Alternatief voor Vakbond

Een akkoord waarbij 55-plussers, ambtenaren voorop, vervroegd kunnen uittreden op rekening van jongeren die zo'n regeling moeten missen, stelt de solidariteit tussen de generaties zwaar op de proef. De eenzijdigheid is het resultaat van de hoge gemiddelde leeftijd van de leden van de bonden die dergelijke akkoorden sluiten. Zij domineren ook de vergaderingen, de stakingen en de demonstraties. Een groep jongere werknemers heeft daarom afgelopen week een `Alternatief voor Vakbond' opgericht voor een eerlijker verdeling van de lasten tussen de generaties.

De organisatie van een dergelijk fris geluid is welkom. In vrijwel alle Europese verzorgingsstaten wordt het economische beleid gedomineerd door verworven rechten voor ouderen, die het beste zijn georganiseerd. Maar de horizon van ouderen is te dichtbij. Verjonging van de overlegpartners betekent dat in sociaal overleg meer kan worden nagedacht over de lange termijn, als de jongeren van nu ouderen zijn. Op die manier worden sociaal-economische patstellingen doorbroken.

Jongeren zijn onvoldoende vertegenwoordigd in vakbonden en het `Alternatief voor Vakbond' heeft geen bondsstatus. Het doel van deze organisatie is om mee te doen aan het georganiseerde overleg in de Sociaal-Economische Raad. Het `Alternatief voor Vakbond' heeft daar nog te weinig leden voor en de programmapunten lopen sterk uiteen. Welkom is de open Europese houding van de organisatie en de kritiek op de hypotheekrenteaftrek als verworven recht voor hoofdzakelijk oudere huizenbezitters. De groep wil niet alleen contractueel beschermde werknemers maar ook freelancers en kleine ondernemers met zwakke rechtsposities vertegenwoordigen. Al te gedetailleerde CAO-akkoorden veroorzaken logge bureaucratie en het is goed als een aantal partners daarop gaat letten. Overlegpartners geven te weinig om de uitvoerbaarheid van hun gedetailleerde akkoorden, die buiten de hitte en emoties van de onderhandelingstafel moeilijk te begrijpen zijn.

Toch zal deze alternatieve niet-bond moeite hebben om de tegengestelde belangen van groepen jongeren met elkaar te verenigen. Het recht van de werknemer is speciaal voor kleine ondernemers een dure plicht. Generatie en leeftijd zijn te geringe bindingsfactoren. Het is onmogelijk om elke ongelijkheid tussen generaties te compenseren. Jongeren genieten nu voorrechten waar ouderen nooit gebruik van hebben kunnen maken. De solidariteit van collectieve spaarsystemen is voor alle deelnemers goedkoper en eenvoudiger dan individuele regelingen.

Alleen op grond van organisatie en binding kunnen jongeren meedoen aan overleg. Invloed wordt niet bepaald door het aantal losse discussiebijdragen op internet, maar door het aantal leden dat op belangrijke momenten kan worden gemobiliseerd. De demografische macht van nieuwe generaties komt dan vanzelf.