EU geeft lidstaten juist macht terug

Als de EU van de ene dag op de andere zou worden afgeschaft, zouden de mensen zich in hun nationale en culturele identiteiten eerder minder veilig dan veiliger voelen, menen Ulrich Beck en Anthony Giddens.

De voorgestelde Europese Grondwet is dood. De Fransen en de Nederlanders hebben gesproken. Maar wat stak er precies achter hun `non' en `nee'? Waarschijnlijk een mengelmoes van ideeën en emoties: ,,Help, wij begrijpen Europa niet meer''; ,,Waar liggen de grenzen van Europa?''; ,,Europa doet te weinig voor ons''; ,,Onze manier van leven gaat kopje-onder.''

De Grondwet is dood, lang leve...! Wat? Het woord is aan de pro-Europeanen. Wij mogen niet toelaten dat de eurosceptici zich meester maken van de agenda. Wij moeten op positieve, constructieve wijze op het `nee' reageren en er tegenin gaan.

Als nieuw politiek bestel is de Europese Unie het origineelste, meest geslaagde experiment van na de Tweede Wereldoorlog. Zij heeft na de val van de Berlijnse Muur Europa herenigd. Zij heeft tot in Oekraïne en Turkije politieke veranderingen beïnvloed – niet, zoals in het verleden, met militaire middelen, maar langs vreedzame weg. Dankzij haar economische vernieuwingen heeft zij geholpen miljoenen welvaart te brengen, al was de groei de laatste tijd dan ook teleurstellend. Zij heeft Ierland, een van de allerarmste landen van Europa, geholpen een van de rijkste te worden. Zij heeft er veel toe bijgedragen dat de dictaturen Spanje, Portugal en Griekenland democratieën zijn geworden.

De aanhangers van de EU zeggen vaak dat zij meer dan een halve eeuw lang de vrede in Europa heeft weten te bewaren. Dat is aanvechtbaar, want de NAVO en de aanwezigheid van de Amerikanen zijn daarvoor het belangrijkst geweest. Maar wat de Unie wél tot stand heeft gebracht, gaat veel dieper. Zij heeft afgerekend met verderfelijke factoren uit de Europese geschiedenis als nationalisme, kolonialisme en militair avonturisme. Zij heeft instellingen opgezet of ondersteund – zoals het Europese Hof voor de Rechten van de Mens – die niet alleen de barbaarse kanten van het Europese verleden verwerpen, maar er zelfs wetten tegen uitvaardigen.

De mensen schrikken niet van het mislukken van de EU, maar juist van haar succes. Nog geen twintig jaar geleden leek de hereniging van West- en Oost-Europa een onmogelijke droom. Maar zelfs in de nieuwe lidstaten vraagt men zich af: ,,Waar moet dit heen?'' Zelfs voor wie er het meest van profiteren lijkt de EU soms eerder een handlanger van de globalisering dan een middel om je op de globalisering in te stellen en haar bij te sturen.

Een en ander werkt een emotioneel gemotiveerde vlucht naar de ogenschijnlijk veilige haven van de natie in de hand. Maar als de EU van de ene dag op de andere zou worden afgeschaft, zouden de mensen zich in hun nationale en culturele identiteiten eerder minder veilig dan veiliger voelen. Stel dat de eurosceptici in Groot-Brittannië hun zin kregen en dat het Verenigd Koninkrijk helemaal uit de EU stapte. Zou dat de Britten een duidelijker gevoel van eenheid geven? Zouden zij dan meer zeggenschap over hun eigen zaken hebben?

`Nee', is het antwoord op beide vragen. De Schotten en de inwoners van Wales zouden trouwens vrijwel zeker wél op de EU gericht blijven, met als mogelijk gevolg een scheuring van het Verenigd Koninkrijk. En Groot-Brittannië – of Engeland – zou eerder soevereiniteit verliezen dan winnen, als soevereiniteit tenminste inhoudt dat je echte macht hebt: invloed in de wijde wereld. Er zijn thans namelijk te veel kwesties en problemen waarvan de oorsprong boven het niveau van de nationale staat ligt en die niet binnen het kader van de nationale staat kunnen worden opgelost.

De paradox is dat in de wereld van vandaag een nationalistische of isolationistische houding de ergste vijand van de staat en zijn belangen kan zijn. De EU is een domein waarbinnen formele soevereiniteit kan worden ingeruild tegen echte macht, waar nationale culturen kunnen worden gekoesterd en waar economisch succes kan worden vergroot. Op gebieden als handel, immigratie, recht en orde, milieu, defensie en nog veel meer verkeert de EU in een gunstiger positie om nationale belangen te bevorderen dan voor afzonderlijke landen ooit is weggelegd.

Wij moeten om te beginnen de EU niet beschouwen als een ,,onvoltooide nationale staat'' of als een ,,incomplete federale staat'', maar als een nieuw soort kosmopolitisch project. Men is bevreesd voor een mogelijke federale superstaat, en terecht. Een herrijzend Europa kan niet verrijzen uit de puinhopen van afzonderlijke landen. Het voortbestaan van de natie is de voorwaarde voor een kosmopolitisch Europa, en thans is, om de zojuist genoemde redenen, ook het omgekeerde waar.

