China Festival in Amsterdam geopend

Dat was even schrikken voor het Hollandse klompenmeisje dat gisteren een Chinese draak in haar aangeharkte tuintje aantrof. Hem paaien met een mandarijn hielp niet, en ook een klunzige oom agent kon hem niet wegkrijgen. De enige uitweg was verzoening en dus klompendansten Chinese en Nederlandse acteurs dit verhaaltje broederlijk naar een happy ending.

Met dit korte, komische straattheater, geregisseerd door voormalig Dogtroep-leider Jos Zandvliet, werd gistermiddag voor het Concertgebouw op het Museumplein het Amsterdam China Festival geopend. De komende weken neemt een groot aantal podia in Amsterdam, van klassiek tot pop tot film, deel aan dit festival. Bovendien vinden bovendien talloze exposities, debatten en lezingen plaats. Het is uniek dat op deze schaal aandacht wordt besteed aan een hier nog altijd vrij onbekende cultuur.

De officiële opening van het festival vond later plaats: om acht uur ontstaken prins Willem Alexander en prinses Máxima een vuurwerk. Niet alle vuurpijlen deden het nog na de regenachtige zondagmiddag, en er vlogen er een paar richting publiek, maar het festival ging minstens zo knetterend van start als het Chinese nieuwjaar.

Het kroonprinselijk paar begaf zich vervolgens naar het Concertgebouw, waar het Amerikaanse Kronos Quartet het openingsconcert verzorgde. Op het programma stond onder meer werk van enkele componisten met Chinese wortels: Tan Dun, Chan Wing-Wah, Guo Wenjing. Deze componisten, die een Chinese stem laten horen in het idioom van de (westerse) eigentijdse muziek, spelen een belangrijke rol op het festival.

Tan Dun (1957), een van de weinige `serieuze' componisten met een Oscar, die hij won met de muziek voor Ang Lees Crouching Tiger, Hidden Dragon (2000), is zelfs de belangrijkste gast van het festival. Zijn muziek is de hoofdattractie van een aantal concerten, en het Filmmuseum vertoont films met hem en/of zijn muziek. Op 8 en 9 oktober zal hij er persoonlijk inleidingen bij verzorgen.

Het Nieuw Ensemble, dat een voortrekkersrol speelde bij de introductie van Tan Dun en zijn collega's in het Westen, presenteert woensdag in het Concertgebouw werk van deze inmiddels beroemde Chinese voorhoede. Op 14 oktober speelt men in het Muziekgebouw aan 't IJ ook werk van de jongste Chinese generatie, die zich manifesteert door mee te doen aan een competitie.

De componisten hebben gemeen dat ze streven naar een verbinding tussen westerse en oosterse esthetiek, compositietechnieken en instrumenten. Een belangrijke gast van het Kronos (strijk-) Quartet was gisteren dan ook Wu Man, een vermaard bespeelster van de pipa, een Chinese luit.

Opvallend in de meeste gespeelde werken, bijvoorbeeld in Tan Duns C-A-G-E (1993) of het Tweede strijkkwartet (1997) van Guo Wenjing, is het genuanceerd percussieve gebruik van het instrumentarium, vaak boven een obsederende puls of juist in ruime stilte. Snikkerige glissandi, pentatonische ladders en een op natuurgeluiden geïnspireerd klankbeeld waren de Chinese elementen; volgens de Chinese luisteraar naast mij overigens slechts `Chinese ingredients in American music'.

Wat langdradig was The Cusp of Magic (2005) van de Amerikaanse minimalist Terry Riley (1935). Bij hem werden de natuurgeluiden écht, met gesampelde krekels en vogels. Wél Chinees leek de hyperromantische zang door Wu Man, en de samples van het ingeblikte kitsch-entertainment dat het beeld van modern China in de westerse media bepaalt. East is East, and West is West, schreef Kipling ooit. Weinig is echter fascinerender dan hun ontmoeting.

Opening Amsterdam China Festival. 2/10 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 8/11 23u. Festival t/m 25/10, inl.: www.amsterdamchinafestival.nl