De baas wikt, de politiek beschikt

Grote, grensoverschrijdende overnames zijn weer bon ton in het bedrijfsleven. Met de opkrabbelende economieën en de oplopende winsten neemt ook de expansiedrift toe. Nederland doet volop mee – als jager en als prooi.

In een florerend fusie- en overnameseizoen worden twee groepen hongerig: de zakenbanken die transactieprovisies ruiken en aandeelhouders voor wie verzilvering lonkt. Is het bod te laag, dan schroomt de verongelijkte aandeelhouder onder leiding van Angelsaksische hedge funds niet op de bres te springen. Zie Versatel, zie VNU. Een warm overnameklimaat biedt inspiratie voor geruchten, die zelf weer koersopdrijvend werken.

Na het creatief uitgelegde interview van UPS-baas Kurt Kuehn vorige week met diverse Europese media waarbij het Nederlandse post- en expressbedrijf TNT tot overnamekandidaat werd uitgeroepen, was het gisteren de beurt aan het voormalige moederbedrijf van TNT: KPN. Dat zou volgens The Wall Street Journal praten met Telefónica. Het Spaanse telecombedrijf zou 20 miljard euro willen betalen. Beide partijen haasten zich te zeggen dat er geen gesprekken gaande zijn. De koers van KPN sprong niettemin met 6,4 procent omhoog.

In maart 2000, op de piek van de internetbubbel, wilden de Spanjaarden KPN ook al eens overnemen – in het spoor van de miljardenovername van tv-producent Endemol. De toenmalige KPN-bestuurders Paul Smits en Joop Drechsel, die zelf vergeefs om Endemol hadden gedongen, reisden tien dagen na die acquisitie persoonlijk af naar de toenmalige Telefónica-baas Juan Villalonga (in diens privé-vliegtuig) om de gedroomde ménage à trois te bespreken. Telefónica zou ruim 40 miljard euro willen betalen – het dubbele van nu. Maar de transactie werd op het laatste moment, door KPN, afgeblazen. Officieel vanwege `interne strubbelingen bij Telefónica'. Negen van de twintig commissarissen hadden tegen gestemd, en dat bood voor KPN onvoldoende `commitment'. De problemen, zo bleek later, waren veroorzaakt door privé-perikelen van Villalonga. Hij had door een Mexicaanse romance de toorn over zich afgeroepen van zijn politieke beschermheer. De (toenmalig) Spaanse premier Aznar had zijn andere protégées binnen de raad van commissarissen opgeroepen de zaak te blokkeren.

Inmiddels zijn alle hoofdrolspelers van toen vervangen. Toch ligt het lot nog steeds in handen van de politiek, mits er een concreet bod komt. Toen speelde de Spaanse politiek een sleutelrol in de mislukking, nu beslist de Nederlandse staat als prominent aandeelhouder (zo'n 15 procent) over ja of nee.