Systeemduivel

Iedereen kent de types, maar ze zijn nog niet eerder beschreven.

In de vierde aflevering van `In het wild' de `systeemduivel'.

Hij komt je kantoor binnenlopen en je weet al dat het foute boel is. Maandenlang heb je geprobeerd bevriend met hem te raken, of nou ja, bevriend, be-collega'd. Maar op de een of andere manier lukt het maar niet.

Best gek, toch, want hij leek juist zo'n type dat wat vriendelijke collega's nodig had. Met zijn vale broek, zijn computerkwabjes, dat eeuwige shirt en die spaghettikleurige huid – om over de jaren-tachtigbril nog maar te zwijgen – kan hij toch echt niet goed in de markt liggen. Dus je hebt wat van je warme aandacht gegeven aan de systeembeheerder.

Vroeger pestte en schopte je dit soort jongens misschien wel. Dat was heel slecht van je. Maar goed, je was toen tien en je had vast ADHD, je was een soort ADHD-pionier. En die nerds waren zo'n makkelijk pestobject. Ze straalden zowat uit dat ze getreiterd wilden worden. Je had toen niet kunnen weten dat je hun karakter voor het leven zou verpesten.

Nu, twintig jaar later, kom je deze types, de nerds van toen, weer tegen. Op je werk. En zij gaan over jouw computer. Er bestaat een groot misverstand over onaantrekkelijke mensen. Wie lelijk is van buiten, is juist heel mooi van binnen, denken we vaak. (Net zoals we vaak denken dat mooie mensen van binnen één groot zwart gat narigheid zijn.) Maar dat is niet waar als het om de systeemduivel gaat. Zijn hele jeugd is hij geplaagd en getreiterd, en daar heeft hij geen fijn karakter aan overgehouden. (Ja, heel vreemd.) Hij heeft een enorme haat tegenover de mensheid ontwikkeld, wantrouwen, een wrok. Goed, hij heeft nog net geen mitrailleur gekocht en zijn halve middelbare school omgelegd, maar ergens zit dat verlangen wel in hem. Je ziet het alleen niet van buiten. Van buiten is hij een onhandig bebrild mannetje met een vreemde regenjas aan.

Zijn wraak – voor het bril vertrappen, voor de bijnamen, voor het willekeurige uitlachen op elk moment van de dag – is klein maar fijn. De nerd heeft een voordeel: hij weet meer van computers dan jij. En dat buit hij genadeloos uit. Zo ken ik iemand die hele werkdagen moet verdoen met het voeren van gesprekken zoals deze met zijn duivelse systeembeheerder:

,,Ja, hallo, met J. weer. Kun je toch nog even een blik op mijn mail komen werpen, want ik ontvang niets en verzenden lukt ook niet.''

,,Het is nu half vijf'', antwoordt de systeemduivel.

,,Ja, dat is zo. Eh, wat bedoel je daarmee?''

,,Over een half uur is het vijf uur.''

,,O, je bedoelt dat het je niet gaat lukken in een half uur? Oké, dan bel ik morgen wel.''

,,Wat zeg je? Dat het mij niet lukt om in een half uur een of ander dom mailprogrammaatje na te kijken! Natuurlijk lukt me dat wel!''

,,O. Eh. Kom je dan zo nog even langs?''

,,Ja. Misschien.''

Andere systeembeheerders pakken hun psychologische oorlogsvoering weer anders aan. Je belt ze op, met bibberstem, want de printer doet het niet en je wil best graag een brief printen. Ze komen niet langs, maar sturen meteen een mail naar het hele bedrijf. In telegramstijl en hoofdletters.

Willen jullie niet meer bellen over lege printercartridges want daar zijn wij dus niet voor.

Of, variatie op dit thema:

Voor de laatste keer flash kan en vooral mág hier niet en we gaan het dus ook niet op jullie computer zetten.

De systeemduivel is namelijk ook dol op regels. Je belt hem op, met zweethandjes. ,,Ik heb nu een laptop om thuis te werken, maar daar zit geen Word op. Kun jij dat erop zetten?'' ,,Ja.'' ,,O, o, wat fijn. Zal ik hem dan morgen meenemen?'' ,,Kun je doen.'' ,,Super. Bedankt!'' ,,Het kost wel tweehonderd euro'', voegt de systeemduivel er als een afterthought aan toe. ,,Tweehonderd euro?'' ,,Ja, dat kost een Word-pakket, hè?'' ,,Maar. Maar. Ik werk hier toch?'' ,,Ja, maar je laptop staat thuis.'' En zo duurt het gesprek vele, lange, klamme, minuten voort. Tot je opgeeft.

Het probleem is: je kunt hem niet meer schoppen en slaan. Die tijden zijn voorbij. En bovendien heb je hem nodig. Want alles wat je doet en denkt, moet in die computer. En die computer is in zijn ban. Daar komt nog bij dat hij al je privé-mail kan lezen. Wat tot chantage kan leiden. Denk jij, met je inmiddels verknipte, paranoïde brein. De systeemduivel en jij weten allebei dat hij op een dag de wereld zal overnemen, als computers alles kunnen en weten. Dan ben je pas echt aan hem overgeleverd. Tot die tijd mag je blij zijn dat hij een virusscanner bij je wil installeren.