Europese ambitie kan Britten niet laag genoeg zijn

Dit half jaar zijn de Britten voorzitter van de Europese Unie. Veel enthousiasme voor Europa laten ze niet zien. En de vooruitzichten voor succes zijn niet gunstig.

Niemand had verwacht dat de Britten plotseling tijdens hun voorzitterschap van de Europese Unie in vuur en vlam zouden geraken over de Europese samenwerking. Maar zelfs naar de bescheiden Britse maatstaven is de eerste helft van hun presidency wel erg futloos verlopen.

Premier Tony Blair, die in juni nog een ambitieuze rede voor het Europees Parlement had gehouden, vond het niet de moeite waard vorige week in zijn grote toespraak op het partijcongres van de Labour-partij in Brighton, ook maar een seconde bij het voorzitterschap stil te staan.

Het chapiter `Europa' liet Blair over aan minister Douglas Alexander, die in een lusteloos half uurtje voor een half lege zaal vluchtig enige Europese thema's aanroerde. Veel afgevaardigden lasten liever een plaspauze in. Het congres begon pas weer een beetje tot leven te komen bij het volgende agendapunt: de toestand in Wales (met nog geen drie miljoen inwoners).

Uit het buitenland, vooral uit Frankrijk, zijn de eerste kritische geluiden te beluisteren over het ongeïnspireerde voorzitterschap van Blair en de zijnen. Zelfs enkele Britse kranten noemden het voorzitterschap teleurstellend. De Britse regering zou nog niets hebben ondernomen om de EU weer op de been te helpen na de dramatische struikelpartij van afgelopen zomer. Daarbij stierf eerst de Europese Grondwet een roemloze dood en brak vervolgens aan het slot van het Luxemburgse voorzitterschap een knetterende ruzie uit over de Europese meerjarenbegroting. Aan de volgende voorzitter, Groot-Brittannië, dus de taak de EU nieuw leven in te blazen.

,,De EU heeft dringend een nieuw succes nodig'', zei Denis MacShane, tot afgelopen voorjaar Blairs minister voor Europese Zaken, vorige week tegenover deze krant. ,,Dat zou kunnen gebeuren door een eensgezind begin van de onderhandelingen met Turkije over een volledig EU-lidmaatschap.''

Met de hakken over de sloot is de Britse minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw er gisteren na een etmaal van koortsachtige onderhandelingen inderdaad in geslaagd alle lidstaten, inclusief het tegenspartelende Oostenrijk, op één lijn te krijgen. Ten slotte wist Straw de door Oostenrijk bepleite optie van een geprivilegieerd partnerschap voor Turkije in plaats van volledig lidmaatschap van tafel te krijgen. Daarmee was de weg met enige vertraging alsnog vrij voor de onderhandelingen, die zeker tien jaar kunnen duren.

,,Na jaren van praten is het aan het Verenigd Koninkrijk te danken dat de onderhandelingen met Turkije nu beginnen'', zei Jack Straw afgelopen maandagavond in Luxemburg tevreden. Er is de Britten om verschillende redenen veel aan gelegen Turkije binnen de EU te halen. Met zo'n grote lidstaat met een geheel eigen identiteit in de gelederen wordt de kans op een verreikende Europese politieke samenwerking kleiner, terwijl de onderlinge Europese handel er juist nieuwe impulsen door kan krijgen. Dat is precies wat de Britten met Europa willen.

De vooruitzichten voor meer grote Britse daden zijn intussen ongunstig, in het bijzonder op het punt van de Europese begroting. Lastig voor Blair is dat zijn verstandhouding met twee hoofdrolspelers in Europa door eigen toedoen tot het nulpunt is gedaald. Vooral de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder kan Blair wel schieten, omdat deze er voor de Duitse verkiezingen geen geheim van had gemaakt dat hij hoopte dat de oppositie van Angela Merkel zou winnen. Blair achtte haar tot meer sociaal-economische hervormingen naar Britse snit in staat dan Schröder. Bovendien hoopte hij dat Merkel meer afstand zou houden tot de Franse president Jacques Chirac. De uitslag viel tegen voor Blair. Zelfs als Merkel kanselier wordt, is het maar de vraag of ze in een grote coalitie met Schröders SPD veel slagvaardigheid kan tonen.

Met Chirac had Blair het in juni tijdens de begrotingsdiscussie al heftig aan de stok gekregen. Chirac, nog sikkeneurig over zijn verlies bij het Franse referendum over de Europese Grondwet, vond dat het maar eens uit moest zijn met de Britse rebate. Op grond daarvan strijken de Britten elk jaar miljarden euro's op als compensatie voor het feit dat ze door hun kleine landbouwsector nauwelijks profiteren van de EU-landbouwsubsidies. Blair wilde daar alleen over praten als er dan ook een einde zou komen aan een andere ,,anomalie'', de landbouwsubsidies. Uitgesloten, stelde Chirac, die steun kreeg van Schröder.

Beide kanten hebben sindsdien voor zover bekend geen water bij de wijn gedaan. Minister Straw zou deze week nieuwe voorstellen presenteren om de impasse over de begroting te doorbreken, maar het lijkt uitgesloten dat Blair en hij de rebate opgeven zonder concessies van de anderen over landbouwhervormingen. Vorige week liet Schröder tijdens een discussiebijeenkomst in Straatsburg weten dat een oplossing van Britse kant nauwelijks kan afwijken van het compromis dat de Luxemburgers in juni formuleerden. Dat werd toen door Blair afgewezen.

Het eerste moment waarop wellicht enige vooruitgang kan worden bereikt is eind deze maand, wanneer Blair zijn collega-regeringsleiders op paleis Hampton Court bij Londen ontvangt. Aanvankelijk had Blair gehoopt hier een impuls aan de sociaal-economische vernieuwing van Europa te geven, bij voorkeur naar Brits model, met een liberale arbeidsmarkt en relatief open grenzen. Maar alleen al door de onzekerheid in Duitsland, door Blair tijdens zijn rede smalend `Duitse angst' genoemd, en de `malaise' in Chiracs Frankrijk wordt hiervan inmiddels weinig substantieels meer verwacht.

Toch noemen Britse functionarissen het te vroeg om van een mislukt voorzitterschap te spreken. Ze wijzen erop dat de voornaamste wapenfeiten van een voorzitterschap zich doorgaans in de slotfase afspelen.

Intussen vragen sommigen, onder meer in ingezonden brieven in Britse kranten, zich met een knipoog af of het door Turkije verfoeide geprivilegieerde partnerschap niet iets voor de Britten is. Lekker los van Brussel en toch genieten van de economische samenwerking. Wat wil een Brit nog meer?