Hoffelijkheid ver te zoeken

Het `feestelijke' begin van de onderhandelingen over Turkse toetreding tot de Europese Unie werd een troosteloze gebeurtenis.

Voor de Europese Unie duurde 3 oktober dit jaar iets langer dan 24 uur. Om vijf voor half één vannacht stapte, omringd door de onvermijdelijke haag van televisiecamera's, de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Abdullah Gül, een troosteloos Luxemburgs conferentiecentrum binnen. Daar hadden zijn collega's van de Europese Unie al vanaf zondagavond de tijd doorgebracht met voornamelijk niet-vergaderen.

Ruim zeven uur later dan het oorspronkelijk afgesproken tijdstip van vijf uur, maar eigenlijk toch nog wel op 3 oktober, kon de ceremoniële plechtigheid plaatsvinden waarmee de veelbesproken onderhandelingen tussen de Europese Unie en de Turken over het EU-lidmaatschap van Turkije waren geopend.

Een plechtigheid die nog nauwelijks die naam mocht hebben. Wat Gül aantrof toen hij na zijn demonstratief uitgestelde vertrek uit Ankara de vergaderzaal binnenstapte, was nog slechts een handvol ministers. De meesten waren al vertrokken en hadden de honneurs overgelaten aan hun ambassadeurs bij de Unie. Hoffelijkheid is nu eenmaal een begrip dat al jaren niet meer wordt gebruikt als het de verhouding tussen de EU en Turkije betreft.

In een gevecht tegen de tijd werd tot laat gisteravond op diverse fronten onderhandeld. Niet alleen tussen de EU-ministers in Luxemburg. Maar er waren ook nog gastrollen op afstand voor politici als de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Condooleezza Rice, en de Duitse kandidaat-bondskanselier Angela Merkel. Dus kon God er ook nog bij. ,,Gods wil is vandaag begonnen'', zei minister Gül vlak voordat hij in Ankara op het vliegtuig naar Luxemburg stapte.

Oostenrijk was tot en met gistermorgen de grote dwarsligger. Het land wilde per se in de onderhandelingsvoorwaarden opgenomen zien dat de besprekingen met Turkije ook tot iets anders kunnen leiden dan het volledig lidmaatschap. De Oostenrijkers stonden daarin formeel weliswaar alleen, maar maakten zich in feite tolk van een idee dat ook elders in Europa leeft. Vooral in Europese christen-democratische kring heeft de mogelijkheid van een zogeheten geprivilegieerd partnerschap voor Turkije veel aanhang. Dit betekent een nauwe samenwerking met de EU zonder dat het land volledig in alle besluitvormingsprocedures wordt betrokken.

Volgens betrokkenen stond de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken, Ursula Plassnik, vanaf zondag, toen de geprekken met het Britse EU-voorzitterschap over haar bezwaren de cruciale slotfase ingingen, in permanent contact met premier Wolfgang Schüssel. Deze conservatieve christen-democraat stond op zijn beurt weer in telefonisch contact met de Duitse CDU-aanvoerder Angela Merkel, die de afgelopen maand in haar verkiezingscampagne in Duitsland ook steeds het bijzondere partnerschap voor Turkije heeft bepleit.

Op zondag was Plassnik nog onvermurwbaar. Ook gistermorgen had de Britse minister Straw nog nodig om Oostenrijk te masseren. De hardnekkigheid van de Oostenrijkers wordt ook geweten aan de aanvankelijk arrogante houding van het Britse voorzitterschap. Straw zou zich te veel als partij hebben gedragen – de Britten zijn groot voorstander van Turkse toetreding – en te weinig als onafhankelijk voorzitter.

De teksten om Oostenrijk tevreden te stellen moesten ook steeds weer aan de Turkse regering worden voorgelegd, want van daaruit was de boodschap dat men alleen maar wilde onderhandelen op basis van de tekst waarvoor de Europese regeringsleiders eind vorig jaar de aanzet gaven. ,,Het ging alleen nog maar om psychologie'', was afgelopen nacht de conclusie van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Karel de Gught.

