Laat de NS maar hard rijden

De NS heeft bakzeil gehaald bij de invoering van gedifferentieerde tarieven voor de Randstad versus de rest van het land. In plaats daarvan moet iedereen in Nederland nu meer geld gaan betalen voor een treinkaartje. De vraag is of dat terecht is. De NS meent dat de kosten van het berijden van het traject Utrecht-Den Haag duurder is dan Nijmegen-Den Bosch. Dat lijkt redelijk, omdat drukte aanleiding geeft tot meer verkeersleiding, vertragingskosten en meer dan gewone slijtage.

Deze kosten kunnen echter over meer en ook beter gevulde treinen worden verdeeld, waardoor deze toename van de kosten per passagier ongedaan wordt gemaakt.

Laten we even met de NS meegaan in de veronderstelling dat het rijden in de Randstad complexer is dan elders en derhalve meer kost per passagier. Het is dan redelijk om meer geld te vragen van de Randstedelijke klant.

Dat is waar voor zover NSopbrengsten uitsluitend van NS-klanten afkomstig zijn. Maar dat is niet zo. Nog altijd gaat er veel geld van de belastingbetaler naar de NS om lijnen te bedienen die anders niet konden worden geëxploiteerd – in gebieden buiten de Randstad. Wat de NS wil, is dat én de buitengewesten worden gesubsidieerd én de Randstad met een hogere prijs wordt belast.

Economisch krijgen we nu te maken met het merkwaardige verschijnsel dat we marktwerking in de Randstad stimuleren en regulering buiten de Randstad. Dat is een gotspe, omdat dit de NS een prikkel geeft om de kostprijs zowel in de buitengewesten als in de Randstad te laten oplopen. Het eerste kan worden doorberekend aan de belastingbetaler en het tweede aan de reiziger. Dat tweede is mogelijk, omdat de NS een monopoliepositie heeft.

Om te voorkomen dat hogere kosten bij de belastingbetaler en bij de reiziger in rekening worden gebracht, zouden we ervoor moeten kiezen te stoppen met deze subsidie en zou de monopoliepositie van de NS moeten worden doorbroken. De NS zou een concessie kunnen krijgen op basis van het aantal door de overheid voorgeschreven te bedienen lijnen, en de prijsstelling zou moeten worden vrijgegeven.

Waarom? Omdat de NS dan de afweging maakt tussen prijs en kosten. Als we de NS dan aanspreken op winst, krijgt het bedrijf vanzelf een prikkel om een zo groot mogelijk aantal reizigers te bedienen. Dat is op het punt waar de extra kosten die gemoeid zijn met het vervoeren van meer reizigers, niet langer wordt goedgemaakt door meer opbrengsten.

Als we de NS als overheidsdienst blijven aanmerken (en dat mag ook) en het aantal vervoerde reizigers per trein willen maximaliseren, dan moeten we een andere aanpak kiezen: een prijsverlaging in de Randstad! Immers, dat geeft reizigers een prikkel met de trein te gaan en ander vervoer te laten staan. We moeten dus kiezen: óf regulering óf marktwerking. De combinatie werkt niet.

Om te voorkomen dat de NS zijn monopoliepositie misbruikt, moeten we ook toestaan dat over vijf jaar een ander vervoersbedrijf dan de NS de concessie kan worden toegekend.

Wedden dat de NS heel hard gaat rijden?

Jan Bouwens is hoogleraar accounting aan de Universiteit van Tilburg