Nicolaï legt uit

Terug van weggeweest. Daar liep toch vorige week opeens weer Atzo Nicolaï door de gangen van het Europees Parlement in Straatsburg. Een jaar geleden was de staatssecretaris van Europese Zaken, die zich in het buitenland minister mag noemen, elke maand in het buitenhonk van de europarlementariërs te vinden.

Het had alles te maken met het Nederlands voorzitterschap van de Unie dat vereiste dat een regeringsvertegenwoordiger steeds bij de vergaderingen van het Parlement aanwezig was.

Dit keer was Nicolaï op uitlegtournee in Straatsburg. Hij had gemerkt dat in het buitenland nog altijd weinig begrip bestond voor de Nederlandse afwijzing van de Europese Grondwet. Nicolaï had afspraken met de leiders van de grote fracties, maar trof slechts meewarige blikken. En die blikken klaarden niet op nadat Nicolaï hun had gezegd dat Nederland toch echt niet van plan was de tekst van de Grondwet nog eens aan de bevolking voor te leggen.

Dat is namelijk waar veel grondwetadepten op hopen: dat na verloop van tijd, als de politieke verhoudingen in Nederland en Frankrijk (het andere tegenstribbelende land) zijn veranderd, de Grondwet opnieuw in een referendum aan de orde komt. Nicolai boorde die hoop de grond in.

En dus? Dus wacht Europa maar weer af. Want wachten kan Europa uitstekend.