`Europa moet het abnormale accepteren'

Europa moet niet op kosten willen concurreren, maar op kennis en creativiteit en de opvallende producten die daaruit voortkomen. Daar is de Zweedse econoom en auteur Kjell Nordström van overtuigd. ,,We moeten de poorten wijd openzetten voor talent uit het buitenland.''

Wil Europa blijven concurreren met Amerika en Japan, dan zal er in ieder geval één ding moeten gebeuren. ,,Europeanen moeten het abnormale accepteren'', zegt de Zweedse econoom Kjell Nordström (47), die verbonden is aan de Stockholm School of Economics en over de hele wereld als consultant over innovatie wordt gevraagd. ,,In Nederland zeggen jullie: `doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg'. Wij in Zweden hebben een soortgelijke zegswijze: `ik ben net zo goed als jij'. Het belang dat wij hechten aan gelijkheid vind je overal in terug. Hoe we mensen betalen – we hebben een redelijk platte beloningsstructuur. Hoe we leven – we worden niet geacht onze rijkdom te tonen. Het is onze geschiedenis, zo zijn we gevormd. Maar dat gelijkheidsdenken nekt elke creativiteit, en die heb je hard nodig in een kenniseconomie.''

Kjell (spreek uit als sjell) Nordström werd beroemd met het boek Funky Business dat hij vijf jaar geleden schreef samen met collega Jonas Ridderstråle. Daarin beschrijven ze hoe westerse bedrijven steeds afhankelijker worden van het menselijk kapitaal. Het draait niet meer om machines, maar om hersenen. Het zijn de creatieve geesten die zoiets als een mobiele telefoon verzinnen, een hip koffiezetapparaat, een hybride auto. Zij creëren waarde voor het bedrijf. ,,En dat beseffen ze goed. Daarom willen ze een stuk van de taart. Aandelen, zeggenschap. Het is eigenlijk een Marxistische grap. De werknemers krijgen een stem. Je ziet het overal, bij banken, vliegtuigmaatschappijen. In Zweden hebben we een soort Rabobank, de Svenska Handelsbanken, die al voor dertig procent in handen van de werknemers is. Ik verwacht dat die trend zich doorzet'', zegt Nordström.

Deze week gaf hij aan de Hogeschool Arnhem/Nijmegen (HAN) een creative masterclass, de eerste in een reeks die de HAN samen met NRC Handelsblad organiseert. Ze gaan allemaal over creativiteit. Bijvoorbeeld over het belang ervan voor economische ontwikkeling, en het managen ervan. Over twee maanden spreekt de Amerikaanse hoogleraar economie Richard Florida, die benadrukt dat steden hun economische positie kunnen versterken als ze creatief talent trekken.

Op het balkon van zijn hotelkamer kijkt Nordström uit over Arnhem, en een donkere Rijn. Het is laat in de avond. Hij loopt naar binnen, steekt een sigaret op en praat verder over de Europese afkeer van rijkdom. ,,We kunnen moeilijk overweg met mensen die anders zijn en boven het maaiveld uitsteken. Kijk naar Björn Borg. Toen zijn succes kwam met tennis werd hij populair. Maar toen hij extreem succesvol werd in zaken, wilde het volk hem niet meer. Mijn hemel, dit is iemand die vijf keer Wimbledon heeft gewonnen! En daarna veel succes had met zijn modelijn. Is het abnormaal dat je dat viert met een paar glazen champagne?''

In de kenniseconomie draait het om talent, benadrukt hij. ,,Om mensen met ideeën, met durf. Het mooie is, talenten zitten overal. Over de hele wereld. Je moet ze naar je toe zien te halen. Maar Europa slaagt daar niet in. Waarom niet? We geven de verkeerde signalen af. Het maakt niet uit of je een kernfysicus of een chauffeur uit Rusland bent, hier maak je hotels schoon. Kijk naar Siemens. Dat is een enorm bedrijf met 450.000 werknemers. Het zit over de hele wereld. Maar wie zitten er in de raad van bestuur? Alleen Duitsers. Bij veel Europese bedrijven is het zo. Alleen mensen met de eigen nationaliteit bereiken de top. Wat is dat in hemelsnaam voor een signaal: als je buitenlander bent en talent hebt, ga dan maar ergens anders naartoe, want hier maak je het toch niet.

