Toontje lager is sexy

Wat vinden vrouwen een aantrekkelijke stem? Leidse gedragsbiologen zochten het uit. Ze lieten studentes een reeks opnames beoordelen van klankenreeksen, ingesproken door mannelijke studenten. De dames waren het roerend eens. Heel consistent vonden ze de laagste stem het mooist. Die riep associaties op met een groot postuur, brede schouders en een flinke massa donker borsthaar. In de vogelwereld speelt dat nog veel sterker, zegt de Leidse gedragsbioloog Hans Slabbekoorn, mede-auteur van het standaardwerk Nature's Music. The Science of Birdsong.

Maakt het zoveel uit hoe je zingt?

Jazeker. Een oudere spreeuw, met een uitgebreid muzikaal repertoire, blijkt voor vrouwtjes interessanter dan een jongere soortgenoot die nog maar weinig melodietjes kent. Want een vogel die zoveel liedjes kent, heeft barre winters doorstaan en gevaren overleefd en moet dus wel een slimme, fitte, solide partner zijn. Pas als zo'n oude spreeuw echt aftakelt en misschien een beetje kortademig wordt, wordt hij minder aantrekkelijk.

Zangvogels zingen om hun territorium tegen andere mannen te verdedigen, maar ze trekken daarmee ook vrouwtjes aan. Vaststaat dat vrouwtjes bepaalde variaties in de vogelzang heel aantrekkelijk vinden. Zelfs bij tortelduiven, die alleen maar roe-koe-koe roepen, hoor je individuele verschillen in frequentie. Een duif die zijn stem meer laat stijgen is vaak een grotere, zwaardere vogel, die zijn mannetje staat in gevechten. Voor concurrerende doffers is zo'n frequentiesprongetje dus een alarmerend signaal, waarop ze dan ook heftiger reageren dan op een vlakkere roep.

Maar zeggen die zangkarakteristieken nou echt zoveel over de fitheid als partner?

Bij de mens in elk geval niet. Een lage stem hoort niet automatisch bij een flink postuur, hooguit bij een grote keel en een lange nek, met goede resonantiemogelijkheden voor stembanden. Vogels hebben geen stembanden, maar een syrinx, een complex orgaan met membranen, op de scheiding van de luchtpijp en de bronchiën. Veel vogels kunnen dat geluid links en rechts onafhankelijk van elkaar variëren. Het produceren van subtiele frequentiesprongetjes vergt een zeer fijne spiercoördinatie, waarvoor je misschien heel fit moet zijn.

Zangvogels maken vooral het eerste jaar een gevoelige leerperiode door. De consequentie van dat leren is dat er individuele variaties en regionale verschillen kunnen ontstaan. Het ene liedje klinkt goed in het bos, het andere doet het beter in het open veld. Het lijkt erop dat stadsvogels vooral hoge noten zingen. In het bos zingen de koolmezen een toontje lager. En in Leiden zingen de merels hoger dan in Leiderdorp.