Onvrede over shi'ieten in Irak groeit

In Irak dreigt, aan de vooravond van het referendum over de grondwet op 15 oktober, een politieke crisis over de status van de Koerdische regio in het noorden. De Koerden eisen dat de shi'itische leiders van het land ernst maken met Koerdische inbedding van de oliestad Kirkuk. Het conflict raakt het voortbestaan van de coalitieregering in Bagdad, die vooral stoelt op afspraken tussen de shi'itische meerderheid (60 procent van de bevolking) en de Koerden (20 procent).

De crisis werd gisteren acuut door de oproep van de Koerdische president van Irak, Jalal Talabani, aan de shi'itische premier Ibrahim Jaafari om af te treden. De Koerden verwijten Jaafari en zijn Verenigde Iraakse Alliantie, de shi'itische coalitie die regering en parlement domineert, dat zij de uitvoering frustreren van de afspraak om van Kirkuk weer een echte Koerdische stad te maken. De Koerden willen Kirkuk als hoofdstad inlijven en ze vinden dat de Arabieren die onder de Saddam Hussein naar het Koerdische gebied werden gemigreerd, weer moeten vertrekken.

Gisteren zei een woordvoerder van de Patriottische Unie Koerdistan (PUK) van president Talabani, dat ,,de tijd is gekomen voor de Verenigde Iraakse Alliantie en de Koerdische coalitie om na te denken over het aftreden'' van premier Jafaari. Volgens hem zou dat in het belang zijn van ,,het politieke proces''. Volgens waarnemers is het verhulde dreigement van president Talabani om de regering te verlaten, bedoeld om de shi'ieten extra onder druk te zetten met het oog op de komende volksstemming over de grondwet. Een hoge Koerdische delegatie zou naar Bagdad afreizen om harde toezeggingen binnen te halen.

Ondertussen zijn gisteren ook de sunnieten in woede ontstoken over wat zij beschouwen als shi'itisch machtsmisbruik. De grondwet komt er op 15 oktober niet als ten minste tweederde van de bevolking in drie of meer van de achttien provincies tegenstemt. Dat geeft de sunnitische minderheid de mogelijkheid om de grondwet te blokkeren. Maar gisteren besloot het parlement dat bij het vaststellen van de tweederde-grens zal worden gekeken naar het totaal aantal geregistreerde kiezers, en niet naar het aantal uitgebrachte stemmen. Daardoor wordt het moeilijker de grondwet te blokkeren, zeker in die gebieden waar (sunnitische) rebellen de kiezers bedreigen.