Een honkbalseizoen vol schandalen (gerectificeerd)

Aan het reguliere Amerikaanse honkbalseizoen kwam gisteren een einde. Het was een periode die voor de Baltimore Orioles bol stond van de schandalen.

Een speler die na de beschuldiging van steroïdengebruik gedwongen was oordopjes in te doen omdat hij werd uitgejouwd door het publiek. Een speler die tijdens wedstrijden van zijn eigen team een skybox huurde waar hij met vrienden feestvierde en later werd gearresteerd wegens rijden onder invloed. Een speler die het team verliet met een lichte blessure aan zijn rechterteen en vervolgens dagenlang onbereikbaar was.

De Orioles uit Baltimore hebben dit seizoen honkbalgeschiedenis geschreven, maar op een andere manier dan gehoopt. Ruim zestig dagen, tot bijna halverwege het seizoen, ging het team aan de leiding in de oostelijke divisie van de American League, de zwaarste honkbaldivisie van Amerika. Klassieke honkbalgrootmachten uit Boston (Red Sox) en New York (Yankees) werden op achterstand gezet door een team dat iedereen verraste met agressief aanvalsspel en solide optredens van de werpers. In de tweede helft van het seizoen volgde een van de spectaculairste implosies in de Amerikaanse sportgeschiedenis. De Orioles eindigden uiteindelijk op de vierde en een na laatste plaats, op ruime afstand van de Yankees en de Red Sox.

Het verval werd ingezet met de schorsing op 1 augustus van eerste honkman Rafael Palmeiro. Palmeiro, een van de drie spelers in de geschiedenis van het honkbal met meer dan 500 homeruns en 3.000 honkslagen, moest tien dagen gedwongen uitrusten nadat hij positief had getest op het gebruik van verboden stimulerende middelen. Volgens enkele Amerikaanse kranten die zich beroepen op bronnen bij de Amerikaanse honkbalbond had hij de krachtige steroïde stanozolol ingenomen.

Na tien dagen keerde Palmeiro terug in de basis, maar een succes werd het niet. Bij uitwedstrijden werd hij overal uitgemaakt voor valsspeler. Tijdens zijn laatste optreden in Toronto zag hij zich genoodzaakt oordopjes in te doen terwijl hij aan slag was. Daarna hield hij het voor gezien. Hij vertrok naar huis, in Texas. Vrienden zeiden dat hij daar genas van blessures aan zijn rechterknie en linkerenkel. Vijanden beweerden dat hij er niet voor voelde nog langer als paria langs de honkbalvelden te trekken.

Voor werper Sidney Ponson zat het seizoen er toen al op. Ponson, een Nederlander van Arubaanse afkomst, worstelde al geruime tijd met zijn gewicht en alcoholgebruik, maar zo lang hij bleef presteren werd hem veel vergeven. Zijn ongedisciplineerde gedrag hij werd in een door hem zelf gehuurde skybox gesignaleerd tijdens twee wedstrijden van zijn team zorgde enkel voor gefronste wenkbrauwen. Op 25 augustus werd hij gearresteerd wegens rijden onder invloed. Dat was zijn tweede arrestatie; in januari had hij ook al eens dronken achter het stuur gezeten. De maand daarvoor, in december van het vorige jaar, bracht hij elf dagen door in een Arubaanse cel na een vechtpartij op het strand met een rechter. Na zijn derde arrestatie in een klein jaar ontbonden de Orioles zijn contract.

Sammy Sosa, een van de grootste `sluggers' in de Amerikaanse honkbalgeschiedenis, was op 28 augustus uit Baltimore verdwenen. De slagman rustte in Florida uit van een blessure aan zijn rechterteen, en was onbereikbaar voor trainer en bestuursleden. Sosa, die dit jaar met veel tamtam door de Orioles was binnengehaald, stelde het hele seizoen bitter teleur. Hij besloot het roemloze einde ervan niet af te wachten. Op 24 september liet hij via zijn agent weten dat hij het verder voor gezien hield. De man die jarenlang met kinderlijk gemak tientallen ballen per seizoen het stadion uit sloeg, bleef in Baltimore steken op veertien homeruns. De fans genoten niet langer van zijn slagkracht, maar van het merkwaardige, op een vruchtbaarheidsdans gelijkende ritueel waarmee hij zich in de `battersbox' voorbereide op zijn slagbeurt. Kenners vonden het verdacht dat hij zo veel `flyballs' sloeg; ballen die zonder uitzondering met een sierlijke boog in de honkbalhandschoenen plopten van de verrevelders van de tegenstander. In zijn goede tijd waren het geheide homeruns geweest. De afgenomen slagkracht kon duiden op vormverlies of ouderdom. Of op een seizoen zonder stimulerende middelen.

Ponson, Sosa en Palmeiro waren dit jaar nationaal nieuws. De Baltimore Sun plaatste gisteren een toneelstuk in de krant waarin zij en de eigenaar van de club, de miljardair Peter Angelos, de hoofdrol spelen. Angelos komt de eer toe een onvergetelijk team bij elkaar te hebben gekocht. Aan het eind van het seizoen blikte hij even vooruit. Volgend jaar, zei hij, wil hij weer om het kampioenschap strijden. Dat belooft wat.

Van de drie gevallen helden heeft Palmeiro de grootste problemen. Een commissie in het Huis van Afgevaardigden onderzoekt of hij in maart meineed pleegde. Toen zei hij in het Capitool, met priemende vinger richting camera, nooit steroïden te hebben gebruikt. Vorige week liet senator John McCain weten dat de tijd voor honkbal dringt om het blazoen te zuiveren. ,,Hoe veel Rafael Palmeiros komen we nog tegen?'' vroeg hij zich af. ,,Snappen jullie niet'', zei hij in het bijzijn van de voorzitters van de honkbalbond en de spelersvakbond, ,,dat dit een kwestie is van overweldigend belang, zo belangrijk dat jullie maanden geleden al actie hadden moeten ondernemen?'' In Baltimore hebben ze dat inmiddels begrepen.

Rectificatie

In het artikel Een honkbalseizoen vol schandalen (4 oktober, pagina 12) staat dat Rafael Palmeiro een van de drie spelers in de geschiedenis van het honkbal is met meer dan 500 homeruns en 3.000 honkslagen. In totaal zijn er vier die dat presteerden.