Speelgoed maakt niemand wijzer

Niet van speelgoed worden kinderen wijzer, maar van spelen. Krister Svensson zei het vorige week in The Observer. Duur educatief speelgoed is weggegooid geld. In Zweden wordt speelgoedwetenschap beoefend door het Stockholm International Toy Research Centre (SITREC). Svensson staat er aan het hoofd. Vorig jaar kreeg de Belg Jean-Pierre Rossie, antropoloog en verbonden aan het instituut, de Brio-prize. Brio is een oud bekend merk Zweeds speelgoed. De onderzoeker kreeg de Brio-prize 2004 voor zijn onderzoek naar het spel van Noord-Afrikaanse kinderen en hun speelgoed. Via de website www.sitrec.kth.se is door te dringen tot de lezing die Rossie hield ter gelegenheid van de prijsuitreiking en tot de plaatjes die hij er bij vertoonde. Kippenvel krijg je van de plaatjes. Om zoveel moois. Speelgoed dat de kinderen zelf maakten.

Natuurlijk gaat het mis. Ook Afrikaanse kinderen worden langzaam maar zeker overspoeld door goedkoop, lelijk speelgoed van de industrie. Maar de armste kinderen moeten nog altijd hun speelgoed zelf maken. En wat ze maken is van zo'n ontroerende schoonheid dat alle speelgoedontwerpers, ook die van Brio, er kennis van zouden moeten nemen om daarna de mensheid alleen nog te dienen als vuilnisman.

De baas van het Toy Research Centre roept van de daken dat educatief speelgoed niet doet wat ouders er van verwachten. Dat hun kind er niet handiger van wordt of slimmer. Er zijn muziekinstrumenten voor heel jonge kinderen. Als ze er per ongeluk een klap tegen geven of een schop, komt er klassieke muziek uit. De kans is dan groter dat ze later een gevierd componist worden of eerste violist van het Concertgebouw. Geen majorette? Nee, ouders dromen niet dat hun meisje later majorette wordt.

De speelgoedindustrie maakt ouders wijs dat kinderen van educatief speelgoed beter worden dan kindjes die de spullen moeten ontberen. Binnenkort komt er een speeltje op de markt dat kinderen van twaalf maanden twee talen leert verstaan.

Maar educatief speelgoed doet niks. Niet meer in elk geval dan gewone huishoudelijke voorwerpen. Van een steelpannetje kan een kind al wat leren. Je doet er iets in dat er uit valt als je het pannetje omkeert (kraanmachinist?). En als je het op je kop zet, valt de visite om van het lachen (cabaretier?).

In Rotterdam staat de speelgoedwinkel Arabesk. Alleen geopend na telefonische afspraak, maar 24 uur per dag online voor bestellingen (www.arabesk.nl). Het is een winkel van verwondering. De spullen zijn niet wat je noemt educatief maar kunnen kinderen en volwassenen wel verbazen en enorm plezier doen. Desnoods leer je er wat van, maar het is niet verplicht.

Arabesk koopt ook producten in die alleen al om hun vorm behagen. Er zijn een paar ontwerpers op de wereld die zich hebben afgewend van de speelgoedindustrie die Bart Smit bevoorraadt. Ze maken speeltjes die nergens op lijken. En die al tot kunst zijn verklaard. Art! Maar laat het alsjeblieft speelgoed blijven. Kunst beklemt soms.

De gedroomde omwenteling begint misschien wel bij het Braziliaanse designers echtpaar Chico Bicalho en Isabella Torquatto. Bicalho maakt objecten die bewegen en waarvan een kind denkt dat het een autootje had moeten worden of een beest. Maar het is niks, het doet het alleen maar en je kunt er om lachen.

Isabella Torquatto maakte onder meer insecten. De mooiste is een heldergroene krekel. Hij kan hoog opspringen. En hoe dat gaat, zo simpel, het had door een Afrikaans kind bedacht kunnen worden die zelf zijn krekel bouwde.

Het beest wordt met de hand op een plat vlak geduwd en zakt daarbij door zijn veerkrachtige stalen pootjes. Onder zijn buik zit een zuignapje. Het zuigt zich vast aan het vlak. Maar de poten zijn sterker en duwen het beest weer omhoog. Als het zuignapje los laat, het kan even duren, springt het beest de lucht in. Niks kunst; prachtig!