Weer eis van 16 jaar in zaak-Soares

Voor het gerechtshof in Den Haag is gisteren opnieuw zestien jaar cel geëist tegen de man die ervan wordt verdacht in 2003 de 13-jarige Sedar Soares te hebben doodgeschoten. De verdachte, de 29-jarige Gerald H., werd in januari van dit jaar voor de rechtbank in Rotterdam tot vijftien jaar cel veroordeeld. Ook toen eiste het openbaar ministerie (OM) zestien jaar.

Op 1 februari 2003 werd het slachtoffer doodgeschoten toen hij met vriendjes sneeuwballen gooide nabij metrostation Slinge in Rotterdam-Zuid. Omdat er geen kogels, hulzen of vingerafdrukken werden gevonden, moest het OM noodgedwongen zwaar leunen op getuigenverklaringen. Tijdens het hoger beroep in Den Haag trokken twee belangrijke getuigen hun belastende verklaringen in. H. heeft zelf altijd ontkend dat hij bij het incident betrokken is geweest.

De advocaat-generaal was gisteren van mening dat er genoeg ander bewijs is tegen H. In zijn requisitoir benadrukte hij dat het intrekken van de twee verklaringen voortkwam uit angst en gebeurde onder druk van de omgeving van de verdachte. Een van de twee getuigen die hun verklaringen introkken, heeft een relatie gehad met een vriend van H.

Volgens het OM zijn verklaringen van drie getuigen en een medegedetineerde niettemin bruikbaar. De medegedetineerde bleef gisteren bij zijn verklaring dat H., toen ze over het schietincident spraken, met zijn hand een schietbeweging heeft gemaakt. Ook zou de verdachte in dat gesprek een ,,onverschillige houding'' hebben aangenomen. De advocaat van Gerald H. noemde de overgebleven ooggetuigenverklaringen ,,onbetrouwbaar''. Volgens de raadsman was de uitspraak in Rotterdam al gebaseerd op ,,veronderstellingen en aperte onjuistheden''. Hij verweet het OM een ,,tunnelvisie''. De advocaat-generaal bestreed die aantijging door te wijzen op het tweede onderzoeksteam dat het OM instelde om de dood van de 13-jarige havo-scholier te onderzoeken.

De uitspraak is op 18 oktober.