Natuurbeheerder van je eigen land

Het kabinet wil meer boeren betrekken bij de aanleg van nieuwe natuur. Op de Veluwe lijkt dat nu te lukken. Boer Stadegaard: ,,Je moet toch wat.''

De boer houdt op met boeren, maar van harte gaat het niet. De 35-jarige Arjan Stadegaard stopt met het verbouwen van maïs om er met steun van de overheid een zogenoemd `heischraal grasland' van te maken, een soortenrijk stukje natuur. ,,Het is leuker om het land te bewerken dan de natuur z'n gang te laten gaan'', zegt Stadegaard op zijn erf. ,,Maar ik zie in de landbouw geen toekomst. En je moet toch wat.''

Op dit stukje van de zuidwestelijke Veluwe zal nooit meer geboerd worden. De agrarische bestemming van de grond wordt gewijzigd. Twaalf jaar heeft Stadegaard geprobeerd om van zijn land een golfbaan te maken, en enigszins bitter vertelt hij dat wat hem door ,,tegenwerking'' van de overheden niet lukte, een paar jaar geleden de buurman wel lukte. Daar, aan de overkant van de weg, ligt nu een golfbaan. Stadegaard legt zich noodgedwongen toe op natuur, daarnaast heeft hij een paardenpension en ook nog een hoveniersbedrijf.

Vandaag komt minister Veerman (LNV, CDA) bij Stadegaard op bezoek om hem te feliciteren met zijn keuze voor de natuur. De Renkumse boer vervult een voorbeeldfunctie, want het kabinet besloot enkele jaren geleden om 40 procent van de nog resterende natuur die er in Nederland moet worden aangelegd voor de Ecologische Hoofdstructuur, niet langer zelf aan te kopen, maar dit over te laten aan boeren die natuur ,,erbij doen'' of, nog beter, zoals Stadegaard, beheerder van hun eigen landgoed worden. Boeren krijgen de waardedaling van de functiewijziging vergoed, een eenmalig bedrag, en krijgen vervolgens subsidie om de natuur te beheren. Er zijn echter nog te weinig boeren om de ambitie van het kabinet waar te maken.

Het land van boer Stadegaard is een van de ontbrekende stukjes in de grote natuurpuzzel van de Veluwe, ,,eigenlijk het echte Groene Hart van Nederland'', zoals projectmanager Jan Gorter van Natuurmonumenten het formuleert. Op het zuidwestelijke deel van de Veluwe wordt de komende jaren een fiks ruimtelijk programma losgelaten, dat er uiteindelijk toe moet leiden dat het wild zich tussen IJssel en Nederrijn vrij kan verplaatsen, banjerend over ecoducten over de A50 en de A12, en onderweg etend van de biologisch geteelde gewassen waarvoor de boeren schadeloos worden gesteld. Campings worden verplaatst, autoverkeer wordt verminderd, er komen transferia, het militair gebruik wordt gereduceerd en waar mogelijk worden de hekken verwijderd.

Beheerder Machiel Bosch van Natuurmonumenten laat zien wat er allemaal al is gebeurd in de omgeving van de Renkumse bossen. Langs de rijksweg A12 ligt een voormalige landbouwenclave, De Dennenkamp, een open vlakte waar pony's, wilde zwijnen en Schotse hooglanders regelmatig samenkomen. ,,We hebben hier zelfs de grote parelmoervlinder waargenomen'', zegt de boswachter. Even verderop ligt Oud Reemst, eveneens een voormalig akkerbouwbedrijf met landerijen waarover nu de Canadese fijnstraal golft, ,,een pionierplant die z'n kansen pakt op braakliggende akkers'', aldus Bosch.

Elders op Oud Reemst gaat Natuurmonumenten biologische teelten verbouwen, zoals rogge en haver. ,,Edelherten zijn gek op haver'', zegt Bosch. ,,Je ziet op een avond soms honderden edelherten bij elkaar staan.''

Een mooie aanwinst voor de Veluwe is ook de Reijerscamp, een gebied waaruit nog maar een jaar geleden de boeren zijn vertrokken met hun maïs en aardappelen. Het gebied ligt aan de zuidelijke kant van de A12 die over enkele jaren zal worden voorzien van een ecoduct, ,,een oversized molshoop'', aldus Bosch. Hier steekt minister Veerman vandaag de eerste schop in de grond voor het afgraven van de bemeste bovenlaag en het ,,injecteren'' van soortenrijke heideplaggen.

De toekomst op de Veluwe is aan de natuur, zeggen de betrokkenen. Boer Stadegaard: ,,Ze zeggen wel eens dat de laatste boer straks in een openluchtmuseum wordt geplaatst, met op zijn nek een bordje: dit was een boer.''