Kamerkoor wrikt in hoge regionen

,,Als Brahms in een goede bui is, neuriet hij het koraal Meine Freude ist das Grab'', spotte Josef Hellmesberger over Brahms, die in 1863 dirigent was geworden van de Wiener Singakademie. Alleen al de titels van de Drei Motetten die Brahms in 1890 voor dit reusachtige amateurkoor schreef — Ich aber bin elend; Ach, arme Welt, du trügest mich en Wenn wir in höchsten Nöten sein — bewijzen dat vrolijkheid niet zijn handelsmerk was.

Somberheid spreekt ook uit de toonzetting van de motetten, die het Nederlands Kamerkoor o.l.v. Marcus Creed met gepaste ingetogenheid vertolkt. Maar in de kritische akoestiek van het Muziekgebouw, vloeiden de stemmen niet samen. Vooral in de hogere regionen schuurde en wrikte het wat.

Wyneke Jordans en Leo van Doeselaar speelden Schuberts Fantasie in f, voor quatre mains op een Bechstein uit 1860. Op deze intiem zingende vleugel koos het meesterlijk op elkaar ingespeelde pianoduo voor de lyrische benadering. Tegenstellingen tussen licht en donker, die op een moderne vleugel de huiveringwekkende proporties van hemel en hel aannemen, behielden door de bescheiden klank iets menselijks. Wat Schubert aan dramatiek inboette, werd gecompenseerd door transparantie, sensitiviteit en spiritualiteit.

Voor de aangrijpende tragiek van Ein Deutsches Requiem van Brahms werd ook de Bechstein uitverkoren. Brahms zelf ervoer het omzetten van zijn onsterfelijke werk voor koor, solisten en orkest in een werk voor zangstemmen en `vierhandige zielen' als `een tocht door de hel'. Maar er moest geld worden verdiend en de gegoede burgerij was dol op quatre mains, want zo haalde je de muziek in huis.

Ruim tien jaar tobde Brahms over zijn in 1869 voltooide Ein Deutsches Requiem, in feite zijn verlate reactie op de dood van Robert Schumann in 1856. Op hallucinerende wijze bezingt zijn onorthodoxe requiem de sterfelijkheid. In de vloeiende lezing van het nu wel bijna volmaakt zingende Nederlands Kamerkoor stegen de noten op naar het rijk der zielen. Bariton Huge Oliveira zong expressief maar met te weinig massa, terwijl sopraan Heleen Koele wel met massa maar minder gaaf soleerde. Het begeleidende duo Jordans & Van Doeselaar liet Brahms optimaal tot de verbeelding spreken.

Concert: Nederlands Kamerkoor o.l.v. Marcus Creed e.a. Gehoord: 30/9 Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam. Herh.: 4/10 Leeuwarden; 5/10 Alkmaar; 6/10 Arnhem; 8/10 Den Haag.