Musical `Beauty & Beast' te knuffelig

Eerst zien we een metershoog sprookjesboek met sprookjesplaatjes, terwijl een sprookjesvertellersstem ons uitlegt waarom er een beestmens in het kasteel huist. Hij is betoverd, want ooit was hij prins en heeft hij zich liefdeloos gedragen. Die betovering wordt pas weer verbroken zodra hij leert van iemand te houden, die ook van hem houdt. En dan verrijst op het toneel het achttiende-eeuwse Anton Pieck-dorpje waar Belle woont. Zij, het mooie meisje, moet nu dus haar hart aan hem, het beest, verliezen.

Dit is de musical Beauty and the Beast, de Disney-versie van het klassieke La belle et la Bête waarvan Jean Cocteau in 1946 zo'n beroemde film maakte – met Jean Marais als gruwelijk mismaakt beest. Maar al in de tekenfilm die in 1991 door de Disney-studio's werd geproduceerd, was het huiveringwekkende kasteel met de uit het duister opdoemende ledematen veranderd in een grappige verzameling tot leven gebrachte voorwerpen. De kandelaar, de opwindklok, de commode, het bestek en de theepot waren allemaal leuke figuurtjes, die konden spreken en zingen. En in de theatermusical, die al sinds 1994 onafgebroken op Broadway staat, werd dat idee nog verder uitgebuit. Hier hoeft Belle dus al gauw helemaal niet bang meer te zijn.

Beauty and the Beast is een knuffelmusical voor het hele gezin, waar de angel van het origineel is uitgehaald – en vervangen door een overvloed aan guitige grappenmakerij met een vleugje melodrama dat aan The Phantom of the Opera doet denken. Disney's vaste componist Alan Menken schreef de charmante muziekjes, en de talloze theatereffecten doen de rest. Het is een wonder hoe moeiteloos het dorp plaats maakt voor het enge bos en het gothische kasteel, en hoe dat kasteel dan weer een flonkerend showdecor wordt als de hele inboedel uitbarst in een bezienswaardig nummertje zang en dans.

Maar het verhaal is er door al die opsmuk niet spannender op geworden. Integendeel: eigenlijk is het ijs tussen Belle en het beest al meteen in de eerste scène na de pauze gesmolten. Wat dan nog volgt, zijn louter omtrekkende bewegingen.

De door Joop van den Ende geproduceerde Nederlandse versie, die gisteravond in première ging en een tournee maakt langs de veertien grootste theaters van het land, is een vlekkeloze vertoning – laat dat vooral gezegd zijn. Onder regie van de door Disney afgevaardigde Glenn Casale ontvouwt zich een feestelijk en fleurig prentenboek, waarin alles en iedereen uitblinkt. Chantal Janzen is de stralende ster van de show als een lieftallige Belle met een vertederend timbre in haar stem, terwijl Stanley Burleson het beest een gruizig stemgeluid meegeeft dat diep resoneert. Enige dreiging gaat in deze Disney-bewerking echter niet van hem uit; eerder is hij een hulpbehoevend misbaksel met vingers die vergeefs in de lucht grijpen. Wel vormen ze tenslotte een prachtig paar, en daar was het de hele avond om te doen.

Om hen heen wordt vaak koddig gedaan, met tv-presentator Carlo Boszhard (in de rol van kandelaar) als de koddigste. Mij gingen zijn quasi-Franse accent en zijn snaakse gestiek danig op de zenuwen werken, maar Casale heeft het ongetwijfeld zo gewild. Het iets subtielere spel van Ger Otte als de klok en Mariska van Kolck als de moederlijke theepot beviel me beter. Pas echt geestig vond ik René van Kooten als praalprins met heldentenor (,,een vrouw moet niet lezen, daar krijgt ze alleen maar ideeën van) en zijn slapstick-achtige voetveeg Jorge Verkroost. Hun steeds mislukkende pogingen om Belle te veroveren, vormen net zo'n komische noot als in Cocteau's film.

Beauty and the Beast is in levendig, muzikaal klinkend Nederlands vertaald door Martine Bijl. En mede dankzij de breed uitwaaierende klanken van het orkest van René Op den Camp speelt de titelsong me bij het schrijven van deze regels nog steeds door het hoofd.

Voorstelling: Beauty and the Beast, door Joop van den Ende Theaterproducties. Orkest o.l.v. René Op den Camp. Regie: Glenn Casale. Gezien: 2/10 in Carré. Tournee t/m 25/6. Inl. 0900- 3005000, www.musicals.nl