Kinderen gemangeld tussen zorg en werk

Wanneer drukbezettte ouders onvoldoende tijd vinden, of willen maken, om hun jonge kinderen te verzorgen en aandacht aan hen te besteden, kunnen ouders en kinderen samen in een negatieve spiraal belanden, waarschuwt Tonny Weterings.

VVD-fractieleider Van Aartsen heeft in de Algemene Politieke Beschouwingen en in een aanvullend stuk op de Opiniepagina (28 sept) gezegd dat hij de mogelijkheid wil scheppen dat kinderen van half acht 's ochtends tot half zeven 'savonds op school kunnen doorbrengen. Bij zijn plan gaat hij ervan uit dat beide ouders moeten werken en dat vrouwen evenveel willen werken als mannen. Daar moeten voorzieningen voor komen. De vraag is: moet dit wel?

Kinderen moeten de gelegenheid krijgen te kunnen opgroeien als goed functionerende volwassenen. Daarvoor hebben ze liefde en leiding nodig. Kinderen aanvaarden de correcties en grenzen van hun ouders, als zij genoeg aandacht en liefde van hen krijgen. Een kind moet dus merken dat de ouder zorg en aandacht voor hem of haar heeft, naar de verhalen luistert en helpt als het boos of verdrietig is.

Als een kind zich geliefd en gewaardeerd voelt, zal het goed kunnen functioneren op school en in de omgang met leeftijdsgenootjes en zich inspannen om te doen wat de ouder vraagt. Als een kind te weinig ervaart dat zijn ouder beschikbaar is, zal het onverschillig gedrag gaan vertonen ten opzichte van zijn ouders.

Als beide ouders (bijna) fulltime werken, is er 's morgens weinig tijd om het kind aandacht te geven – alles moet vlug om op tijd te zijn. Als de ouders 's avonds thuiskomen, moet er gegeten worden. Zowel ouders als kinderen zijn moe na een hele dag van huis. Dit geeft stress. En opnieuw is er weinig tijd beschikbaar voor de kinderen, die tenslotte op tijd naar bed moeten – of juist (te) lang op mogen blijven, omdat de ouder toch al zo weinig tijd voor hen heeft.

Zo'n dagelijks patroon geeft het kind niet het gevoel dat de ouder om hem geeft. Dikwijls probeert het kind dan aandacht te krijgen door (extra) vervelend te zijn: lawaai maken, ruziemaken en niet luisteren. Als ouder en kind in een dergelijke negatieve spiraal belanden, wordt het kind de ouder zelfs `te veel'.

Dit is een begrijpelijke negatieve spiraal, die alleen kan worden doorbroken als de ouder tijd en aandacht voor het kind beschikbaar heeft. Dat hoeft niet de hele dag en ook is het niet nodig dat een ouder iedere dag beschikbaar is. Wel is het zo dat afwezigheid van beide ouders vrijwel de hele week voor geen enkel kind goed is.

Het voorstel van Van Aartsen om het schoolgebouw elf uur per dag open te houden, nodigt ouders uit om het kind daar dan ook voor de hele dag heen te brengen. Deze verleiding is niet in het belang van het kind, omdat het dan te lang en te structureel de aandacht en liefde van zijn ouder(s) zou moeten missen.

Bovendien hebben kinderen behoefte aan andere dingen dan school – met name spelen met andere kinderen, zich uitleven in sporten of zich verdiepen in een onderwerp. En daar hebben zij deskundige leiding bij nodig. Het kind dat al de hele lange dag zonder aandacht van de ouder heeft doorgebracht zonder een liefkozing of bemoedigend woord, gaat zich gefrustreerd voelen. Dit geeft hem stress. Dat kan leiden tot agressie, zowel tegen medeleerlingen als – daarna – tegen de ouders. De vraag is dus: wie steunt het kind?

Het is opvallend dat Van Aartsen deze vraag niet stelt en zich ook niet bezighoudt met de vraag op welke manier de voorzieningen die getroffen moeten worden, gunstig kunnen zijn voor het kind, behalve dan dat hij de algemene opmerking maakt ,,dat het belang van het kind nimmer mag worden geschaad''.

Wat houdt dit in als men dergelijke voorzieningen wil opleggen? Het lijkt zinniger om ouders voor te lichten over de noodzaak van hun aanwezigheid voor het kind gedurende een deel van de week. En bij nieuwe opvangcentra `locatie bij school' prioriteit te geven.

Dr. A.M. Weterings is pedagoog en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden.