Klassieke muziekcultuur bestand tegen popterreur

Uit het hoogdravende artikel van Kees Vlaardingerbroek, artistiek manager van De Doelen, over de dreigende verdwijning van de symfonische klassieke muziek (NRC Handelsblad, 27 september), blijkt voornamelijk dat hij van het onderwerp weinig heeft begrepen. De klassieke muziekcultuur zou existentieel worden bedreigd door de Raad voor de Cultuur en de elite die het laat afweten als concertbezoeker. Het eerste lijkt me te veel eer voor een ambtelijk orgaan en wat betreft het laatste begrijp ik niet hoe je over klassieke muziekcultuur kunt schrijven zonder de compactdisk te noemen. Het werkelijke probleem is fundamenteler: de klassieke muziek is voltooid. Er wordt geen klassieke muziek van betekenis meer geschreven, de grenzen van het genre zijn uitputtend verkend en met Sjostakovitch is de laatste grote symfonische componist overleden. De componist die de première van een eigen werk dirigeert komt niet terug. Orkesten zijn in voortschrijdende mate aangewezen op een eindige voorraad composities uit het verleden en zullen het dus moeten hebben van de kwaliteit van de uitvoering. Dit neemt niet weg dat klassieke muziek en vooral opera nog steeds de hoogste vorm van muzikale kunst is. Zij is zelfs bestand tegen de terreur van de popmuziek.