,,Geen wonder dat ze allemaal naar Amerika gaan. Daar hebben ze de poorten wagenwijd openstaan. Iedere burger kan er binnen een jaar of vijf de top bereiken. Daar is het hele systeem op ingesteld.'' Nordström ziet Amerika ook niet als een land, maar als een idee, zegt hij. ,,En het werkt. Ze komen er allemaal op af, Chinezen, Iraniërs, Russen, Taiwanezen. Maar hier? Finland of Zweden verkoopt geen droom. Het zijn landen, met hun eigen manier van eten, huilen, argumenteren, vechten. Wil je Fins of Zweeds worden dan duurt dat drie generaties. Andere Europese landen hebben hetzelfde probleem.

,,Willen we dat veranderen dan moeten we de poorten wijd openzetten voor buitenlands talent. Daarvoor is het wel nodig om hard en duidelijk te zijn over jezelf, over wat buitenlanders bij ons kunnen verwachten. Dat is ook wat Ayaan Hirsi Ali zegt, en ik ben het met haar eens.''

Door de nadruk op kennis en opleiding, zal de sociale ongelijkheid toenemen. Moeten we dat dan ook maar accepteren?

,,Daar worstelt Europa erg mee. We willen geen ongelijkheid. Maar het staat vast dat er in een kenniseconomie veel vraag zal zijn naar hogeropgeleiden. Daardoor stijgen hun lonen en nemen de verschillen met de lagere inkomens toe. De ongelijkheid zal daarmee stijgen. Daar wordt weinig over gesproken. Ik geef toe, dit is een heel moeilijke kwestie.''

Heeft u een oplossing?

,,Ja. Nee. Een beetje. Nu innoveren we minder dan Amerika. Dat moet anders. We moeten niet gelijk zien te komen met Amerika, we moeten het land zelfs voorbij gaan. Méér innoveren. Alleen dat levert voldoende inkomsten op om onze dure welvaartsstaat te blijven financieren.''

En daarom moeten we de ondernemers, de creatieven, meer de ruimte geven?

,,We moeten accepteren dat ze niet doorsnee zijn. Ik ken een Brits onderzoek naar selfmade miljonairs. Mensen die hun rijkdom zèlf hadden verworven, en dus niet hadden gewonnen of geërfd. Veertig procent bleek dyslectisch! Dat maakt hen anders. Misschien kijken ze op een heel andere manier naar problemen, wie weet.''

Kunnen eenlingen werkelijk zoveel verschil maken?

,,Neem BMW. Zo'n vijftien jaar geleden kregen ze daar in de gaten dat ze het met geavanceerde technologie alléén niet zouden redden tegen de toenemende concurrentie uit Amerika en Japan. Ze besloten zich meer op vorm te gaan toeleggen. Ze trokken een ontwerper van Fiat aan, Christopher Bangle. Een opmerkelijk iemand. Hij wilde eigenlijk priester worden, maar ging uiteindelijk met vorm en kleur werken. Bangle is een dynamisch persoon, hij gaat graag uit. BMW gaf hem veel vrijheid. Zijn rol bij de hervorming van de autofabrikant kan niet worden onderschat. Nu werken er 250 mensen bij het internationale ontwerpcentrum van BMW.

,,Bij Nokia is hetzelfde gebeurd. Er was een persoon, ik ben zijn naam even vergeten, met het idee om een simpele mobiele telefoon te maken die je met één hand kunt bedienen. Hij is extreem belangrijk geweest voor Nokia.''

Nordström en Ridderstråle hebben inmiddels een vervolg geschreven op hun eerste boek. Met een even pakkende titel: Karaoke Capitalism. Het kwam twee jaar geleden uit, en is geschreven in dezelfde snelle taal, met uitstapjes naar de filosofie, het darwinisme, de filmwereld. Het gaat deels over hetzelfde thema. De huidige zakenelite aapt elkaar alleen maar na – de auteurs noemen dat `de karaoke club' – terwijl westerse bedrijven zich juist moeten onderscheiden. Daar draait het om in een kenniseconomie. Kennis moet worden omgezet in nieuwe, opvallende producten. Concurreren op kosten is niet langer de drijfveer, zoals dat in een industriële economie geldt. Want daar verliezen de westerse landen het toch van lage-lonen landen als China, India, Polen.

Maar Karaoke Capitalism gaat over meer. Over globalisering, individualisering. ,,We wilden de grote veranderingen in onze westerse samenleving beschrijven. Niet om er een oordeel over te vellen, want er is geen goed of fout.'' Nordström noemt een voorbeeld: ,,De huishoudens in Stockholm bestaan voor 66 procent uit alleenstaanden. In Amsterdam is dat 61 procent. De familie vormt hier niet langer de eenheid van analyse. Dat heeft bijvoorbeeld gevolgen voor de rechtspraak in westerse landen, want twintig procent van de wetboeken draait om het familierecht?''

Dat mensen alleen wonen betekent toch niet dat ze individualistisch zijn?

