van der Hoeven (Onderwijs) schreef op haar weblog dat leraren niet als kinderoppas mogen fungeren. Vanuit het onderwijs kwam eveneens kritiek. Zo zouden lang niet alle schoolgebouwen geschikt zijn en er zou een tekort zijn aan gekwalificeerd personeel.

Van Aartsen noemde de kritiek uit CDA-hoek ,,kwaadaardig'' en ingegeven door ,,onuitgesproken overwegingen'' van gezinspolitiek. Volgens de VVD'er maakte Van der Hoeven een ,,karikatuur'' van zijn voorstel door ten onrechte te beweren dat de VVD leraren wil veroordelen tot de rol van kinderoppassers. Ook ontkende Van Aartsen dat hij van plan zou zijn ,,een blik uitkeringsgerechtigden open te trekken, zoals wel wordt beweerd''.