Aardappelen stammen uit Zuid-Peru

Genetisch onderzoek heeft aangetoond dat de aardappel niet vele malen in heel Zuid-Amerika uit wilde knollen is veredeld, maar slechts één keer in het zuiden van Peru.

Amerikaanse en Schotse landbouwkundigen van de University of Wisconsin in Madison en het Scottish Crop Research Institute in Dundee concluderen dat de aardappel in één gebied in Zuid-Amerika is veredeld. Dat gebeurde 7.000 jaar geleden. De onderzoekers baseren zich op een door hen opgestelde genetische stamboom van 362 aardappelrassen die zij deze week publiceren in een artikel in het Amerikaanse wetenschappelijke blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

Dat de aardappel (Solanum tuberosum) uit Zuid-Amerika komt, was al bekend sinds de Spanjaarden de voedzame knol rond 1565 voor het eerst meebrachten naar Europa. Daar ontwikkelde hij zich pas een paar eeuwen later tot een populair voedingsgewas. Omdat al bekend was dat in het Zuid-Amerika van voor Columbus een grote verscheidenheid aan aardappelrassen bestond, gingen veel wetenschappers er tot dusver vanuit dat het knolgewas diverse malen in de geschiedenis op verschillende plaatsen was gedomesticeerd door de lokale indianenvolken. Het nieuwe genetische onderzoek heeft die veronderstelling nu onderuit gehaald.

De primitieve inheemse aardappelrassen zijn wijd verspreid in het Andes-gebied, van West-Venezuela tot aan Noord-Argentinië. De knollen zien er vaak heel verschillend uit: gevlekt, wit, dieppaars of roestbruin.

Maar hoe verschillend ze ook lijken, ze hebben allemaal dezelfde oorsprong. De onderzoekers identificeren de oorsprong van alle moderne consumptie-aardappelen in het zogeheten Solanum brevicaule-complex, een verzameling wilde aardappelachtigen waarvan de familiestructuur overigens nog niet goed in kaart is gebracht.

Eerder onderzoek liet zien dat ook gewassen als gerst, cassave, maïs, en de tarwesoorten Eenkoorn en Emmer een enkelvoudige oorsprong hebben. Bonen, gierst, katoen, rijst en pompoen zijn landbouwgewassen die meer dan een keer zijn gedomesticeerd uit wilde voorouders.

De Amerikaanse bioloog Jared Diamond, bekend van zijn boek Guns, Germs and Steel, schreef in 1997 in Science dat enkelvoudig gedomesticeerde landbouwgewassen zich in de vroege landbouw vaak in oost-west-richting verspreidden en meervoudig gedomesticeerde gewassen ook in noord-zuidrichting. Die laatsten zouden door hun verschillende oorsprong beter bestand zijn tegen de klimaatsverschillen die op verschillende breedtegraden heersen. Dat aardappelen een enkelvoudige herkomst hebben, net als maïs, zet deze theorie van Diamond op losse schroeven.