`Zo ga je toch niet met je gasten om'

De rechtbank heeft kritiek op de Nederlandse autoriteiten in de zaak-Antonio Bembe. De rechter wil nu ,,volledige openheid''.

Om tien minuten over vijf sluit Miguel Bembe zijn vader Antonio Bento in zijn armen. In afwachting van de voorlopige vrijlating van zijn vader pakte de 30-jarige man op de trap bij de centrale balie van de rechtbank in Den Haag zijn agenda. ,,Mijn vader heeft 130 dagen in de gevangenis gezeten. Terwijl hij op uitnodiging van Nederland naar Den Haag was gekomen om in het geheim te praten over vrede in Cabinda'', legt Miguel Bembe uit. ,,Zo ga je toch niet met je gasten om.'' En een brede grijns siert zijn gezicht.

De rechtbank in Den Haag heeft Antonio Bento Bembe gisteren voorlopig vrijgelaten omdat het ministerie van Buitenlandse Zaken voor de tweede keer heeft verzuimd om volledig antwoord te geven op vragen van de rechtbank. De rechters maken er in de `zaak-Bembe' geen geheim van dat ze veel moeite hebben met de werkwijze van Buitenlandse Zaken. Tijdens de eerste zitting zei rechter G. Strijards al dat hij het ,,heel opmerkelijk'' vindt dat Bembe met medeweten van Buitenlandse Zaken naar Nederland was gekomen om in het geheim besprekingen te voeren over vrede in de Angolese provincie Cabinda en daarna door de Nederlandse politie is opgepakt om te worden uitgeleverd aan de Verenigde Staten.

Gisteren maande voorzittend rechter R. van Rossum het ministerie tot een ,,volledige openheid'' van zaken. ,,Het is zorgelijk dat we die opmerking moeten plaatsen, maar gezien de beantwoording van vorige keer zien we ons genoodzaakt dat te doen.''

Op weg naar een conferentie van de UNPO (een non-gouvernementele organisatie die opkomt voor de rechten van inheemse volken) in het Vredespaleis in Den Haag, werd Bembe in juni aangehouden door de Nederlandse politie. Bij zijn arrestatie was hij in het bezit van een paspoort met zijn foto, maar op naam van Raymond Nzuzi Bavueza. Hij kreeg het van de geheime dienst van Congo-Kinshasa. Zijn gesprekpartners bij Buitenlandse Zaken wisten dat.

Bembe was naar Nederland gekomen om in het geheim te praten over vrede in Cabinda. In deze enclave aan de westkust van Afrika woedt al decennialang een strijd voor onafhankelijkheid. Met de onafhankelijkheid van Angola in 1975 kwam Cabinda, tot dan toe een protectoraat van Portugal, onder Angolees bestuur. Het FLEC, Front voor de Bevrijding van de Enclave Cabinda, waar Bembe secretaris-generaal van is, strijdt voor zelfbeschikking van Cabinda.

Om internationale aandacht op te eisen, ontvoerde het FLEC soms buitenlanders. In 1990 werd de Amerikaan Brent Swan, Chevron-medewerker, vastgehouden in het oerwoud van Cabinda en volgens de Verenigde Staten was Bembe daarbij betrokken. Op verzoek van de VS werd hij vrijdagmorgen 24 juni in Den Haag aangehouden om te worden uitgeleverd. Saillant is dat Bembe op dat moment weer een paar dagen op het nationale opsporingsregister van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) stond. Om onduidelijke redenen heeft hij ook een tijdje niet op deze lijst gestaan.

In 2004 was hij ook naar Nederland gekomen voor vredesbesprekingen. Hij vroeg toen of hij veilig naar Nederland kon komen omdat zijn naam op een internationale opsporingslijst stond in verband met de ontvoering van 1990. Buitenlandse Zaken heeft dit gecontroleerd: zijn naam kwam niet voor in het opsporingsregister en het visum werd verstrekt. Ook dit jaar kreeg Bembe binnen drie dagen een visum.

Nederland wil een bemiddelende rol spelen in het vredesproces, en Bembe was naar Den Haag gekomen op uitnodiging van Kreddha, een onafhankelijke non-gouvernementele organisatie. Gisteren hoorde de rechtbank de executive president van de organisatie, de Nederlander Michael van Walt van Praag, als getuige. Van Walt van Praag had zichtbaar moeite om over zijn organisatie en werkwijze te vertellen. ,,Alles wat ik erover vertel kan beginnende vredesprocessen in gevaar brengen.'' Van Walt van Praag is een expert in internationale conflictoplossing. Zo bemiddelde hij in het langslepende conflict tussen Shell en het Ogoni-volk in Nigeria.

Gefinancierd door Buitenlandse Zaken werd in 2003 begonnen met een project om vrede in Cabinda te brengen. Vorig jaar werd een bijeenkomst in het Brabantse Helvoirt georganiseerd waar ook Bembe aanwezig was. Volgens alle betrokkenen is de secretaris-generaal van de FLEC cruciaal in het vredesproces. Ook deze bijeenkomst werd (mede)gefinancierd door Buitenlandse Zaken.

Voordat Bembe op 24 juni werd gearresteerd had hij, volgens Van Walt van Praag, drie gesprekken gehad met ambtenaren van Buitenlandse Zaken. In de schriftelijke antwoorden aan de rechter maakte het ministerie slechts melding van één verkennend gesprek. Kon Bembe, met een visum op zak en een agenda gevuld met afspraken met topambtenaren van Buitenlandse Zaken, ervan uitgaan dat hij een gepriviligeerde status had en niet hoefde te vrezen voor een uitlevering aan de Verenigde Staten? Dat is een vraag waar de rechtbank een oordeel over moet vellen. De rechter wil op een extra zittingsdag op 15 november een vollediger antwoord op die vraag van Buitenlandse Zaken.

Tijdens de zitting zei Van Walt van Praag ,,geschokt'' te zijn over de arrestatie. ,,Je gebruikt Nederland als veilige bodem voor dit soort vredesbesprekingen. Bembe kwam niet als toerist, vriend of zakenman. Hij kwam voor de vrede.''