Het gelijk van Bot

Met zijn uitlatingen over de oorlog in Irak heeft minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) weliswaar de politieke mores geschonden – een bewindspersoon valt het kabinetsbeleid niet af – maar ze zijn prikkelend en geven te denken. Niet alleen over de kwestie-Irak en de Nederlandse opstelling daarin, maar vooral over toekomstige militaire operaties. Bijvoorbeeld in Iran of Afghanistan. Bot zei gisteren letterlijk in de Tweede Kamer dat achteraf bekeken ,,de vraag gesteld kan worden of het verstandig was dat er een inval door de bezettingsmogendheden heeft plaatsgevonden''. Op een reactie van het Kamerlid Koenders (PvdA) verduidelijkte hij voorzichtig dat de inval in Irak ,,niet verstandig is geweest, dat er misschien met andere (...) diplomatieke middelen meer bereikt had kunnen worden'' en dat verder onderzoek naar Iraakse massavernietigingswapens wellicht beter was geweest.

Het is ongebruikelijk en in politiek Den Haag niet gewenst dat een minister kritiek uitoefent op het kabinetsbeleid waarmee hij zelf hoort in te stemmen. Nederland besloot in maart 2003 de oorlog tegen Irak politiek te steunen omdat de Iraakse leider Saddam Hussein VN-resoluties schond en omdat volgens het kabinet gegronde vragen bleven bestaan over massavernietigingswapens. Een meerderheid in de Tweede Kamer steunde het kabinet. Bot blikt nu terug en ziet dat het niet goed was.

Of hier sprake is van een bewuste of spontane ontboezeming doet aan de inhoud van de uitspraken niets af. De diplomaat Bot is geen volbloed politicus, maar hij zou zich toch moeten realiseren dat men als bewindsman ten overstaan van de Tweede Kamer niet uit de losse pols over Irak kan filosoferen. Buitenlands beleid en de uitleg daarvan voor volksvertegenwoordigers en de pers zijn geen gescheiden circuits meer. Voor publieke diplomatie en politiek besef scoorde de bewindsman gisteren dan ook onvoldoendes. Later nuanceerde hij zijn opmerkingen, maar toen was de geest al uit de fles.

Daartegenover staat: Bot is tenminste eerlijk. Bovendien heeft hij gelijk. Gezien het belang van militaire acties in het buitenland waarbij Nederland direct of indirect betrokken is of wordt, zouden zijn opmerkingen eerder aanleiding moeten geven tot een serieus debat over hoe en waarom een land ten oorlog trekt, dan tot politiek gehakketak. Hoe begrijpelijk dat laatste ook is. Bot bracht zelf in dit verband Iran ter sprake. In dit dossier moet volgens hem ,,heel zorgvuldig'' worden bekeken of de inlichtingen die men krijgt wel deugen. Over Irak klopte daar weinig van: veel van de gegevens bleken aangedikt, onbetrouwbaar of onjuist. Al in 2003 kwam de Nederlandse Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst in rapportages aan het kabinet tot andere conclusies over de massavernietigingswapens dan president Bush en premier Blair presenteerden.

Kortom, er is reden genoeg om achterdochtig te zijn. Preventief oorlogvoeren met ondeugdelijke argumenten op basis van onbetrouwbare inlichtingen is riskant en ongewenst. Of het nu in Irak, Iran of een ander land is. De visie hierop van minister Bot is interessant genoeg om te vernemen. Zijn presentatie gisteren kon beter, maar zijn gelijk is van groter gewicht.