Lange tijd heeft het proces van de Europese integratie zich hoofdzakelijk afgespeeld door het wegnemen van verschillen. Maar eenheid is niet hetzelfde als uniformiteit. Kosmopolitisch bezien is diversiteit niet het probleem, maar de oplossing.

Nu de Grondwet is geblokkeerd, lijkt de toekomst van de EU plotseling vaag en onzeker. Maar dat hoeft helemaal niet! Pro-Europeanen moeten zich drie vragen stellen: Willen wij een Europa dat in de wereld opkomt voor zijn waarden? Willen wij een economisch sterk Europa? Willen wij een Europa dat billijk is en sociaal rechtvaardig? Dit zijn nagenoeg retorische vragen, want iedereen die wil dat de EU een succes wordt, moet ze alle drie wel bevestigend beantwoorden.

Dat heeft diverse concrete gevolgen. Wil Europa op het wereldtoneel worden gehoord en serieus worden genomen, dan kunnen wij niet het einde van de uitbreiding afkondigen en kunnen wij evenmin het bestuursstelsel van de EU onveranderd laten. Uitbreiding is het krachtigste middel waarover de Unie in haar buitenlandse beleid beschikt – een middel om de verbreiding van vrede, democratie en open markten te bevorderen. De kans op stabilisatie op de Balkan is bijvoorbeeld vrijwel nihil, als het vooruitzicht van toetreding tot de EU wordt weggenomen. Het zou een ramp zijn als daar nieuwe conflicten zouden uitbarsten. Ook zal de EU geopolitisch een enorme potentiële invloed verspelen, als zij besluit Turkije niet toe te laten.

Vergelijkbare overwegingen gelden ten aanzien van de bestuursvorm. Zonder méér politieke vernieuwing kan de EU geen doeltreffende mondiale rol spelen. Het voorstel voor één EU-minister van Buitenlandse Zaken mag niet worden afgevoerd. Er zijn betere manieren nodig om gemeenschappelijke besluiten te nemen dan de omslachtige methode die we overhielden aan het Verdrag van Nice. Ook zijn de voorstellen in de Grondwet voor meer overleg met de nationale parlementen alvorens EU-beleid wordt uitgevoerd, beslist democratisch én verstandig.

Politieke en diplomatieke invloed is echter altijd een afspiegeling van economisch gewicht. Vooral op dat gebied moeten alle pro-Europeanen de Europese Commissie en de leiders van de lidstaten tot actie aansporen. Wij weten dat de nee-stemmen in Frankrijk en Nederland hoofdzakelijk waren ingegeven door sociale en economische verontrusting – die de hierboven genoemde bredere vrees versterkte.

Hoe succesvol de Europese Unie overigens ook is, economisch gezien doet zij het gewoonweg niet goed genoeg. Haar groeicijfers zijn veel lager dan die van de Verenigde Staten, om maar te zwijgen van minder ontwikkelde landen als India en China. De EU telt 20 miljoen werklozen en dan nog eens 93 miljoen economisch niet-actieven, van wie velen zouden willen werken als zij konden.

Daar komt bij dat de druk van de wereldmarkt meedogenloos toeneemt. Van de producten die nu wereldwijd worden gefabriceerd, komt 45 procent uit ontwikkelingslanden; in 1970 was dat nog geen 10procent. Hun aandeel zal zeker nog stijgen.

Nu de informatietechnologie goedkoper is geworden, kunnen vele diensten worden overgebracht naar verre landen. De uitbesteding van werk aan callcenters in India is nog maar het begin van wat een veel bredere ontwikkeling kan worden.

Europa moet werk maken van verandering. Maar wij moeten niet alleen hervormen, wij moeten ook onze aandacht voor sociale gerechtigheid behouden, en zelfs vergroten. De Britse premier Tony Blair heeft onlangs opgeroepen tot een algemeen Europees debat over deze zaak. Volgens ons heeft hij gelijk. Sommige landen, vooral de Scandinavische, zijn er opvallend goed in geslaagd economische groei te combineren met een hoog niveau van sociale bescherming en gelijkheid. Laten we eens kijken wat de rest van Europa van deze landen, en van andere succesvolle landen in de wereld, kan leren.

Wij schrijven dit als aanhangers van de Grondwet, hoe lang, en weinig elegant, die ook was. Het feit dat ze is afgewezen, stelt de Europeanen in de gelegenheid – zal hen hopelijk dwingen – om enkele elementaire feiten onder ogen te zien en daarop te reageren. De Europese Unie kan in deze eeuw wereldwijd een belangrijke, zo niet de belangrijkste factor zijn. Daar moeten de pro-Europeanen op hopen. Laten wij zorgen dat het gebeurt.

Ulrich Beck is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van München. Anthony Giddens is voormalig directeur van de London School of Economics. Dit artikel wordt gepubliceerd in kranten in alle 25 EU-landen en daarbuiten.