Justitie kan verjaring voorkomen

Het openbaar ministerie mag bij ernstige delicten een gerechtelijk vooronderzoek (GVO) tegen een onbekende dader instellen als daarmee verjaring van het misdrijf kan worden voorkomen.

Dat blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad in een nooit opgeloste moordzaak uit 1986 in Bunnik.

In dat onderzoek kreeg justitie in 2000, dankzij nieuwe DNA-technieken een volledig DNA-profiel van de vermoedelijke dader. De officier van justitie wilde vorig jaar, door een nieuw gerechtelijk vooronderzoek in te stellen, voorkomen dat het misdrijf in mei 2004 zou verjaren.

De rechter-commissaris weigerde echter een GVO te beginnen. Het OM tekende tegen deze beslissing bezwaar aan bij de rechtbank in Utrecht. Die verklaarde de behandelend officier van justitie niet ontvankelijk omdat de vordering alleen het `stuiten' van verjaring ten doel zou hebben gehad en niet een concreet opsporingsbelang.

Het onderzoek naar de Bunnikse moordzaak, waarbij een 11-jarig jongetje seksueel werd misbruikt en gewurgd, maakte deel uit van de zogenoemde Cold Case-dossiers, oude moordzaken die dankzij nieuwe DNA-technieken opnieuw onderzocht worden.

Het Cold Case-team wist in 2000 de Utrechtse `slachthuismoord' uit 1994 op te lossen. De dader werd in eerste instantie aangehouden voor een moordzaak uit 1997, maar bleek ook de dader te zijn van de moordzaak uit 1994. In de Bunnikse moordzaak was in 1986 een spermaspoor aangetroffen dat indertijd onvoldoende was voor een DNA-profiel. Dat was in 2000 wel mogelijk. Toen de officier van justitie in 2004 bij de rechter-commissaris om een hernieuwd vooronderzoek vroeg, gaf hij daarbij aan dat dit uitsluitend bedoeld was om verjaring te voorkomen.

De Hoge Raad stelt in haar uitspraak vast dat met de vaststelling van het nieuwe DNA-profiel, de mogelijkheden om de dader van het misdrijf alsnog te traceren, `niet illusoir zijn, ondanks de vele jaren die inmiddels zijn verstreken'.

Volgens de Hoge Raad heeft de officier van justitie weliswaar gehandeld om verjaring van het misdrijf te voorkomen, maar daarbij geen misbruik van zijn bevoegdheden gemaakt.

De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak de beschikking van de rechtbank van Utrecht vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof in Amsterdam.