EU houdt van Turkije, als het zo uitkomt

Al decennialang spreken Brussel en Ankara over Turkse toetreding tot de Europese Unie. Na 11 september 2001 is er een dimensie bijgekomen.

,,Wij zullen duidelijk moeten maken dat het Turkije is dat bij de Europese Unie wil en dat het niet zo is dat wij om het Turkse lidmaatschap hebben gevraagd. Ik heb vaak de indruk dat men denkt dat het andersom is.'' Aldus de invloedrijke Duitse europarlementariër Elmar Brok afgelopen week in Straatsburg tijdens het debat over het EU-lidmaatschap van Turkije.

Hij illustreerde daarmee nog eens de groeiende weerzin bij de Europese christen-democraten, de grootse politieke groepering in de EU, tegen het volwaardig EU-lidmaatschap van Turkije. Strikt genomen had Brok gelijk. Het was op 31 juli 1959 de Turkse regering die om een associatieverdrag vroeg met de toen nog uit zes landen bestaande Europese Economische Gemeenschap. De reden voor de aanvraag was dat de meer dan 30 procent van de Turkse buitenlandse handel gedreven werd met de landen van de Europese Gemeenschap. Bovendien was het voor de Turkse landbouwsector, toen de belangrijkste economische activiteit van het land, van belang bij de ontwikkeling van het gemeenschappelijke Europese landbouwbeleid betrokken te worden.

Om die economische redenen sloot de EEG vier jaar later een associatieverdrag met Turkije. Maar op de achtergrond van dit besluit speelden geopolitieke argumenten een grote rol. Het waren de jaren van de Koude Oorlog en NAVO-lid Turkije nam zeker in Amerikaanse ogen gezien zijn ligging een cruciale strategische plaats in. Het was ook van belang voor de Europese NAVO-partners Turkije niet van zich te vervreemden.

Het strategische argument speelt voor Europa nu wederom een rol, alleen heeft het Sovjet-gevaar plaatsgemaakt voor het gevaar van de radicale islam. Zoals de aanvoerder van de Groenen in het Europees Parlement, Daniel Cohn-Bendit het vorige week verwoordde: ,,Er is een nieuwe dimensie bijgekomen: is het na 11 september 2001 niet van groot Europees belang Turkije kans te bieden op het lidmaatschap van de Unie?'' Het is langzaam maar zeker het belangrijkste Europese argument geworden voor het Turkse EU-lidmaatschap. ,,Ik ben ervan overtuigd dat als de islam niet speelde, Turkije nooit lid zou worden van de Europese Unie'', liet een Europees commissaris zich onlangs ontvallen.

Europa ziet Turkije graag als voorbeeld van een land waar islam en democratie samengaan. Het nu nog weigeren van Turkije zou de deur openzetten voor radicale islamitische krachten in de Turkse samenleving die het democratische proces van de voorbije jaren ongedaan zullen maken.

Hiermee vergeleken zijn de economische argumenten van beperkte betekenis. Vorig jaar stelde de Europese Commissie dat de economische impact van de Turkse toetreding ,,positief'' zou zijn, maar ,,vrij gering''. De Turkse economie is vergeleken met die van de EU bescheiden van omvang. Bovendien is er nu al sprake van economische integratie. Wel verwacht Brussel dat Turkse toetreding de routes van de energievoorziening naar Europa verbetert.

Het EU-lidmaatschap van Turkije dat vrij verkeer van personen tussen de lidstaten waarborgt, zal gevolgen hebben voor het aantal Turken dat zich in de EU zal vestigen. Nu verblijven er verspreid over de landen van de Unie drie miljoen Turken in de EU. Alle studies wijzen erop dat dit aantal zal groeien als Turkije tot de EU toetreedt. Lange overgangsperiodes kunnen verstoringen op de arbeidsmarkt voorkomen, zei de Europese Commissie een jaar geleden. Maar de Commissie voegde eraan toe dat de komst van mensen uit Turkije niet alleen negatief mag worden gezien. ,,De bevolkingsdynamiek van Turkije kan een bijdrage leveren om de vergrijzing van de bevolking in de EU een halt toe te roepen.''