Geen eigen stoeltje voor de lobbyist

De aparte stoeltjes voor de lobbyisten, die twee jaar geleden werden ingesteld, staan opnieuw ter discussie. ,,Ze gaan maar tussen het publiek zitten.''

Kamerlid Eerdmans (LPF) vindt het ,,een beetje spijkers op laag water zoeken.'' Maar zijn PvdA-collega Depla ,,ziet er absoluut niet het nut van in''. Feit blijft dat er op de publieke tribune van de Tweede Kamer vijf stoeltjes speciaal zijn gereserveerd voor lobbyisten. Zij maken hier tijdens de algemene financiële beschouwingen die vandaag begonnen zijn, dankbaar gebruik van.

Maar lobbyisten vertegenwoordigen bij uitstek het deelbelang van de organisatie waar zij voor werken. Is het dan zuiver om voor hen vaste plaatsen te reserveren op de publieke tribune van de volksvertegenwoordiging?

,,Het budget voor duurzame energie heeft vandaag mijn aandacht'', zegt Pedro van Gessel, public affairs manager bij energiebedrijf Nuon. Zijn bedrijf gaat een windmolenpark in zee aanleggen bij Egmond, en hij is geïnteresseerd in de discussie rond extra investeringen voor deze parken.

Henk Postma van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) kijkt met extra interesse naar hoe de baten uit het Fonds Economische Structuurversterking worden verdeeld. Met name het idee van Kamerlid Blok (VVD) om 410 miljoen euro extra uit te trekken voor infrastructuur volgt hij op de voet.

Of ze nu aanwezig zijn namens een provincie, een bedrijf of een brancheorganisatie, alle lobbyisten zijn bezig met het behartigen van de belangen van hun organisatie. Dat doen ze door eens met een Kamerlid te praten of door een commissievergadering bij te wonen. Maar het komt ook voor dat deze lobby-organisaties zelf moties of concept-Kamervragen opstellen en proberen een Kamerlid daarvoor te interesseren.

Twee jaar geleden besloot het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer, het presidium, stoeltjes te reserveren voor lobbyisten. Bij debatten als het wekelijkse vragenuur en de algemene beschouwingen was het zo druk, dat lobbyisten het risico liepen dat de tribune vol was. Ongeveer vijftig bij de Kamer geaccrediteerde lobbyisten kunnen van de stoeltjes gebruikmaken. LPF'er en presidiumlid Eerdmans ziet er geen groot probleem in. Lobbyisten moeten toch hun werk doen. ,,Je kunt het heel principieel stellen en ze gewoon tussen de scholieren op de publieke tribune zetten. Maar ik vind dit niet belangrijk. We kunnen onze energie beter richten op voorkomen van smeergeldaffaires.''

Bovendien moet er een eind komen aan het negatieve imago van lobbyisten, vindt zijn VVD-collega Visser. ,,We moeten hier niet krampachtig over doen. Die stoeltjes dragen alleen maar bij aan de transparantie. Nu weet je tenminste waar de lobbyisten zitten.'' Dan, retorisch: ,,Of zien we liever dat Kamerleden en lobbyisten in het geniep ergens langs de A4 afspreken om te praten?''

De lobbyisten zelf zijn tevreden met hun plaats op de tribune. Van Gessel en Postma wijzen op het risico van drukte bij grote debatten. ,,Die stoeltjes zijn zeker nuttig'', zegt Postma. ,,Anders reis je drie uur lang naar Den Haag, waarna blijkt dat je voor nop bent gekomen omdat er geen plek meer is.''

Niet iedereen deelt die tevredenheid. Kamerlid Depla (PvdA): ,,Die stoeltjes slaan nergens op.'' Hij is niet tegen lobbyisten, integendeel zelfs. Net als Eerdmans wijst hij erop dat hun expertise soms heel nuttig kan zijn en dat ze een onderdeel zijn van de open Nederlandse democratie. ,,Maar dergelijke privileges vind ik onzinnig'', zegt Depla. Ze kunnen toch ook gewoon op de tribune gaan zitten? En anders volgen ze de debatten maar via internet of televisie, vindt hij. Maar Postma wijst erop dat niet alle debatten worden uitgezonden. Van Gessel voegt daar aan toe dat je grote debatten gewoon live wilt meemaken.

Depla wordt gesteund door Kamerlid Van der Ham (D66), tevens lid van het presidium: ,,Ik wist dat mede-overheden die privileges hadden, en daar vind ik nog wel wat voor te zeggen'', zegt Van der Ham. ,,Maar privileges voor bedrijven zijn niet goed, daar moeten we voorzichtig mee zijn.'' Bovendien, zo vindt hij, moet de publieke tribune voor iedereen gelijk toegankelijk zijn.

Binnen Europa neemt de Kamer een aparte positie in. In het Europees Parlement in Brussel moeten lobbyisten gewoon plaatsnemen tussen het publiek, zegt een woordvoerder. Hetzelfde geldt in bijvoorbeeld in het Britse parlement en de Duitse Bondsdag. Natuurlijk krijgen lobbyisten geen eigen plek, klinkt het verbaasd vanuit Londen en Berlijn.

Dus waarom in de Tweede Kamer dan wel? Kamerlid en presidiumlid Van de Camp (CDA): ,,Ik heb er nooit zo over nagedacht. Maar ik behoor tot de rekkelijken op dit punt. Laat ik het zo zeggen: ik ben niet van plan hierover een stammenstrijd te ontketenen''.