Bedenker van Atomium

Hij was de schepper van het mooiste gebouw van België, en misschien wel van de wereld. Zijn Atomium in Brussel is een monument van vertrouwen in vooruitgang en techniek, maar vooral is het zo'n zeldzaam kunstwerk dat een stad en een land een gezicht geeft.

Ingenieur André Waterkeyn is dinsdag op 88-jarige leeftijd overleden. Zijn 102 meter hoge Atomium bouwde hij in 1958 voor de wereldtentoonstelling in Brussel. De zilverglanzende constructie van negen grote bollen met een diameter van 18 meter stelt een ijzermolecuul voor, 165 miljard maal vergroot. Het was Waterkeyns eigen idee en tot voor enkele jaren ging hij iedere week nog een paar keer kijken bij zijn meesterwerk.

Het verval van het Atomium moet hem pijn hebben gedaan. Het is in de loop van de tijd zo verwaarloosd dat het de laatste jaren zelfs gevaarlijk werd. Er waren in de jaren negentig soms nog exposities te zien in enkele van de bollen en het restaurant was nog prachtig authentiek. De gevaarlijk losrakende aluminium dekplaten namen veel van de betovering weg. Op afstand bleven de glanzende bollen tussen de bomen van het Heizelpark een haast magisch element in de skyline van Brussel. Alsof sciencefiction werkelijkheid was geworden.

Een vast vertrouwen in de vooruitgang was wat André Waterkeyn inspireerde toen hij tien jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog het vergrote ijzermolecuul bedacht als blikvanger voor de Wereldexpo van 1958. IJzer was een van de ingrediënten die de snelle wederopbouw van België en Europa had bewerkstelligd. Als ingenieur bij een metaalbedrijf wist hij er alles van. Bovendien stond eind jaren vijftig het atoomtijdperk voor de deur. Maar een ijzermolecuul was volgens Waterkeyn vooral heel erg mooi.

Na de Wereldexpo werd het Atomium niet afgebroken, al was er geen geld voor het steeds noodzakelijker onderhoud. Waterkeyn was tot zijn 85-ste voorzitter van de raad van bestuur van het Atomium. Vlak voor zijn zoon die functie in 2002 overnam, kon Waterkeyn nog de ingrijpende renovatie aankondigen. In april 2006 gaat het gebouw weer open voor publiek en André Waterkeyn heeft vorige maand nog gezien hoe de laatste nieuwe dekplaat aan zijn bollen werd bevestigd.