Vandaag wint of verliest de EU Turkije

In tegenstelling tot veel andere mensen op deze wereld houdt Aziz Okur van de maandagmorgen. Maar vandaag was zijn goede humeur snel bedorven door de kranten die op hem liggen te wachten. Zonder uitzondering schrijven ze dat vandaag de dag des oordeels is – of Turkije begint onderhandelingen met de Europese Unie, of het is voor altijd en eeuwig voorbij.

Aziz houdt van Europa: hij studeerde Frans en heeft veel Europese vrienden. Maar wellicht dat juist die affectie zijn woede voedt: ,,Europa houdt van ons'', zegt hij cynisch. ,,Maar aan de deur, als we iets verder willen komen, zetten ze ons de voet dwars. Ik haat die hypocrisie.''

Turkije, 3 oktober 2005. In december 2004, toen de Europese Unie besloot met Turkije te gaan onderhandelen, leek het er nog op alsof het vandaag een groot feest zou gaan worden. Maar van die feeststemming is er weinig meer over: geen vlaggen, geen feestelijke parades, niets, niets, niets.

Op het vliegveld van Istanbul wachtte vanmorgen een staatsvliegtuig op de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Gül, om naar Luxemburg te vliegen. Maar of het vliegtuig zou opstijgen was vanmorgen nog een grote vraag. Doet het dat niet, dan blijft het voor altijd aan de grond, zoveel is wel duidelijk.

En sommige Turken hebben daar steeds meer vrede mee. ,,Het lukt gewoon niet'', zegt Aziz somber. ,,Ook al beginnen de onderhandelingen, dan zal er verderop wel weer een nieuw probleem opdoemen.''

De afgelopen weken waren voor veel Turken een perfect voorbeeld van hoe `Europa' met Turkije omgaat. Neem de Europese eis dat Turkije het protocol voor de douane-unie implementeert en Grieks-Cyrpiotische schepen en vliegtuigen in zijn havens en vliegvelden toelaat. ,,De Turks-Cyprioten stemden voor vrede (in het referendum van vorig jaar april, red), de Grieks-Cyprioten hielden hereniging tegen'', meldt Mirza chattend uit Diyarbakir, waar hij studeert. ,,Europa beloofde hulp aan de Turks-Cyprioten, maar gaf niets. Europa is dat allemaal vergeten en kiest nu voor de Grieks-Cyprioten.''

Mocht het vandaag mislopen, dan ontstaat voor Turkije een identiteitscrisis van ongekende proporties. Aan het hart van de Turkse Republiek ligt immers de gedachte dat dit land `Europees' is. Ondanks alle troebelen is zelfs volgens de laatste peilingen nog steeds een meerderheid van de Turken voorstander van lidmaatschap. En zelfs die Turken die dan een `eigen' weg willen, los van Europa, worden onzeker als ze daar over nadenken – bij wie zal Turkije aansluiting zoeken? Bij de Verenigde Staten, dat Turkije alleen maar wilde gebruiken voor zijn vuile oorlog in Irak? Bij Arabische landen, die Turkije nog steeds zien als een nieuwe reïncarnatie van de gehate vroegere Ottomaanse overheerser? Welke vrienden zal Turkije hebben in deze wereld waar, aldus het oude gezegde, Turken geen andere vrienden hebben dan Turken?

En zo begint naast de woede nu ook al de onzekerheid de kop op te steken in Turkije en heeft het land, zoals vaker in tijden van crisis, liefde nodig. En dus staan alle Turkse kranten vol met lieve woorden die buitenlanders over Turkije hebben gezegd. Zo meldde de Milliyet dat acteur Peter O'Toole, die de hoofdrol speelde in Lawrence of Arabia, op een dag een foto zag van een mooie man. Wie was dat, zo vroeg hij zich af. Hij keek en natuurlijk – verrassing, verrassing – was het niemand anders dan Atatürk, de vader van de Turkse Republiek. Van zulke verhalen kikkert zeker de seculiere Turk flink op.

Of zou niet Turkije maar juist `Europa' onzeker moeten zijn. ,,Wij hebben niets te verliezen'', zegt Aziz, terwijl hij zijn krant opvouwt. ,,Op dit moment zijn we ook al geen lid van de Europese Unie. Als vandaag éénpartij verliest, dan is het `Europa'. Vandaag wint `Europa' Turkije of het verliest ons. Zo ligt het.''