Buik

Het meisje bij de keurslager was nieuw en onervaren, althans op het gebied van de riblappen waarvoor ik haar even nodig had.

De keurslager had haar op dit uur van de middag alleen moeten laten, met achterlating van slechts een pond aan afgesneden riblappen in de vitrine. De rest bevond zich ergens in een koeling waarin het meisje de weg nog niet wist.

Ik had minstens anderhalve pond nodig. Probleem.

Ik staarde samen met het meisje naar dat schamele pondje onder de toonbank en toen zag ik opeens haar buik achter het glas. Het was een volle, gebruinde buik die zich met een forse uitpuiling een weg baande tussen broekband en naveltruitje. Daar hing mijn benodigde halve pondje, dacht ik onwillekeurig, jong, hopelijk sappig suddervlees, geschikt voor een royale portie rendang.

Omdat een mens gemakkelijk misverstaan kan worden, hield ik mijn ideetje voor me en verliet onverrichterzake de slagerij. Buiten peinsde ik verder over de afgelopen zomer, waarin we de onstuitbare opmars van het naveltruitje mochten beleven. Het is een modeverschijnsel dat bij mij nog steeds de nodige vragen oproept.

We hebben het altijd over de rechten van de mens, maar bekommeren we ons wel voldoende om de rechten van de buik? Is het eigenlijk wel geoorloofd om élke buik, zelfs tegen haar wil, in al haar naaktheid en kwetsbaarheid tentoon te stellen? Moeten we ons niet afvragen of al die buiken daar wel van gediend zijn?

Sterker nog, is er hier en daar niet ronduit sprake van een slavenhandel in buiken, die onder valse voorwendselen in de peeskamertjes van onze fantasie worden gedumpt?

Ik doel uiteraard niet op de mooie, gave, strakke buik die ons met een ondeugende knipoog in het voorbijgaan toelacht. Hierbij past alleen maar een reflex van bewondering en, waarom niet, verlangen. Niets mis mee, het is zelfs de bedoeling van de bezitster.

Maar er zijn ook zwoegende, ploeterende, trillende en lillende buiken die zich amechtig tussen broekband en truitje persen en als het ware in ons blikveld neerploffen. Zij zijn onderdeel van een dikke ring van vet die om de heupen spant. Deze buiken hebben het zó benauwd dat zij de (spijker)broek ietwat neerwaarts duwen, vaak in een nogal scheve stand, om zich lucht te verschaffen.

Moeten deze buiken niet tegen zichzelf beschermd worden, voordat ze te veel afkeer opwekken? Zolang dit type buik zich alleen binnen het eigen territorium ophoudt, is er niet zo veel aan de hand. Maar zij is bijvoorbeeld ook al gesignaleerd bij serveersters op terrassen, wat vooral voor de vegetariërs onder de klanten een schokkende ervaring moet zijn.

Soms lijken de buiken zelfs voorwerpen van regelrechte zelfhaat, zoals bij het te dikke meisje dat achterop haar broekband de woorden `bad ass' had gekalkt. Wordt het dan niet hoog tijd om in te grijpen, voordat de buik naar de afgrond wordt meegesleept?

Ik pleit ervoor dat de buik eindelijk baas in eigen buik kan worden. Zij is lang genoeg afhankelijk geweest van de grillen van de boven haar gestelden.