Werk aan een nieuwe moslimelite

Moslims moeten bereid zijn met hart en ziel Nederland te erkennen als hun eigen land. Nieuwe imamopleidingen kunnen daarbij helpen, meent M. Emin Baydemir.

De academische opleiding voor geestelijke verzorging van moslims die sinds enkele weken draait aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, is uniek in de wereld. Er is geen Europees land dat islamitische geestelijk verzorgers, inclusief vrouwelijke, laat werken in zorg- en justitiële instellingen. Nederland speelt hier duidelijk een voortrekkersrol in de Europese islam.

Zo'n 40 moslimstudenten van verschillende etnische afkomst zijn geaccepteerd door de toelatingscommissie van de VU. Over enkele jaren zal Nederland zijn eerste academisch opgeleide moslimelite hebben, die de standpunten van de moslimbevolkingsgroep hopelijk beter zal verwoorden dan de huidige vertegenwoordigers van deze gemeenschap.

In de afgelopen maanden hebben uitspraken van imams steeds meer negatieve aandacht getrokken. Sommige traditioneel opgeleide imams, die geschoold zijn in het land van herkomst, blijken niet adequaat te kunnen communiceren met de Nederlandse moskeegangers. Steeds meer moslims van de jonge generatie gaan niet naar de moskee, omdat zij de taal van de imams niet kunnen begrijpen. Daardoor ontmoeten deze imams zowel binnen als buiten de gemeenschap heel veel kritiek. Hun verblijfsvergunningen en Nederlandse paspoorten werden al gauw aan de orde gesteld. De ongenuanceerd geformuleerde uitspraken van deze imams, die vaak verkeerd in het Nederlands worden vertaald, dragen bij aan het stijgen van de anti-islamitische tendens in de samenleving en in het politieke klimaat. Toch is er weinig zelfreflectie of -kritiek onder de moslimgeestelijken.

We zijn nu vijftig jaar verder sinds de eerste moskee werd opgericht in Nederland – de Mobarak-moskee in Den Haag – maar qua professionalisering en kwaliteitsverbetering zijn de moskeeën niet veel verder dan toen.

Net als de moskeegebouwen worden de salarissen van de imams, behalve die van de officiële Turkse imams, volledig door de moskeegangers betaald. Voor hun inkomsten zijn de imams afhankelijk van het moskeebestuur, dat vaak veel lager opgeleid is dan de imams. Omdat de rechtspositie van de imams niet wettelijk is gewaarborgd, konden ze uit eigen initiatief weinig vernieuwing tot stand brengen.

Hoewel de meerderheid van de `basisimams', die werkzaam zijn in circa 450 Nederlandse moskeeën, erkent dat kennis van de Nederlandse taal en cultuur essentieel is om te communiceren met de nieuwe generatie moslims in Nederland, hebben zij nauwelijks de kans of de tijd gehad om zich te scholen of zich beroepsmatig te ontwikkelen. De meeste imams kregen eenvoudigweg geen mogelijkheid of hadden geen tijd om Nederlandse taalcursussen of bijscholing te volgen ten behoeve van kennis en inzicht in de Nederlandse cultuur. Tot aan de recente uitspraken van en incidenten rond de imams wilde men niet weten wat er aan vraag en aanbod bestond in de moskee. De geestelijke begeleiding die de imams verleenden kostte de overheid niets. Uiteindelijk krijgt elk land de imams die het verdient.

In opdracht van de minister van Integratie en Vreemdelingenzaken is de Vrije Universiteit te Amsterdam begonnen met het opleiden van islamitische geestelijke verzorgers. De Universiteit Groningen en de Humanistische Universiteit werken aan een alternatief samenwerkingsverband aan de hand van een tweede voorstel. De twee islamitische universiteiten in Rotterdam (de Islamitische Universiteit Rotterdam IUR en de Islamitische Universiteit van Europa IUE) hunkeren naar erkenning om imams te mogen opleiden. Anderzijds moet nog blijken of de islamitische geestelijke verzorgers in Nederland hun professionele werk kunnen combineren met de ambtelijke binding en of ze erkenning dan wel uitzending kunnen genieten van de islamitische koepelorganisatie CMO die nog steeds in oprichting is.

Islamitische geestelijke verzorging in overheidsinstellingen is immers een onbekend verschijnsel in de islamitische landen. Moslims weten doorgaans weinig van taak en functie van een geestelijke in de gezondheidszorg, in justitiële inrichtingen en misschien binnenkort in de krijgsmacht.

Geestelijke verzorging, het welbekende en befaamde professionele werk dat al tientallen jaren is ingebed in de Nederlandse verzorgingsstaat, heeft met de intrede van de islamitische geestelijke verzorgers een andere dimensie gekregen. Ik denk dat de Nederlandse culturele en levensbeschouwelijke landkaart veel kleurrijker en levendiger zal worden.

Er werken thans circa 40 imams als geestelijk verzorger in de penitentiaire inrichtingen van het ministerie van Justitie en tien in gezondheidszorginstellingen zoals ziekenhuizen en psychiatrische klinieken. Kennelijk zijn deze instellingen, op hun zoektocht naar de broodnodige geestelijke verzorging, op de een of andere manier met de aanwezige imams in zee gegaan, zonder dat een landelijke instantie deze imams uitzond.

Er bleek een groot gat in de markt te zijn. Uit de ervaring van zo'n 20 jaar is gebleken dat de professionele dan wel semi-professionele imams een belangrijke rol vervullen bij het overbruggen van de almaar groeiende kloof tussen allochtonen en autochtonen in onze samenleving. Straks kunnen de academisch opgeleide moslimgeestelijken professionele begeleiding bieden vanuit en op basis van de identiteit van patiënten, gedetineerden en soldaten. Hoewel er honderden islamitische soldaten en officieren in dienst zijn voor de veiligheid van Nederland, is in de behoefte aan islamitische geestelijke verzorging in de krijgsmacht nog lang niet voorzien, terwijl die hard nodig is. Voor een officiële benoeming van een islamitische geestelijke verzorger wacht de islamitische koepelorganisatie, de CMO, nog steeds op erkenning van de minister van Justitie en de minister van Defensie.

Na een halve eeuw van trial and error met het Nederlandse integratiebeleid en gelet op de onzekere rechtspositie van de moslimgeestelijken, moeten de bestaande en de toekomstige islamitische geestelijke verzorgers/imams de volgende vraag beantwoorden: is Nederland daadwerkelijk het land van de moslims? Met andere woorden: zijn de moslims bereid om – met hart en ziel – Nederland te erkennen als hun eigen land? De kernvraag aan de toekomstige islamitische geestelijke verzorgers is of zij zich ervan bewust zijn dat wanneer zij in dienst zijn van de Nederlandse overheidsinstellingen, dit betekent dat zij altijd moeten opkomen voor democratie, mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting.

Deze vragen moeten de moslimgeestelijken eerst aan zichzelf stellen, zodat er een nieuw, open en kritisch debat gevoerd kan worden over de toekomst van de islam en de moslims in Nederland. Uiteindelijk wil ik zeker weten dat als ik `amin' (Amen) zeg als antwoord op het gebed van de imam in de vrijdagsdienst in een Amsterdamse moskee: ,,Heer bescherm ons en ons land van de natuurrampen en vijandige aanvallen'', dat deze zin dan in het Nederlands wordt uitgesproken en dat het om Nederland gaat.

Drs. M. Emin Baydemir is politicoloog, docent levensbeschouwing en geestelijk verzorger/imam in verschillende ziekenhuizen.