Kinderen gemangeld tussen zorg en werk

Het is een hardnekkige mythe dat extra en veel betere kinderopvang er toe zou leiden dat veel meer vrouwen gaan werken, betoogt Wim Orbons.

Vrouwen moeten meer werken, mannen zouden minder kunnen werken om de zorg voor de kinderen eerlijker te verdelen, aldus de Nederlandse Gezinsraad (NGR). Deze aanbeveling staat haaks op het overheidsbeleid dat we met z'n allen meer, langer en harder moeten werken ten behoeve van de economische groei en om de kosten van de vergrijzing op te vangen.

Kunnen mannen überhaupt minder werken? In veruit de meeste gevallen niet. Het is een kwestie van kosten. Werkgevers moeten extra tijd steken in personeelswerk voor uitdijende staven van deeltijdwerkers, het opstellen van ingewikkelde roosters en het organiseren van de vergaderingen voor de overdracht van de informatie van de ene deeltijdwerker naar de andere. Taken die in een strak schema passen – zoals in een loketfunctie – kunnen goed in deeltijd worden verricht, maar bij de meeste functies ligt dat moeilijker.

Dat kwalitatief goede, betaalbare en ook ruimere kinderopvang automatisch leidt tot veel meer arbeidsparticipatie van vrouwen is een mythe. Dat blijkt uit onderzoek van Catherine Hakim, socioloog aan de London School of Economics. Zij heeft vastgesteld dat 60tot 80 procent van de vrouwen wel wil werken, maar de zorg voor de kinderen mag daar dan niet onder lijden. Dat betekent dus een deeltijdbaan. De helft van de resterende 20 tot 40 procent vrouwen vindt die zorg zo belangrijk dat ze daar überhaupt niet naast willen werken, die willen fulltime moederen en de resterende 10 tot 20 procent kiest wel voor een fulltime baan. Het is vooral deze (kleine) groep hoogopgeleide vrouwen die behoefte heeft aan (een ruime) kinderopvang.

Als de overheid 200 miljoen euro meer in kinderopvang zou steken, neemt de arbeidsparticipatie (het aantal werkende vrouwen en het aantal uren dat zij werken) slechts met 0,2 procent toe, blijkens een onderzoek van twee economen van het Centraal Planbureau.

Kinderopvang wordt ten onrechte beschouwd als wondermiddel om de arbeidsparticipatie van vrouwen te verhogen. Finland is een voorbeeld van een land met zeer `vrouwvriendelijk' beleid. Vrouwen mogen drie jaar lang verlof opnemen na de geboorte van hun kind, met behoud van 65 procent van hun salaris. Bovendien betalen ouders maar 16 procent van de totale opvangkosten van hun kinderen, in Nederland is dat ten minste een derde. Toch telt Finland weinig buitenshuis werkende moeders.

De verschillen in vrouwelijke arbeidsparticipatie tussen landen zijn terug te voeren op twee oorzaken: cultuur en welvaart. In een land als Portugal zijn voltijds werkende vrouwen pure noodzaak om het gezinsinkomen op peil te houden.

In een land als Zwitserland kunnen gezinnen – dat geldt ook voor Nederland – rondkomen met het inkomen van de man en een laag inkomen van de vrouw. Dus werken veel meer vrouwen in dit land parttime dan in Portugal.

Bijna de helft van de Nederlandse ouders vindt dat het gezinsleven (en de opvoeding) er onder lijdt als een moeder (vooral met jonge kinderen) een volledige baan heeft, tegen een kwart ruim tien jaar geleden. Het traditionele rollenpatroon is om meerdere redenen nooit verdwenen.

Opmerkelijk is dat de Nederlandse Gezinsraad, met zijn recente tien adviezen voor gelijke verdeling van arbeid en zorg voor de kinderen, hier volledig voorbijgaat aan de wensen van de meeste ouders. Werken en zorgen voor de kinderen veroorzaakt stress, vinden veel moeders. Het `spitsuurgezin' leidt vaak tot een scheiding met als gevolg dat veel gescheiden moeders in de bijstand terechtkomen. En dat is nu juist wat de overheid niet wil: nog meer uitkeringsgerechtigden.

Mensen doen het liefst waar ze goed in zijn. Voor de grootste (zwijgende) groep betekent dat, dat moeder zorgt, eventueel uit financiële noodzaak met een deeltijdbaan, en vader zorgt voor brood op de plank. Maar de ontwikkelingswerkers van Sociale Zaken zien dat anders. Zij hebben zelfs bepaald wie wat moet doen (wiedoetwat.nl), maar ze vergeten dat ouders daar wel zelf uitkomen. Sociale Zaken wil parttime werk zelfs belonen met promotie en heeft mannelijke ambtenaren aangespoord om net als vrouwen minder uren te maken. Maar is de slogan van dit kabinet niet: meer en langer werken voor iedereen?

Wim Orbons is voormalig bestuurder van gezondheidszorgorganisaties.