Het beeld

De overeenkomst tussen minister Bot (CDA, BZ) en ex-premier Van Agt (CDA, 1977-1982) is dat ze allebei achteraf gezien vinden dat een kwestie in het Midden-Oosten beter anders opgelost had kunnen worden: de Amerikaanse invasie in Irak (2003) en de Europese houding ten aanzien van het Israëlisch-Palestijnse conflict.

,,Die vraag mislukt'', antwoordde Van Agt ijzig gisteren in Profiel (KRO), toen samensteller en interviewer Coen Verbraak wilde weten wat Van Agt zijn partijgenoot en premier Balkenende zou adviseren. De voormalige minister-president had naar zijn smaak al genoeg afstand genomen van het CDA, waaraan hij nog wel contributie betaalt, maar waarvan hij zich in de praktijk even ver verwijderd heeft als eerder de oude Drees van de PvdA.

Daarentegen zagen we Van Agt, die zegt Balkenende twee keer te hebben ontmoet, wel hartelijk zoenen met Femke Halsema, op een bijeenkomst van GroenLinks.

Profiel, de reeks portretten van opmerkelijke landgenoten, is een serie van sterk wisselende kwaliteit. Deze aflevering was fascinerend. Het gesprek in Van Agts tuin werd afgewisseld met archiefbeelden en impressies als het in ontvangst nemen van een glas thee van een als bedoeïen verklede figurant in het bijbelse openluchtmuseum naast zijn huis in Heilig Landstichting, achter Nijmegen.

Voor een juiste appreciatie moest de kijker wel een beetje begrijpen wat de gevoelswaarde van Van Agt in de jaren zeventig was. De in archaïsche volzinnen sprekende hoogleraar, naar eigen zeggen ,,een jurist in alle vezelen van mijn lichaam'', diende destijds als boeman van links, vooral ten aanzien van levensbeschouwelijke kwesties als abortus en euthanasie. Nu zegt Van Agt dat christenen geen monopolisten van het goede zijn.

Ook stelt de vice-premier onder Den Uyl (PvdA) in het meest linkse kabinet uit de Nederlandse geschiedenis (1973-1977), een wrok tegen de socialisten te hebben ontwikkeld, leidend tot de overstap naar een coalitie met Wiegels VVD, na de felle kritiek van PvdA-woordvoerder Kosto op zijn persoon in de zaak-Menten (1976-77): Van Agt zou als minister van Justitie onbekwaam zijn geweest bij de opsporing van een oorlogsprofiteur. Nu schiet hij nog vol vuur als hij zegt dat PvdA-fractieleider Van Thijn volledig op de hoogte was geweest van die aanval.

Kennelijk, zo constateert ook Verbraak, had Van Agt iets ongemakkelijks in de omgang met de erfenis van de Tweede Wereldoorlog. Vlak na zijn aantreden op Justitie in 1973 wekte hij met de voorgenomen vrijlating van de Drie van Breda, drie tot levenslang veroordeelde oorlogsmisdadigers, de woede van weldenkend links. Van Agt maakte het nog bonter door op een persconferentie zich te onderscheiden van zijn voorgangers Polak (VVD) en Samkalden (PvdA), als ,,jongere en Ariër''. Het zou wel eens kunnen zijn dat Van Thijn en Kosto hem die faux pas nooit hebben vergeven. Verbraak had op z'n minst voor de goede orde voorzichtig moeten vragen of de huidige woede van Van Agt jegens Israël volledig losstaat van de eerder gewekte wrok over en weer. Het zou paranoïde kunnen klinken, maar Van Agt zegt ook ,,half voor de grap'' dat hij vermoedt dat zijn telefoon wordt afgeluisterd.