Poëzie met koffie en een koekje in huiskamer

Bij de achtste editie van `Dichter aan huis' droegen dichters voor in Haagse woonhuizen en ateliers. ,,Szymborska's limericks liggen bij mij op de wc.''

Tussen de rijen boekenkasten, tafels met groene leeslampjes en de glazen kroonluchter aan het plafond fluistert een jonge Vlaamse dichteres haar poëzie. Ingetogen vertelt ze over haar reizen, haar prinsessendromen en haar eenzaamheid. De muisstille toehoorders, veelal vijftigers, zitten diep weggezakt in hun fauteuils. Zo nu en dan knabbelen ze een chocoladekoekje weg in het Haagse Damesleesmuseum. Na drie kwartier is het tijd om te gaan. Op naar het volgende pand en een nieuwe dichter.

Het tweejaarlijkse poëziefestival `Dichter aan huis' in Den Haag beleefde afgelopen weekend zijn achtste editie. Elk uur hielden vijfentwintig dichters een voordracht in vijfentwintig woonhuizen, musea en ateliers. Zaterdagmiddag zorgde een jonge programmering (De Woorddansers, Tjitske Jansen) voor een jonger publiek. Zondag kwam een meer grijzende generatie op Vinkenoog en Lanoye af.

Het Louis Couperus Museum herbergde dichter Serge van Duijnhoven, wiens bulderende credo's en gedichten weerklonken tussen Indische klederdracht en schoolplaten uit de tijd van Couperus. Klankdichter Jaap Blonk verbaasde zijn toehoorders met onnavolgbare betekenisloze poëzie in de oude stallen van de Lange Voorhout, tussen de abstracte moderne kunst van Gerard Verdijk van verzamelaar Kees van der Meer.

In het privacytijdperk heeft een festival als dit een bijna voyeuristisch tintje. De bezoeker gaat een onbekend woonhuis in, loopt langs boeken- en cd-collecties, kijkt naar familiefoto's aan de muur. Gastvrouw Christie van de Haak, kunstenares en eigenaar van het huis van de architect Vera Yanovshtchinsky, vindt het leuk om mensen te ontvangen. ,,Zo zien ze ook meteen de architectuur van dit huis.''

De gastvrijheid is bijna even belangrijk als de poëzie. Anders kan het gebeuren, aldus organisator Jan Arie de Jong ,,dat je bezoekers tegenkomt die zeggen: `daar moet je niet heen, daar is de koffie niet lekker'.''

De intieme setting biedt een uitgelezen mogelijkheid om de auteurs vragen te stellen, met vaak zeer oprechte antwoorden tot gevolg. Dichteres Jo Govaerts vertelt over haar ontmoeting met Wyczlawa Szymborska, wier teksten zij op twintigjarige leeftijd vertaalde. ,,Maar sinds haar Nobelprijs is ze ontoegankelijk geworden. Ze organiseert nog wel een literaire salon met een select gezelschap waarmee ze humoristische limericks maakt. Die liggen bij mij op de wc. Ze zijn onvertaalbaar uit het Pools, helaas, maar ik lig er nog steeds dubbel om.''

Een ontboezeming van een andere Brusselaar, Geert van Istendael: ,,In een niet-meertalige stad als Den Haag voel ik mij een beetje dun.'' Waarop een bezoeker antwoordde: ,,Niet meertalig? U zou eens lijn negen moeten nemen.''

Dichter aan huis, 15 en 16 oktober in Gent. Inl. www.dichteraanhuis.nl