Debat EU moet onafhankelijk

De Europa-discussie moet worden geleid door een onafhankelijke commissie, die losstaat van de Haagse politiek, meent Sammy van Tuyll van Serooskerken.

Het lijkt of de verwarring over Europa almaar groter wordt. Na het referendum besloten Tweede Kamer en kabinet op 2 juni eensgezind dat er een brede maatschappelijke discussie over Europa moest komen. Dat was winst, want een dergelijke discussie is hard nodig. Vorige week bleek de Kamer hierover evenwel intern verdeeld te zijn en trok het kabinet zich uit het gemeenschappelijke project terug.

In diezelfde week verscheen het rapport van politicoloog Hans Anker, waarin hij onderzocht hoe het Nederlandse publiek na het `nee' tegen de Europese Grondwet wil worden aangesproken over Europa. Conclusie: er is sprake van een grote vertrouwenscrisis tussen `de politiek' en de Nederlandse bevolking.

Maar ook bleek dat er brede steun is voor de EU. De concurrentie uit India en China leidt zelfs tot enige urgentie om de Europese samenwerking te versterken. Probleem is evenwel dat Europa niet goed functioneert. Hans Anker constateert twee dingen: de belangrijkste klacht over Europa is dat je er geen `grip' op hebt, en tegelijkertijd geeft hij aan dat de mensen geen zin te hebben in ,,institutionele debatten''. Deze twee constateringen staan haaks op elkaar. Je kunt het onbehagen over Europa niet wegnemen zonder een diepgaand debat te voeren over de wijze van besluitvorming.

Een belangrijke reden om de Grondwet af te wijzen, was dat Europa een oncontroleerbare, bureaucratische macht is. In Europa is uiteindelijk niemand verantwoordelijk voor het gevoerde beleid en niemand kan er op worden afgerekend.

Bovendien hebben in een Europese Unie met 25 lidstaten de kleinere lidstaten als Nederland weinig meer te vertellen. De wijze waarop de besluitvorming in Europa plaatsvindt klopt niet. De burgers voelen dat, ook zonder zich diepgaand in institutionele kwesties te verdiepen. En zij hebben gelijk.

Het basisprobleem van de Europese Unie is dat zij bestaat uit enkele grote en vele kleinere lidstaten, variërend van Duitsland met 83 miljoen inwoners tot Malta met 399.600 inwoners. In de zes grootste lidstaten woont 70 procent van de bevolking. De besluitvorming vindt in hoofdzaak plaats via de hoofdsteden. Daarbij wordt de fictie gehanteerd dat alle Duitsers het met elkaar eens zijn over de in Europa in te nemen standpunten.

Dat is dus niet zo, maar die fictie betekent wel dat de grotere lidstaten in Europa onevenredig veel macht hebben. We hebben in Europa dus te maken met een districtenstelsel met zéér ongelijke districten. De enige oplossing is het `Europa van de hoofsteden' dat we nu kennen – en dat in de voorgestelde Grondwet zo zou blijven – geleidelijk te veranderen in een `Europa van de burgers'. Dat wil zeggen een Europa met een veel duidelijkere democratische controle op de macht, waarbij de burgers rechtstreeks invloed hebben op de politieke besluitvorming op Europees niveau. Dat kan alleen door een fundamentele bezinning op de wijze waarop de besluiten worden genomen, op het institutionele kader van de Unie.

Als je de onvrede over Europa goed analyseert, komt het er op neer dat we wel macht willen afstaan aan Europa, maar niet aan een ongecontroleerde, bureaucratische macht zoals de huidige. Daarover zal de brede maatschappelijke discussie in hoofdzaak moeten gaan. Dat betekent dat de Europa-discussie het best geleid kan worden door een onafhankelijke commissie, die losstaat van de Haagse politiek. De Haagse politiek heeft immers belang bij het verdedigen van het `Europa van de hoofdsteden', waar de macht oncontroleerbaar blijft.

We kunnen alleen uit de huidige impasse komen, als er een open en goed gestructureerd debat wordt gevoerd. Een debat dat geleid wordt door een commissie die oog heeft voor de problemen van Europa en van de burgers. Een debat dat geleid wordt door Haagse politici, is in dit geval ongeloofwaardig. En een debat dat voorbijgaat aan de institutionele kwesties, is alleen maar tijdverlies. We moeten verder, er moet iets gebeuren.