`Ik hoop op een debat met wij-gevoel'

Arslan Karagül is een Turks Nederlandse imam in een pak en zonder baard. Onzin dat je met een baard kunt bewijzen dat je een goede theoloog bent, vindt hij.

Arslan Karagül weet zijn landgenoten in Nederland telkens weer te verrassen. ,,Toen ik op de universiteit aan een decaan werd voorgesteld, reageerde deze spontaan: `Ach, ik dacht iemand met een baard en een tulband te ontmoeten, maar u ziet er heel gewoon uit'.''

Karagül is een Turks-Nederlandse imam in een pak, liever noemt hij zich een islamitisch geestelijk verzorger. Een gesoigneerde, slanke man, 52 jaar oud, met een brilletje en een snor. Hij is Nederlander, afkomstig uit Turkije, en is twintig jaar geleden naar Breda verhuisd. ,,Opstandig was ik niet in Turkije'', lacht Karagül. ,,Wel kritisch.'' Een baard vond hij onzin als je daarmee moest bewijzen dat je een goede theoloog was. ,,Waar hecht je nu waarde aan: aan de binnenkant of de buitenkant, aan de letter of de geest van de koran?''

Sinds september is Karagül verbonden aan het Centrum voor Islamitische Theologie (de imamopleiding) aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. De eerste officiële studie in Nederland en een van de weinige islamitische opleidingen in Europa waarmee iemand imam kan worden. Alleen Oostenrijk kent al langer een soortgelijke opleiding, in het Duitse Noordrijn-Westfalen is er sinds vorig jaar een en in Parijs en Straatsburg worden studies opgezet.

De masteropleiding `islamitische geestelijke verzorging' bereidt studenten voor op een baan als geestelijk verzorger (imam) in ziekenhuizen, gevangenissen, het leger of de moskee.

Karagül is in zijn element. Hij is net enkele weken bezig als een van de drie docenten aan de opleiding en heeft al ruim veertig studenten in de bachelor- en masteropleiding. De aantallen zullen verder groeien, verwacht hij. Arslan Karagül studeerde theologie in Samsun en Istanbul en in Amsterdam. Daarnaast werkt hij als islamitisch geestelijk verzorger in het Academisch Medisch Centrum in Utrecht en het VU-ziekenhuis in Amsterdam. Op tafel ligt een scriptie over `Moslimvrouwen, reinheid en religieuze status' en een boek van de Franse islamkenner Olivier Roy La Laïcité face à l'islam.

,,De Franse opstelling tegenover moslims is radicaler dan in Nederland'', zegt Karagül. Zelf is hij gesteld op de Nederlandse openheid en het pluralisme. ,,In Frankrijk wordt niet gediscussieerd over de opleiding van moslimmeisjes, maar uitsluitend nog om de hoofddoek die ze in publieke functies of op school niet mogen dragen.'' Daarom ook spreekt Karagül niet graag van een `Europese islam', want de islam wordt overal anders gepractiseerd.

Karagül, die imam was in Breda en Tilburg, ziet enkele opvallende verschillen tussen de islamitische theologische opleiding in Nederland en die in Turkije. In beide landen krijgen studenten de koran uitgelegd. Ze krijgen filosofie, godsdienstgeschiedenis en exegese. ,,Maar bij de VU krijgt de student extra bagage zoals communicatie, geestelijke verzorging en aandacht voor het joden- en christendom. Vooral communicatie is essentieel om de dialoog tussen culturen te kunnen voeren.'' Een imam speelt als geestelijk verzorger een heel andere rol dan een imam, die als prediker vijf keer in de moskee het gebed leidt.

Ook wordt het debat volgens de docent op een andere manier gevoerd ,,In Turkije wordt veel gedebatteerd over de islam, er zijn niet veel gevoeligheden. In Nederland zijn er zoveel gevoeligheden dat het debat tussen moslims en autochtonen over de islam geen kans krijgt.''

Het lijkt, zegt Karagül, alsof er in Nederland apartheid bestaat: wij en zij. ,,Natuurlijk moeten moslims ook kritisch naar zichzelf kijken en vooralcommuniceren.'' Als hij íets hoopt is het dat in Nederland ook een debat gaat ontstaan met een `wij-gevoel'. ,,Dat we samen in gesprek gaan over belangrijke thema's als opvoeding, straf, onderwijs en werk, waarbij we elkaar accepteren, niet uitsluiten.''