,,Door het succes van ons eerste boek heb ik veel kunnen reizen. Ik kwam veel in gesprek met antropologen en zoölogen. Die blijven me vertellen dat al dat gepraat over individualisme-gedoe een hoop onzin is. In isolement sterft de mens. We zullen altijd samenklonteren, alleen gebeurt dat tegenwoordig niet altijd meer in het gezin. Als het maar een ander mens is, met een warm lichaam. Iemand waarmee je kunt praten, die je kunt knuffelen, waarmee je je verwant voelt. Er ontstaan nieuwe `stammen'. De homoseksuelen vormen zo'n stam, met hun eigen codes. Hetzelfde geldt voor de financiële wereld. Deze gemeenschap heeft ook strenge moderegels en kledingvoorschriften. Je kunt waarschijnlijk op een afstand zien of het iemand van Morgan Stanley is of van HSBC.''

Toch weer even terug naar Europa. Het World Economic Forum presenteerde vorige week zijn jaarlijkse lijst van meest competitieve landen ter wereld. Finland staat op één, Amerika op twee en Zweden op drie. Zo slecht doen we het blijkbaar toch niet.

,,Voor Zweden geldt: na twintig jaar lijden. Begin jaren zeventig behoorden we tot de rijkste drie landen ter wereld. De publieke sector was modern, alles was tiptop in orde. Toen kwam de oliecrisis. Die raakte ons bijzonder hard. Maar de overheid reageerde kalm. Geen paniek, zei ze. Wij steunen de bedrijven én onze publieke sector. In 1977 kwam er weer een oliecrisis. Begin jaren tachtig waren de staatschulden zo hoog opgelopen dat een hervorming onvermijdelijk was. Op de lijst van meest competitieve landen waren we toen al gezakt naar de twintigste plek. Ons belastingsysteem ging op de schop, het pensioenstelsel werd aangepast. Vroeger kreeg je een vast bedrag, nu hangt je pensioen samen met de economische toestand van het land. Publieke bedrijven zijn geprivatiseerd. De laatste hervorming komt volgend jaar. Dan gaat de sociale veiligheid op zijn kop. Handige mensen kunnen nu een inkomen bij elkaar versieren zonder te hoeven werken. Ik noem ze `sociale entrepeneurs'. Maar daarvoor is het systeem niet bedoeld.

,,Een land als Duitsland staat nu ook voor ingrijpende hervormingen. Het pensioen, de belastingen, de invloed van de vakbonden. Het moet allemaal anders. Helaas biedt de uitslag van de laatste verkiezingen weinig hoop, omdat geen enkele partij een duidelijke meerderheid heeft gehaald. Dat voordeel hadden wij in Zweden destijds wel. De sociaal-democraten hadden de meerderheid en kregen zo het mandaat om hervormingen af te dwingen.''

Nederland heeft, net als Finland, een innovatieplatform ingesteld dat wordt voorgezeten door de minister-president. Het platform heeft aangegeven in welke sectoren Nederland zich moet specialiseren. Wat vindt u van zo'n initiatief?

,,Is het de taak van de overheid om innovatie zo sterk te sturen? Ik betwijfel het. Het klinkt mij te zeer als een planeconomie in de oren. Innovatie kun je niet afdwingen. Zo breng je geen iPod's voort. Niemand had Silicon Valley kunnen voorspellen. Dat ontstaat op een gegeven moment. Ik begrijp niet hoe mensen kunnen geloven in afgedwongen innovatie. Zo werkt het gewoonweg niet.''

,,Bedrijven moeten meer ruimte geven aan mensen met ideeën. Concerns als 3M en Hewlett-Packard doen dat al. Bedrijven moeten ook duidelijke uitgangsprincipes kiezen, die als een soort gids dienen. Nokia wil `mensen verbinden'. Verder moet het management zijn aanpak veranderen. Nu zijn ze erop gericht geen fouten te maken, maar ze moeten juist fouten willen maken. Dat schrijven we ook, winnaars maken meer fouten.''

En de toekomst van Europa?

,,Ik hoop dat de nieuwe lidstaten een turbo zullen zijn voor West-Europa. Er gebeuren daar interessante dingen. Estland heeft enorme vooruitgang geboekt. Het komt uit een planeconomie met een grote publieke sector voort. Het land heeft nu een vast belastingtarief, een flat tax, van 25 procent. Het heeft de hoogste breedbandpenetratie binnen de EU. En het idee om voor elkaar te blijven zorgen, is daarbij niet opgegeven. Tsjechië gaat ook snel vooruit. Laat de nieuwe lidstaten een bron van inspiratie vormen. Misschien komt het dan toch goed.''