Gisteren waren aan het eind van de ochtend de plooien met Oostenrijk gladgestreken. Even leek de deadline voor de openingsplechtigheid van 5 uur zelfs op het nippertje nog gehaald te kunnen worden. Maar toen werd vanuit Ankara ineens een oud bezwaarpunt opnieuw opgebracht.

Het ging om een ingewikkelde kwestie die erop neerkwam dat Turkije geen bezwaar kon maken wanneer afzonderlijke EU-landen (lees: Cyprus) een aanvraag zouden willen indienen om lid te worden van een internationale organisatie (lees: de NAVO). Turkije wilde dit punt uit de onderhandelingsovereenkomst halen.

In Turkije werd de paragraaf over internationale organisaties uitgelegd als de mogelijkheid voor Cyprus om zonder een Turks veto tot de NAVO toe te treden. Het kostte urenlange telefonische beraadslagingen tussen Luxemburg en Ankara om het eens te worden. Daarbij boden ook de Britse premier Tony Blair en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice hun diensten aan. Uiteindelijk werd een formulering bedacht voor een aanvullende verklaring waarin Turkije kan lezen dat het de mogelijkheid houdt om een Cypriotisch lidmaatschap van de NAVO te blokkeren – het gaat hierbij overigens vooral om een theoretische mogelijkheid, want Cyprus wil helemaal geen lid worden van de NAVO.

Pas toen ook over die kwestie duidelijkheid bestond, besloot minister Gül – uren later dan afgesproken – het vliegtuig naar Luxemburg te nemen. De ministers van Buitenlandse Zaken van de Unie die de voorbije veertig uur vooral wachtend hadden doorgebracht, wonden zich er niet eens meer over op.

Door de late manoeuvre van de Turken kreeg ook deze onderhandelingsronde het voor de EU-partners inmiddels vertrouwde karakter. Niet voor niets heeft de Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken Jean Asselborn het onderhandelen met de aspirant EU-partner ooit vergeleken met het kopen van een tapijt op een Turkse markt.

Toch viel ook gisteravond weer het woord historisch. Net als het al zo vaak gebruikte woord beslissend. Een feit is dat gisteren, ruim veertig jaar na het eerste verzoek van Turkije om lid van de Europese Unie te mogen worden, de eerste concrete stap op het toetredingspad is gezet. Een weg die, aldus de Britse minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw vannacht, alleen nog maar ,,naar boven, naar het volledig lidmaatschap kan leiden.''.

Vorig jaar december besloten de Europese regeringsleiders in Brussel dat de besprekingen over het in overeenstemming brengen van de Turkse wetgeving met die van de Europese Unie – want dat betekenen de onderhandelingen – op 3 oktober zouden beginnen. De diplomaat en ervaringsdeskundige op het terrein van onderhandelingen met Turkije, die toen al voorspelde dat waarschijnlijk pas op 2 oktober om vijf voor twaalf de laatste obstakels zouden zijn weggenomen bleek achteraf nog te optimistisch.

Bijna op tijd waren ze dus. Op tijd, vond Jack Straw. ,,Uitgaande van de Britse tijd'', grapte hij. En daarmee werd de Europese Unie op het laatste moment een derde blamage in vier maanden bespaard. Even had het erop geleken dat na het afwijzen van de Europese Grondwet en kort daarop de mislukking van de onderhandelingen over de Europese begroting, de Unie er ook niet in zou slagen de start van de onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de EU op het afgesproken tijdstip te beginnen. Daarmee zou de chaos in de Unie compleet zijn geweest.

Eind december dreigden de Turken de besprekingen met de EU te verlaten, dit keer dreigden ze er niet naar toe te komen. Maar sinds vannacht de gesprekken met de Turken over het EU-lidmaatschap werden geopend, is er wel één ding veranderd, zoals minister Straw duidelijk maakte. ,,Het gaat niet meer om een kandidaat-lid'' zei hij vannacht. De gretige Brit, die Turkije zo snel mogelijk wil opnemen in de Europese Unie, bedoelde natuurlijk dat de Turken nu ook echt meepraten. Over tien jaar, als de onderhandelingen op zijn vroegst zijn afgelopen, zal blijken of de rest van Europa er net zo over denkt als Straw.