Terugtrappen

Meer dan zes uur koude regen doet niemand goed. De herfst had toegeslagen in Zwitserland waar het wielerpeloton de klassieker Het Kampioenschap van Zürich reed. ,,Er gaan lijken binnenkomen'', voorspelde de Belgische wielercommentator. Ik ging er thuis eens goed voor zitten. Bodybags aan de meet.

Op televisie kreeg je een point of view vanaf een fiets te zien, links een paar verkleumde vingers bij de rem en rechts een stukje van het stuur. De beelden kwamen van een cameraatje dat bij de Zwitserse wielrenner Aurélien Clerc op zijn frame was gemonteerd. Maar `Zurich' was deze keer geen wedstrijd voor technische snufjes. Te veel regen, te veel kou.

Paolo Bettini rechtte zijn rug. De Italiaanse renner woont in het kustplaatsje Cecina waar het in de zomer altijd naar pijnbomen ruikt. Hij zat zondagmiddag als een wintersporter op de fiets. Hij droeg overschoenen, warme been- en armwarmers, een extra jasje en dikke handschoenen. De Zwitserse wielerfans steunden de renners op de heuvels met aanmoedigingen die bij een skislalom horen. Hop, hop, hop!

Kou op een fiets is verschrikkelijk. Een jaar of tien geleden reed ik in vergelijkbaar weer in mijn eentje een rondje over de Zuid-Hollandse eilanden. Gekleed in korte wielerbroek en wollen shirt kwam ik na twee uur rijden nog steeds niet in de buurt van de eindbestemming. Het werd al een beetje donker. Bidon leeg, eten op. De kou trok de laatste reserve uit mijn lichaam. Ik rilde en meende het beruchte `zwart' te zien.

Ik reed met een bergverzet over een polderweg. Ik stapte af en liep naar een zompige akker waar spruiten verbouwd werden. Ik trok ze uit de grond en waste ze in een plas ijskoud regenwater. Met de rauwe spruitsmaak in mijn mond voltooide ik het trainingsritje. Wat een amateurisme.

Bettini at gisteren tijdig zijn buikje rond in de koers. De kou had geen vat op hem, hij bleef zo soepel dat hij zelfs met losse handen kon eten. De woede over het WK van vorige week – hij was de sterkste die dag maar Tom Boonen won – zat in iedere vezel. Bettini trok ten strijde. Hij ontdeed zich al fietsend van zijn beenwarmers. Een circusact op twee wielen. De beenwarmers gingen omhoog, omlaag, weer omhoog. Hij leek afwisselend op een voetballer met afgezakte kousen, op een balletdanser, op een hoer met jarretels.

Uiteindelijk kreeg hij ze, balancerend op het zadel, over zijn schoenen heen. Ze bleven haken aan zijn hak, hij rukte en rukte, de beenwarmers leken wel van elastiek, zoals Bettini zelf van elastiek leek, onaangedaan door de kou van de dag. Ondertussen moest de Zwitser Clerc met het cameraatje op de fiets afhaken. Hij filmde zijn eigen ondergang en kroop over de weg.

Bettini reed bij een klim weg uit de kopgroep. Even ging het mis. Hij schakelde verkeerd waardoor de ketting naast het voorblad schoot. Bettini rommelde met zijn hand aan de fiets en zwalkte in laag tempo over de weg. Hij overzag de ellende beneden hem en wist de oplossing.

Terugtrappen.

Bettini trapte terug, op een berg. Terugtrappen, dat doe je niet. Dat deed je vroeger, op een kinderfiets met terugtraprem. De ketting ratelde over de tandjes. Hij trapte nog een keer razendsnel terug, en ja, de ketting viel weer goed. Hij ging op de pedalen staan en reed van zijn genaderde tegenstanders weg.

Bettini won met grote overmacht. Hij was al weer warm toen de andere renners over de finish kwamen. Ze stapten stijf van de fiets en hesen zich als oude mannen in droge trainingspakken, de bodybags van de onderweg gestorven renners. Op hun gezichten stond maar één woord: koud.