Elk stadsdeel is een eigen winkel

Amsterdam heeft 14 stadsdelen met duizenden ambtenaren. Werkt dat nog? Politici en ambtenaren gingen gisteravond in discussie.

Denk eens wat je zélf als burger zou willen. De Amsterdamse wethouder Duco Stadig (Stedelijke Ontwikkeling) hield dat gisteren een zaal vol politici uit de hoofdstad voor. ,,Echt. Dat werkt zeer verhelderend.''

Maar wat de burger wil, stond maar even centraal. De discussieavond in Loods 6 op het KNSM-eiland ging al snel over wat de centrale stad wil, en de stadsdelen. Wie gaat waar eigenlijk precies over? Bestuurskundige Jaring Hiemstra onderzocht het stelsel in de hoofdstad en constateerde dat de stadsdelen wel heel erg ,,een eigen winkeltje'' hebben. ,,Als individu sta je in Amsterdam bijvoorbeeld op 150 plaatsen geregistreerd.'' Ook gebruikt de gemeente Amsterdam in totaal 23 verschillende financiële systemen naast elkaar, hoorde Jaring van een ambtenaar. Er bestond wel een voorkeurslijstje van maar vijf systemen. Maar, zei de ambtenaar: ,,Er wordt niet besloten.''

Afgelopen zomer verschenen twee rapporten over het bestuurlijk stelsel in Amsteram. Daarin stond dat de gemeente Amsterdam niet effectief wordt bestuurd. De bestuurslagen in de stad voeren veel overleg, maar daarvan is de status niet altijd duidelijk en de samenhang ontbreekt. Discussies worden vaak bepaald door macht, bevoegdheden en budgetten en te weinig door de vraag wat goed is voor de burger en de stad.

Met de naderende raadsverkiezingen discussieerden gisteren daarom Amsterdamse deelraadsleden, stadsdeelvoorzitter en gemeenteraadsleden gisteren over het stelsel. Moet het anders? Wat dan? En wat schiet de burger daar mee op? We moeten onszelf nog beter organiseren, begon Stadig de avond. ,,Want we zijn klantgericht.''

Om de inwoners van Amsterdam van dienst te zijn, werden in 1990 de eerste stadsdelen ingesteld. Zo kwamen bestuur en politiek dichter bij de burger. Na 1990 na kwamen er enkele stadsdelen bij, in 1997 fuseerden er weer een aantal en nu zijn er nog veertien stadsdelen over.

Ieder heeft een eigen raad en dagelijks bestuur, met een eigen ambtenarenapparaat. Dat levert de stad in totaal ruim 400 deelraadsleden op en duizenden ambtenaren, voor ruim 730.000 inwoners. Een fantastisch systeem, zei bestuurskundige Hiemstra. Alleen, het functioneert maar matig. ,,Je hebt een racewagen, maar je rijdt er mee alsof het een scootmobiel is.''

Daarna mochten de politici met elkaar in discussie en moesten ze kiezen wat voor soort samenwerking ze zien zitten. Ieder een eigen winkeltje dat incidenteel samenwerkt, een franchise-onderneming waarbij samenwerking verplicht is, of het winkelketenmodel waarbij het hoofdkantoor de beslissingen neemt?

Praktisch gaat het dan over bijvoorbeeld bankjes in de wijk. Voor Jeroen Broeders (PvdA, Bos en Lommer) is het eenvoudig. ,,Gewoon drie bankjes waaruit alle stadsdelen kunnen kiezen.'' Daar ga je al, reageerde Mathieu Heemelaar (GroenLinks, Westerpark). ,,Met dat catalogusdenken mis je de eigenheid.'' Als het stadsdeel maar de opdrachten kan geven, dan maakt het hem niet uit wie het uitvoert, zei Rene Groeneveld (Centrum, D66). Aha, reageerde wethouder Stadig, ,,de meest vrijblijvende vorm.''

Aan een andere tafeltje kwamen ze helemaal niet toe aan voorkeuren. ,,We kwamen niet verder dan de vraag welke problemen er nou zijn tussen de gemeente en de stadsdelen'', vertelde gemeenteraadslid Jeanina van Pinksteren (GroenLinks). En? Gemeenteraadslid Bouwe Olij (PvdA): ,,We zijn er niet uit.''

Ambtenaar Ans Rietstra, die meewerkte aan een van de rapporten, vindt dat een natuurlijke reflex van politici: eerst kijken wat zij willen en welke gevolgen dat voor de burger heeft, in plaats van andersom. ,,De partijen moeten zich nu uitspreken wat ze willen. En dan kiest de burger wel.''