Iedereen in de grabbelton?

`Verkeersgegevens' worden ze genoemd: wie belt of e-mailt met wie, hoe lang en wanneer? Een Europees plan voor verplichte opslag van die gegevens ten behoeve van de overheid stuit op verzet. Het sop lijkt de kool niet waard, maar is dat wel.

`De nummers die worden gebeld vanuit een particuliere telefoonaansluiting zijn prozaïscher dan de inhoud van de gesprekken zelf. Toch zijn ze niet zonder betekenis. Van de meeste telefoonabonnees is het nummer vermeld in een openbare telefoongids. Het valt echter zeer te betwijfelen of zij er gelukkig mee zouden zijn als een lijst van iedereen die zij bellen, lokaal of interlokaal, aan de wereld zou worden prijsgegeven. Dit is niet eens omdat die lijst zo incriminerend zou zijn, maar omdat hij gemakkelijk de meest intieme details van iemands persoonlijk leven kan openbaren.''

Dit merkte het lid van het Amerikaanse hooggerechtshof Potter Stewart op in 1979. En dat was lang voor e-mail, mobiele telefoon, sms en surfen op internet. Deze moderne technieken onderstrepen alleen maar het punt van rechter Stewart. Alleen al een lijst van verbindingsgegevens levert een indringend beeld op van iemands interesses en relatiepatronen, ook zonder een kijkje in de inhoud van de communicatie. Dit onderscheid vervaagt trouwens als ook de onderwerpregel van een e-mailbericht wordt meegenomen.

Er is dan ook veel te doen over invoering door de Europese Unie van een bewaarplicht van dergelijke `verkeersgegevens', zoals de vakterm luidt. Na de bomaanslagen van 7 en 21 juli in Londen zet het Britse voorzitterschap van de EU grote druk op een positief besluit. Toch maakt het Europees Parlement moeilijkheden. En vorige week riep de Tweede Kamer een aantal deskundigen bijeen voor een gesprek over nut en noodzaak van de bewaarplicht.

Minister Donner (coördinerend bewindspersoon voor de terrorismebestrijding) heeft bij herhaling laten weten dat hij positief staat tegenover een bewaarplicht. Maar formeel aarzelt Nederland, mede op aandrang vanuit de Eerste Kamer. De discussie spitst zich toe op de kosten voor de aanbieders van telecommunicatie en op de bewaartermijn (drie maanden of enkele jaren).

Dat zijn belangrijke aspecten. Maar ze missen de kernvraag: moet iedereen zonder aanziens des persoons in zo'n elektronische grabbelton worden gestopt?

De wedervraag is: wat maakt het uit? De justitie en de veiligheidsdiensten hebben sinds kort al het recht om afzonderlijke verkeersgegevens op te vragen bij telecom- en internetbedrijven, en dan niet alleen de gegevens van verdachte personen, maar van élke gebruiker. De bedrijven bewaren verbindingsgegevens doorgaans toch al drie maanden ten behoeve van de facturering. Maar alleen voor dit doel, en dat wil de bewaarplicht nu juist veranderen.

De nieuwe bevoegdheid om ook gegevens over onverdachte burgers te vorderen, is op zich al kwalijk genoeg, maar gaat tenminste nog om gerichte vragen (dat mag men althans hopen). Maar een bewaarplicht van álle gegevens ten behoeve van de overheid maakt de dienstenaanbieder helemaal tot een verlengstuk van politie en spionagediensten. Deze kunnen naar believen hengelen in het privé-leven van vrijwel de hele bevolking.

Minister Donner werpt de gedachte van dergelijke fishing expeditions verre van zich. Maar deze verzekering kan de minister alleen geven door het begrip `visexpeditie' weg te definiëren. Van zo'n verboden activiteit is volgens de bewindsman namelijk alleen sprake wanneer gegevensbestanden volstrekt in het wilde weg worden doorzocht. Een dergelijke karikaturale omschrijving laat alle ruimte voor willekeurige of discriminerende of alleen maar bemoeizuchtige zoekacties.

Minister Donner maakt er wel ophef van dat het oorspronkelijke plan om de bewaarplicht uit te strekken tot alle individuele bezoeken aan websites op internet, is vervallen. Dat is volgens hem een aanzienlijke lastenverlichting. De Europese bewaarplicht voorziet echter in een stappenplan met gefaseerde invoering. Het is dus slechts een kwestie van tijd voordat ook alle bezochte websites moeten worden geregistreerd.

De verhouding tussen doel en middel is volledig zoek, betoogde het Eerste-Kamerlid en hoogleraar informatierecht H. Franken (CDA) in juni. Alleen al het volume van de gegevens die moeten worden opgeslagen, maakt een zinvolle interpretatie van het materiaal onmogelijk. Met alle gevaar dat onschuldige mensen ten onrechte zwart worden gemaakt. En zonder dat ze er iets tegen kunnen doen of er zelfs maar van hoeven te weten. Want de overheid houdt haar snuffelacties geheim.

,,Het terrein is vergeven van de deskundigen die allerlei dingen zeggen, maar op dit moment nog weinig kunnen bewijzen'', was de knorrige reactie van minister Donner. Als goed jurist zal hij hebben beseft dat het probleem van de bewijslast niet bij de hooggeleerde senator ligt maar bij hemzelf. Het is de minister die de noodzaak van inbreuk op het grondrecht van de persoonlijke levenssfeer hard moet maken, en dan met name dat er geen alternatief is.

Het is nog steeds niet aan critici van de bewaarplicht om aan te tonen dat bij twijfel de burgerlijke vrijheid in Europa voorgaat.

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad

kuitenbrouwer@nrc.nl