Doener en denker over beter toezicht

Hij zag de mannen vallen. De managers en commissarissen die begin jaren tachtig van hun voetstuk donderden. Ogem, RSV, de Tilburgsche Hypotheekbank. Ver voordat modern ondernemingsbestuur corporate governance ging heten propageerde Jaap Glasz al een herijking van de rol van de commissarissen die de managers controleren. Al voor de nieuwe schandalen losbarsten (Worldcom, Ahold), was hij een vanzelfsprekende keus als eerste hoogleraar corporate governance (UvA) en later als lid van de commissie-Tabaksblat, die eind 2003 een gedragscode met tanden maakte voor deugdelijk bestuur.

Afgelopen maandag overleed Glasz, op zeventigjarige leeftijd.

Hij wist door de jaren heen een scala aan functies als bestuurder, toezichthouder en politicus (Eerste-Kamerlid voor het CDA) te combineren met 38 jaar advocatenkantoor Van Doorne, onder meer als voorzitter.

Hij was een toezichthouder van het oude stempel met moderne opvattingen. Hij hamerde op verantwoording en de noodzaak de rug recht te houden, maar met de stijl van de adviseur, die (tegengestelde) belangen tussen aandeelhouders, directie en commissarissen liever wil overbruggen, dan aanscherpen. Zijn proefschrift (1995), geschreven aan de keukentafel, heeft blijvende waarde door de beschrijving van de ondernemingscrisis begin jaren tachtig.

Zijn eerste ervaring als commissaris deed hij op in het bedrijf van zijn vader, de Meelunie. Hij kwam op het publieke toneel via de Spaarbank voor de Stad Amsterdam, later Fortis, waar Glasz tien jaar (president-)commissaris was.

Juist met zijn inzet voor culturele instellingen, zoals het Rijksmuseum, en voor maatschappelijke ondernemingen bevorderde Glasz het inzicht dat adequaat toezicht cruciaal is. Hij leidde bijvoorbeeld commissies voor een code voor goed bestuur bij hogescholen en woningcorporaties.