Herbeoordelingsoperatie WAO

De massale, eenmalige herbeoordelingsoperatie van WAO'ers is nu een jaar aan de gang. Bij ruim één op de drie wordt de uitkering verlaagd of stopgezet. Zijn zij aan het werk?

`Wie is aangewezen op de sociale zekerheid, heeft de plicht zijn best te doen om zich daaraan zo snel mogelijk te ontworstelen'', aldus het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in zijn begroting voor komend jaar. Het kabinet-Balkenende II heeft `activering' van mensen met een uitkering tot een van zijn beleidsprioriteiten gemaakt. Ook mensen met een arbeidshandicap moeten zoveel mogelijk aan het werk. Sinds 1 oktober vorig jaar worden daarom 325.000 volledig en gedeeltelijk arbeidsongeschikten (alle WAO'ers die na 1 juli 1954 zijn geboren) herbeoordeeld op basis van aangescherpte criteria.

De WAO'er wordt eerst opgeroepen bij een verzekeringsarts, die zijn lichamelijke en psychische gesteldheid onderzoekt. De arts vinkt naderhand in een lijst op de computer aan welke `functionele mogelijkheden' de WAO'er nog heeft. Kan iemand nog tillen? Traplopen?

Een paar weken later wordt de WAO'er opgeroepen bij de arbeidsdeskundige. Die stelt vast welk soort werk de WAO'er in theorie nog kan uitoefenen. De arbeidsdeskundige bepaalt het gemiddelde loon van drie functies waarmee de WAO'er het meest kan verdienen. Het loonverschil met de oude baan is bepalend voor de WAO-uitkering. Met name dit deel van de keuring is aangescherpt.

De Stichting van de Arbeid waarschuwde enkele weken geleden tegen een ,,te theoretische beoordeling van arbeidsongeschiktheid''. Bij het begin van de herbeoordelingsoperatie werd namelijk nog verwacht dat 25 procent van de WAO'ers volledig of gedeeltelijk zou worden goedgekeurd, maar inmiddels blijkt het effect veel sterker. Bij 36 procent van de 55.000 mensen die in de eerste negen maanden waren herkeurd, is de uitkering stopgezet, bij 13 procent verlaagd: samen 49 procent. Overigens is het percentage herkeurden dat bezwaar maakt even hoog als voor de aanscherping van de keuringscriteria: 25 procent.

Mensen met `zachte diagnoses', zoals psychische klachten, whiplash, chronische lage rugklachten, RSI en de vermoeidheidsziekte ME, worden dubbel gekeurd. Dit leidt in 60 procent van de gevallen tot stopzetting of verlaging van de uitkering. Bij ME is dat, volgens de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid, zelfs 85 procent. Bij de `harde' diagnoses wordt 40 procent van de uitkeringen stopgezet of verlaagd.

De PvdA heeft een meldpunt opgericht dat de ervaringen van herkeurden verzamelt. Meer dan 70 procent van de ondervraagden was voor de herkeuring volledig arbeidsongeschikt. Een even groot percentage werd bij de herkeuring volledig goedgekeurd voor werk. Kamerlid Jet Bussemaker (PvdA), die tijdens het zomerreces achter de schermen keek bij het UWV, spreekt van een ,,vervreemdende situatie''. ,,Een verloskundige die in de WAO zit, krijgt bijvoorbeeld te horen dat zij uitbener kan worden.''

Dit beeld van een theoretische keuring komt ook naar voren uit een kwalitatief onderzoek dat het Verwey-Jonker Instituut heeft uitgevoerd in opdracht van de Landelijke Vereniging van Arbeidsongeschikten (LVA). Zestig herkeurden werden gevraagd naar hun ervaringen. ,,Ik was eerst 80-100 procent arbeidsongeschikt, nu 65-80 procent'', meldt een van hen. ,,Als reden kreeg ik: `je hebt alles gedaan wat van je verwacht werd, zoals revalidatie, maar er heeft niks geholpen. Door de strengere normen kan ik je niet zomaar, zonder verdere behandeling enzo, in de WAO laten. Dus zal ik in het dossier aanpassen dat je geen vijftien minuten pauze meer moet hebben na een uur werken. Dat zal meer mogelijkheden scheppen.' Het resultaat is dat ik minder arbeidsongeschikt ben. Dit is besloten terwijl er geen enkel medisch onderzoek heeft plaatsgevonden.'' Een ander verklaart: ,,Deze beoordeling staat haaks op die van twee jaar geleden. Dezelfde arts was toen van mening dat de situatie stationair was. Nu, na een aanrijding, met een aantoonbare verslechtering, zou ik plotsklaps hele dagen kunnen werken.''

Niet alleen de keuringsmethode ligt onder vuur, ook de begeleiding die herkeurden krijgen bij het zoeken naar werk, als hun uitkering wordt verlaagd of stopgezet. Naast Bussemaker hebben de kamerleden Gerda Verburg (CDA) en Kees Vendrik (GroenLinks) hier tijdens een overleg met minister De Geus, op 7 september, hun zorgen over geuit.

Uit cijfers van het UWV over de eerste negen maanden van de herkeuring blijkt dat van de 19.100 WAO'ers die na de herkeuring geen of een lagere uitkering krijgen, 900 mensen werk hebben gevonden, oftewel 4,7 procent. De Geus relativeerde dit cijfer door erop te wijzen dat 5.600 WAO'ers al een lopend dienstverband hadden, en dat nog eens 5.300 anderen zijn aangemeld voor een zogenoemd reïntegratietraject. Deze duren gemiddeld veertien maanden en daarom is het volgens De Geus nog te vroeg om conclusies te trekken.

Er zijn ook herkeurden die de aangeboden hulp weigeren. Het UWV inventariseert nog om hoeveel mensen het gaat. Volgens een woordvoerder is er een groep die niet wil werken, een groep die zegt zelf in staat te zijn om werk te vinden en een groep die verwikkeld is in een bezwaar- of beroepsprocedure over de uitslag. Het UWV benadert deze laatste twee groepen na verloop van tijd opnieuw met een aanbod voor reïntegratie.

Wat gebeurt er met de mensen die er niet in slagen om aan het werk te komen of om genoeg te verdienen om het verlies van de uitkering te compenseren? Als ze voldoende arbeidsverleden hebben, krijgen ze een (aanvullende) werkloosheidsuitkering. het UWV houdt in 2005 en 2006 rekening met twintig- tot dertigduizend mensen extra WW'ers. Voor de anderen is er een speciale regeling in het leven geroepen. Zij krijgen maximaal een halfjaar een tegemoetkoming die even hoog is als de WW, op voorwaarde dat zij hun best doen om aan het werk te komen. ,,Het klinkt allemaal mooi, maar na dat halfjaar beginnen de problemen'', zegt Jan Zwanepol, voorzitter van de LVA. ,,De meeste WAO'ers vinden geen werk, want de arbeidsmarkt staat niet te springen om volk, zeker niet om mensen met een handicap en een uitkeringsverleden.''

Het vangnet dat resteert is de bijstand. de sociale diensten rekenen op zo'n tweeduizend extra cliënten. Maar er is ook een groep die op geen enkele voorziening aanspraak kan maken en waarop niemand zicht heeft. Wie eigen vermogen heeft, zoals een koopwoning, of een werkende partner, krijgt geen bijstand. om hoeveel mensen het gaat, en hoe het met hen gaat, is onbekend.