Srebrenica: 20.000 man betrokken

De regering van de Servische Republiek in Bosnië heeft een lijst opgesteld van bijna twintigduizend mensen die in juli 1995 op welke manier dan ook betrokken zijn geweest bij het bloedbad van Srebrenica.

Zeventienduizend van hen zijn met name geïdentificeerd. De lijst is bestemd voor het speciale Bosnische hof voor de berechting van oorlogsmisdaden.

De lijst bevat de namen of functies van 19.473 Bosnisch-Servische officieren, soldaten, politieagenten, regeringsambtenaren, militieleden en burgers die ten tijde van de massamoord op meer dan achtduizend moslimmannen uit de veroverde enclave Srebrenica in de regio werkten. Sommigen hadden militaire taken, anderen werkten op het gebied van logistiek, transport of communicatie. De lijst meldt niets over hun individuele verantwoordelijkheid of over hun individuele betrokkenheid bij het bloedbad. ,,Onder deze mensen bevinden zich degenen die de bevelen gaven en degenen die ze uitvoerden, maar de commissie had niet de opdracht het aantal daadwerkelijke uitvoerders [van het bloedbad] te tellen'', aldus een van de leden van de commissie die de lijst heeft opgesteld. In de commissie zaten zowel Serviërs als moslims en Kroaten.

Eerder dit jaar overhandigde de regering van de Servische Republiek in Bosnië een lijst met de namen van 892 Bosnische Serviërs die betrokken zijn geweest bij het drama-Srebrenica en die nog steeds werken voor de overheid in de Servische Republiek in Bosnië of voor die van de Bosnische federatie. De internationale bestuurder van Bosnië, Paddy Ashdown, had die lijst als onvoldoende bestempeld en een lijst geëist met de namen van alle betrokkenen. Gisteren reageerde zijn woordvoerder tevreden op de nieuwe lijst. De Servische Republiek, zo concludeerde hij, ,,heeft eindelijk haar verplichting serieus genomen om alle beschikbare informatie over de misdaden die tussen 11 en 19 juli 1995 in Srebrenica zijn gepleegd, openbaar te maken''.

De namen op de nieuwe lijst worden niet gepubliceerd om juridische onderzoeken en processen niet te hinderen. De lijst gaat naar het Bosnische hof voor oorlogsmisdaden en naar het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. Zij beslissen over de vraag of naar bepaalde mensen een onderzoek moet worden ingesteld. Volgens Ashdown zou dat allereerst moeten gebeuren naar mensen die nog steeds werkzaam zijn voor de overheid.