Geen Europadebat

De brede maatschappelijke discussie over het mislukken van het referendum over de Europese Grondwet is nu definitief achter de horizon verdwenen. Dat is geen ramp. Nadat vorige week in de Tweede Kamer was gebleken dat er tussen de verschillende fracties onoverbrugbare verschillen van mening bestaan over zo'n discussie, trok ook het kabinet zich vrijdag terug uit de oorspronkelijke opzet. Die was vanaf het begin af aan wel een begrijpelijk maar geen goed idee.

Tijdens het debat in de Tweede Kamer op 2 juni, waar de geschrokken politici unisono de kiezer prezen die zo duidelijk `nee' had gezegd tegen de Europese Grondwet, overheerste het sentiment van een gezamenlijk falen. Zo kon de gedachte postvatten dat die fout ook gezamenlijk moest worden rechtgezet. De SP speelde daar slim op in met een motie om een brede maatschappelijke discussie te organiseren.

Gezegd moet worden dat de VVD vanaf het begin afkerig tegenover deze gedachte stond, en terecht. Al te helder staat de vorige brede maatschappelijke discussie nog voor de geest, midden jaren tachtig, waarin de burgers zich mochten uitspreken over kernenergie. Bovendien was het referendum over de Grondwet ook al een niet erg geslaagde gezamenlijke operatie geweest van kabinet en Kamer.

Een vanuit Den Haag georganiseerd debat over Europa is kort gezegd niet van deze tijd. Dat moet men in kringen rond het departement van Buitenlandse Zaken ook hebben vermoed, gezien de naamswijziging: brede maatschappelijke discussie werd Nationale Europa Discussie. Aan de opzet wijzigde dit evenwel niets. Die opzet sneuvelde pas toen PvdA-leider Bos vorige week zei dat het kabinet zich uit de organisatie van een mogelijk Europa-debat diende terug te trekken.

De Nederlandse politieke cultuur is traditioneel op consensus gericht. Daarbinnen paste de oorspronkelijke gedachte van een door kabinet en Kamer gezamenlijk georganiseerde maatschappelijke discussie. Nadere analyse van het `nee' op 1 juni leert nu juist dat burgers daarmee ook een signaal afgaven tegen het zoekraken van de macht in Den Haag. Mensen spreken dan over de `lui in Den Haag' of over `Haags gedoe', waarmee het onderscheid tussen positie en functie van kabinet en Kamer verdwijnt. Verschillende standpunten van partijen in de Kamer verworden in de beeldvorming tot nutteloos gekissebis. Het gevolg is dat de democratisch gekozen politici inboeten aan gezag.

Minister-president Balkenende (CDA) tracht zich op eigen wijze aan die gezagserosie te onttrekken, zo lijkt het, door andere politici te betichten van `Haagse gedoe'. Dat deed hij althans vrijdag in zijn commentaar op de PvdA. Zijn geestverwant in de Tweede Kamer, Van Dijk, leverde de ondertiteling door te zeggen dat de PvdA de Nationale Europa Discussie ,,heeft verziekt''. Feit is dat het kabinet maar afzonderlijk daarvan ook het CDA, de VVD en PvdA nu hebben aangekondigd de discussie over de toekomst van Europa ieder op eigen wijze voort te zetten. En dat is de winst van het debat tot nu toe.