Rel Congo, Oeganda escaleert

De Congolese regering heeft gisteren honderden militairen naar een afgelegen gebied bij de noordoostelijke grens met Oeganda en Soedan gestuurd. Aan het eind van de week moeten er duizend soldaten zijn. Ze moeten afrekenen met de Oegandese rebellen van het Verzetsleger van de Heer (LRA) die vorige maand naar Congo zijn gevlucht. De veiligheidsadviseur van de Congolese president heeft gisteren gewaarschuwd dat de troepen ook zullen optreden tegen het Oegandese leger als dat zich op Congolese bodem waagt. Daarmee dreigt een diplomatiek conflict tussen de twee buurlanden te escaleren.

De Oegandese president Yoweri Museveni had vorige week gedreigd dat hij zijn leger achter de Oegandese rebellen zou aansturen, als Congo de strijders van het LRA niet snel zou ontwapenen. Congo heeft fel tegen een dreigende invasie geprotesteerd. In een brief aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties vroeg het land maandag om sancties tegen Oeganda, inclusief een wapenambargo en een opschorting van de buitenlandse hulp.

Oeganda was in 1998 een van de Afrikaanse landen die betrokken raakten bij de burgeroorlog in Congo. Oeganda steunde een Congolese rebellengroep die zich keerde tegen de regering in Kinshasa. Oegandese legerofficieren verrijkten zich met de opbrengst van Congolese mijnen. Ook na de ondertekening van een vredesakkoord tussen Congo en Rwanda bewapende Oeganda nog milities in de Oost-Congolese regio Ituri.

De Congolese regering heeft in augustus alle buitenlandse strijders die zich nog op Congolese bodem bevinden een ultimatum gesteld. Ze moesten voor 1 oktober zijn verdwenen, anders zouden ze door het leger worden vervolgd.

Het ultimatum was in eerste instantie gericht tegen de Rwandese rebellen, die in 1994 na de genocide in Rwanda naar Congo waren gevlucht. Hun aanwezigheid in Congo was voor Rwanda twee keer een reden om Congo binnen te vallen.