Luister niet naar al die Fukuyama's!

In Opinie & Debat van 1 oktober geeft Marc Leijendekker een weergave van de Nexus-lezing van Francis Fukuyama op zondag 25 september en van een interview dat hij met hem had. Fukuyama's ideeën vragen om een kritische beschouwing. Want in zijn betoog, voorgedragen in een moordend tempo, riep Fukuyama telkens dat hij geen adviezen wilde geven, maar een analyse.

Hij besefte niet dat hij zich daaraan niet hield, doordat zijn `analyse' zeer eenzijdig uitging van de vanzelfsprekende superioriteit van het Amerikaanse model van de samenleving, zoals hij dat ook deed in zijn boek Het einde van de geschiedenis en de laatste mens.

Deze houding is verwerpelijk want juist een wetenschapper moet weten dat hij niet het samenlevingsmodel van de Amerikanen, als een, in eerste instantie welkom, maar in toenemende mate beklemmend evangelie over ons moet uitstorten. Natuurlijk moeten wij ons zorgen maken om democratie en tevens om kwesties als integratie, ongelijke rechten, werkgelegenheid en armoede, maar daar moeten ze zich in de Verenigde Staten eveneens druk om maken.

Bovendien gaf Fukuyama Europa wel degelijk adviezen, en wel zeer onacceptabele. Het is typerend voor zijn denken dat hij in Tilburg simpelweg zei dat het terrorisme zijn bakermat heeft in Europa. Zijn verklaring hiervoor is dat wij de binnengekomen immigranten niet goed zouden opvangen (geen werk!), waardoor zij gefrustreerd raakten (vooral de tweede en derde generatie) en hier plannen ontwikkelden, onder anderen voor de aanslag op het World Trade Center op 11 september 2001. Maar waarom vraagt hij zich eigenlijk niet af hoe het komt dat juist het WTC in de Verenigde Staten als object is gekozen en niet een of ander hoog gebouw in Europa? Schande!

Vervolgens voerde Fukuyama aan dat wij geïmmigreerden werk moeten verschaffen.

Dat kan heel eenvoudig als wij maar hun loonkosten ontdoen van opslagen (die dienen ter dekking van kosten van ziekte, ouderdom en werkloosheid) en afscheid nemen van het minimumloon. Daarmee vergemakkelijk je de vraag naar eenvoudig werk (Fukuyama noemde de tuinlieden in zijn eigen paradijs).

Het nadeel is dat men met zo'n loon geen aanspraak kan doen op ons vangnet. Het gevolg zou zijn dat alle Europese `eenvoudige' werkers op deze wijze in het Amerikaanse model zouden terechtkomen.

Dit vind ik oppervlakkig en onheus jegens onze verworvenheden in vele jaren van strijd. Daarbij heeft Fukuyama duidelijk geen oog voor de Amerikaanse en wereldverhoudingen. Schande!

In de Amerikaanse `samenleving' ontbreekt een rechtens vastgelegde solidariteit. Maar dat model wordt in de Verenigde Staten inderdaad alom en met overtuiging aangehangen. Het behoort tot de Amerikaanse identiteit. Maar dat betekent niet dat het achteroverleunend bejubeld moet worden.

De Constitution is eind 18de eeuw ontstaan in een agrarische economie en met toestromende immigranten die dikwijls heel wat achter de rug hadden en in `het beloofde land' opnieuw gingen vechten om te overleven. Deze grondwet staat voor eeuwig vast; er kan alleen maar op worden geamendeerd op een wijze die geacht kan worden in overeenstemming te zijn met het denken van de Founding Fathers. Dat hele pakket, ingepakt in de Amerikaanse vlag, wordt er, via een aantal onnavolgbare rituelen, ingehamerd bij jong en bij oud voortdurend en zonder twijfel.

In het `oude land' is dat geheel anders gegaan, zij het dat feitelijke verschillen voor de burgers pas manifest werden toen bij ons na de Tweede Wereldoorlog sociale zekerheden ontstonden, die ook in de grondwet werden verankerd.

Onze grondwetten zijn ontwikkeld door telkens wat af te knabbelen van de, tot dan toe geaccepteerde, bevoegdheden van een monarch of van andere, in de historie verschenen, machthebbers.

Dat ontwikkelingsproces mag hier en daar zijn doorgeschoten en is daarom vaak aangepast om te kunnen aansluiten bij de gigantische ontwikkelingen die onze samenleving doormaakt.

Maar wij moeten ons niet laten aanpraten dat het einde van die aanpassingen pas is bereikt als wij een soort Amerikaanse samenleving hebben ontwikkeld.

Bij ons zijn rechten bevochten (en als zegeningen van maatschappelijke ontwikkelingen aan ieder ten deel gevallen, ook aan de toeschouwers en tegenstemmers) waar onze grootouders niet van hebben kunnen dromen.

Dat is onze uitgangspositie en dat maakt deel uit van onze identiteit.

Dit is iets om trots op te zijn. We moeten ons ook verdedigen tegen de vele `Fukuyama's'. Die moeten eerst maar eens evangeliseren in de VS. Ook zij leven in de wereld van 2005 en voor de toekomst.

Jan Mol is oud-lid van de Eerste Kamer voor de PvdA